Met een rechtskeuze bepaal je welk recht op de overeenkomst van toepassing is, bijvoorbeeld met de zin “op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing”. Binnen de EU erkent artikel 3 Rome I die keuze. Kies je niets, dan wijst artikel 4 het recht aan, bij een koop in de regel het recht van de verkoper. Laat je rechtskeuze toetsen als je met een buitenlandse partij contracteert.
Wat houdt rechtskeuze in een contract precies in?
Een rechtskeuze is de afspraak over het nationale recht dat de rechten en plichten tussen contractpartijen beheerst. Je kunt kiezen voor het hele contract of voor een deel ervan (artikel 3 lid 1 Rome I). Ons team adviseert ook over wet franchise Nederlands recht.
Rechtskeuze hoort bij het internationaal privaatrecht (IPR): de regels die bij een internationale rechtsverhouding bepalen welke rechter bevoegd is, welk recht van toepassing is en of een buitenlandse uitspraak wordt erkend. Voor contracten wijst binnen de EU de Rome I-verordening (Verordening (EG) nr. 593/2008) het toepasselijke recht aan, voor overeenkomsten gesloten op of na 17 december 2009 (artikel 28). Het aangewezen recht geldt ook als dat het recht van een land buiten de EU is (artikel 2).
De keuze kan uitdrukkelijk zijn, maar ook duidelijk blijken uit de bepalingen van het contract of de omstandigheden van het geval (artikel 3 lid 1). Partijen kunnen later een ander recht kiezen (artikel 3 lid 2). Het gekozen recht bepaalt onder meer hoe het contract wordt uitgelegd, hoe het wordt nagekomen, wat de gevolgen van een tekortkoming zijn en wanneer een vordering verjaart (artikel 12 lid 1). Wij helpen je ook met belangrijkste verschillen Nederlands en engels contractenrecht.
Waarom is rechtskeuze doorslaggevend bij internationale overeenkomsten?
Zonder rechtskeuze wijst de rechter het toepasselijke recht aan met de regels van Rome I. Dat is niet altijd het recht dat je verwacht, en het staat pas vast als de rechter erover beslist. Met een rechtskeuze weet je vooraf welk recht geldt.
Welk recht geldt als je geen rechtskeuze maakt?
Artikel 4 lid 1 Rome I geeft vaste regels, onverminderd de bijzondere regels voor vervoer, consumenten, verzekering en arbeid (artikel 5 tot en met 8):
- koop van roerende zaken: het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft;
- dienstverlening: het recht van het land van de dienstverlener;
- zakelijke rechten op of huur van een onroerende zaak: het recht van het land waar die ligt, behalve bij huur voor tijdelijk privégebruik van ten hoogste zes maanden aan een natuurlijk persoon die in hetzelfde land woont als de verhuurder (dan het recht van de verhuurder, onder d);
- franchise en distributie: het recht van het land van de franchisenemer of de distributeur.
Valt een contract niet onder die lijst, of onder meer dan één categorie, dan geldt het recht van het land van de partij die de kenmerkende prestatie verricht (lid 2). Is het contract kennelijk nauwer verbonden met een ander land, dan geldt het recht van dat land (lid 3).
Een voorbeeld: een Nederlandse machinebouwer verkoopt zonder rechtskeuze een installatie aan een afnemer in Duitsland. De verkoper zit in Nederland, dus geldt in beginsel Nederlands recht. Omdat beide landen verdragsstaat zijn, gelden voor de koop zelf in beginsel de regels van het Weens Koopverdrag (artikel 1 lid 1 onder a CISG); het Nederlandse contractenrecht vult aan wat het verdrag niet regelt.
Hoe werkt rechtskeuze volgens de Rome I-Verordening?
Artikel 3 Rome I laat partijen vrij het toepasselijke recht te kiezen, ook het recht van een land waarmee het contract verder geen band heeft. Die vrijheid kent grenzen: dwingend recht in zuiver binnenlandse situaties, bescherming van consumenten en werknemers, en voorrangsregels (artikel 9).
Primaat van de partijautonomie
Liggen alle andere elementen van de situatie op het moment van de keuze in één land, en kiezen partijen het recht van een ander land, dan blijven de dwingende bepalingen van dat ene land gelden (artikel 3 lid 3). Liggen alle andere elementen in een of meer EU-lidstaten, dan blijft dwingend EU-recht gelden als partijen het recht van een land buiten de EU kiezen (artikel 3 lid 4). Of partijen het over de rechtskeuze eens zijn geworden, beoordeel je naar het gekozen recht (artikel 3 lid 5 en 10 lid 1). Een partij kan zich wel op het recht van haar gewone verblijfplaats beroepen om aan te tonen dat zij niet heeft ingestemd, als het onredelijk zou zijn haar gedrag naar het gekozen recht te beoordelen (artikel 10 lid 2).
Specifieke regels voor consumentenovereenkomsten
Een consumentencontract valt onder het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, als de ondernemer daar zijn activiteiten uitoefent of zijn activiteiten met welk middel ook op dat land richt, en het contract binnen die activiteiten valt (artikel 6 lid 1). Een rechtskeuze mag, maar ontneemt de consument niet de bescherming van de dwingende regels van dat recht (artikel 6 lid 2).
Een voorbeeld: een Italiaanse webwinkel die zich op Nederland richt, kan met een keuze voor Italiaans recht de Nederlandse consument niet de bescherming van het dwingende Nederlandse consumentenrecht ontnemen. Voor werknemers geldt iets vergelijkbaars: een rechtskeuze mag de werknemer niet de bescherming ontnemen van de dwingende regels van het recht dat zonder keuze zou gelden (artikel 8 lid 1).
Welke rol speelt het Weens Koopverdrag?
Het Weens Koopverdrag (CISG) bevat eenvormige regels voor de internationale koop van roerende zaken. Het geldt tussen partijen die in verschillende staten zijn gevestigd, als die staten verdragsstaten zijn of als het IPR het recht van een verdragsstaat aanwijst (artikel 1 lid 1 CISG).
Toepassingsgebied en relevantie
Nationaliteit en de vraag of partijen kooplieden zijn, spelen geen rol (artikel 1 lid 3). Het verdrag geldt niet voor de koop van zaken voor persoonlijk gebruik of gebruik in gezin of huishouding, tenzij de verkoper niet wist of had behoren te weten dat de zaken daarvoor werden gekocht (artikel 2 onder a). Ook overeenkomsten die vooral bestaan uit arbeid of diensten vallen erbuiten (artikel 3 lid 2).
Partijen kunnen het verdrag geheel of gedeeltelijk uitsluiten (artikel 6). Dat kan uitdrukkelijk of stilzwijgend. Een algemene keuze voor “Nederlands recht” geldt volgens de meest aangehangen opvatting in beginsel niet als uitsluiting (conclusie A-G Hartlief 11 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1044, nr. 3.21 en 3.25-3.26). Wil je het verdrag niet, sluit het dan met zoveel woorden uit. Meer daarover lees je op onze pagina advocaat Weens Koopverdrag.
Wisselwerking met Rome I
Wijst Rome I het recht van een verdragsstaat aan, dan geldt het verdrag in beginsel ook als een van de partijen in een staat zit die geen verdragsstaat is (artikel 1 lid 1 onder b CISG). Het verdrag eist wel altijd dat partijen in verschillende staten zijn gevestigd. Kiezen twee Nederlandse bedrijven voor Duits recht, dan is het verdrag dus niet van toepassing. Omdat onder meer klachttermijnen en schadevergoeding onder het verdrag anders geregeld zijn, kies je daar beter bewust voor.
Hoe verhoudt rechtskeuze zich tot forumkeuze?
Een rechtskeuze bepaalt welk recht geldt; een forumkeuze bepaalt welke rechter over een geschil beslist. Het zijn twee aparte bedingen met eigen regels: Rome I geldt niet voor forumkeuzebedingen (artikel 1 lid 2 onder e Rome I).
Onderscheid tussen twee juridische concepten
Je kunt bijvoorbeeld Nederlands recht kiezen en tegelijk de Engelse rechter bevoegd verklaren. Die rechter moet dan Nederlands recht toepassen, wat een procedure langer en duurder kan maken. Stem beide keuzes daarom op elkaar af. Welke rechter bevoegd is en wanneer een forumkeuze geldig is, lees je op onze pagina over de bevoegde rechter bij internationale geschillen.
Welke praktische overwegingen gelden bij rechtskeuze?
Kies een recht dat je kent of waarover je snel advies kunt krijgen, en let op de taal van het contract. Kies je bijvoorbeeld Koreaans of Frans recht, dan heb je advies nodig van iemand die dat recht kent, wat contractbeheer en geschillen duurder maakt.
Anglo-Amerikaanse contracttermen
Internationale contracten gebruiken vaak Engelse begrippen zoals “warranty”, “indemnity” en “best endeavours”. Die hebben in het Nederlandse recht geen vaste betekenis: een “warranty” is bijvoorbeeld niet hetzelfde als een Nederlandse garantie. Kies je Nederlands recht, beschrijf dan wat partijen bedoelen in plaats van alleen het Engelse begrip te gebruiken. Dat voorkomt uitlegdiscussies.
Hoe verhouden Unidroit Principles zich tot nationale rechtskeuze?
De Unidroit Principles of International Commercial Contracts zijn een neutrale set regels voor internationale contracten. Bij een overheidsrechter vervangen zij het toepasselijke nationale recht niet, maar je kunt ze wel als contractsbepalingen in je overeenkomst opnemen (overweging 13 Rome I).
Neutraal alternatief voor nationaal recht
Neem je de Principles bij verwijzing op, dan gelden ze binnen de grenzen van het dwingende recht van het toepasselijke nationale recht. In arbitrage ligt dat anders: het scheidsgerecht beslist naar de regels die partijen hebben aangewezen, en dat kunnen ook de Principles zijn (artikel 1054 lid 2 Rv).
Welke dwingende rechtsregels blijven gelden ondanks rechtskeuze?
Naast de grenzen van artikel 3, 6 en 8 Rome I gaan voorrangsregels altijd voor: bepalingen die een land zo belangrijk vindt voor zijn publieke belangen dat ze gelden ongeacht het toepasselijke recht (artikel 9 lid 1 Rome I).
Grenzen aan contractsvrijheid
De rechter past de voorrangsregels van zijn eigen land altijd toe (artikel 9 lid 2). Aan voorrangsregels van het land waar het contract moet worden uitgevoerd, kan hij gevolg geven voor zover die de uitvoering onwettig maken (artikel 9 lid 3).
Specifieke beschermingsregimes
Voor algemene voorwaarden kent het Nederlandse recht een eigen regel. Zijn beide bedrijven in Nederland gevestigd, dan geldt de regeling algemene voorwaarden ongeacht het gekozen recht; zijn ze niet allebei in Nederland gevestigd, dan geldt die regeling niet, ook niet bij een keuze voor Nederlands recht (artikel 6:247 lid 1 en 2 BW). Bepalend is de hoofdvestiging, of de vestiging die de prestatie moet verrichten (lid 3). Is Nederlands recht van toepassing, dan blijven vooral de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) en de nietigheid of vernietigbaarheid bij strijd met de wet (artikel 3:40 BW) over.
Welke rol speelt rechtskeuze bij specifieke contracttypen?
Per contracttype verschilt welk recht zonder keuze geldt: bij koop dat van de verkoper, bij dienstverlening dat van de dienstverlener en bij onroerend goed dat van de ligging (artikel 4 lid 1 Rome I).
Koopovereenkomsten
Voor een Nederlandse exporteur geldt zonder keuze in beginsel Nederlands recht (artikel 4 lid 1 onder a en lid 3), bij een koper in een andere verdragsstaat in beginsel met het Weens Koopverdrag. Wil je dat niet, sluit het verdrag dan uit.
Dienstverleningsovereenkomsten
Bij dienstverlening geldt zonder keuze het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft (artikel 4 lid 1 onder b), tenzij het contract kennelijk nauwer verbonden is met een ander land (lid 3). Zie ook Freelancer contract naar Nederlands recht: wat staat erin.
Onroerend goed transacties
Voor een contract over een zakelijk recht op of de huur van een onroerende zaak geldt zonder rechtskeuze het recht van het land waar die ligt (artikel 4 lid 1 onder c), met een uitzondering voor kortdurende huur voor tijdelijk privégebruik (onder d). Partijen mogen wel een ander recht kiezen. Vormvereisten van het land van ligging kunnen dan toch gelden (artikel 11 lid 5).
Hoe beïnvloedt Brexit de rechtskeuze?
Voor een rechter in de EU verandert Brexit weinig aan de rechtskeuze. Rome I geldt ook als partijen het recht van een land buiten de EU kiezen (artikel 2 Rome I), dus ook een keuze voor Engels recht wordt aan artikel 3 getoetst.
Rechtskeuze voor Engels recht na Brexit
Wat wel verandert, is vooral de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen: het Verenigd Koninkrijk is geen EU-lidstaat meer, en de erkenningsregels van de Brussel I bis-verordening gelden alleen voor beslissingen van een gerecht van een lidstaat (artikel 2 onder a en 36 lid 1 Brussel I bis). Een Engels vonnis wordt daarom in beginsel niet meer via die verordening in Nederland erkend en ten uitvoer gelegd. Een forumkeuze voor een Nederlandse rechter valt wel onder artikel 25 Brussel I bis, ongeacht waar partijen wonen. Welke regels een Engelse rechter toepast, volgt uit het Engelse recht; laat dat apart toetsen. Bekijk rechtskeuze en forumkeuze daarom altijd samen.
Welke strategische overwegingen gelden bij onderhandelen over rechtskeuze?
Beide partijen willen meestal hun eigen recht. Een mkb-bedrijf met weinig onderhandelingsmacht accepteert vaak het recht van een grote klant; laat dan vooraf beoordelen wat dat betekent voor aansprakelijkheid, klachttermijnen en beëindiging. Een gevestigde leverancier kan zijn positie juist gebruiken om Nederlands recht te bedingen.
Alternatieve oplossingen bij impasses
Komen partijen er niet uit, dan kunnen zij het recht van een derde land kiezen, bijvoorbeeld Zwitsers recht. Geen keuze maken kan ook; dan bepaalt artikel 4 Rome I het recht, met de onzekerheid die daarbij hoort. Een derde optie is arbitrage. Bij een Nederlandse arbitrage beslist het scheidsgerecht naar de door partijen gekozen regels, en zonder keuze naar de regels die het in aanmerking acht te komen (artikel 1054 lid 2 Rv).
Hoe stel je een effectief rechtskeuzebeding op?
Een goed rechtskeuzebeding noemt één nationaal recht, zegt of het Weens Koopverdrag geldt en sluit aan op de forumkeuze of de arbitrageclausule. Een voorbeeld: “Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing, met uitsluiting van het Weens Koopverdrag.”
Duidelijke en ondubbelzinnige formulering
Een vage formulering zoals “dit contract wordt beheerst door internationaal recht” wijst geen recht aan. De rechter moet dan zelf zoeken naar een stilzwijgende keuze (artikel 3 lid 1 Rome I) of terugvallen op artikel 4. Een uitsluiting van de verwijzingsregels van het IPR is onder Rome I niet nodig: het aangewezen recht is al het recht zonder die verwijzingsregels (artikel 20).
Coördinatie met andere contractsbepalingen
Kies je Nederlands recht, verwijs dan niet tegelijk naar bepalingen uit Engels recht. Leg toepasselijk recht, bevoegde rechter of arbitrage-instituut, taal van de procedure en de plaats van arbitrage samen vast. Een overzicht van alle punten vind je in onze checklist voor internationaal contracteren.
Neem actie: bescherm je contractuele positie
Een doordachte rechtskeuze geeft vooraf zekerheid en voorkomt discussie als het misgaat.
Sluit je regelmatig contracten met buitenlandse partijen, laat je rechtskeuze en forumkeuze dan vooraf toetsen door onze advocaat grensoverschrijdende contracten. Je weet dan welk recht geldt, of het Weens Koopverdrag meespeelt en welke dwingende regels blijven gelden.
Veelgestelde vragen over rechtskeuze in een contract
Welk recht is van toepassing op een internationaal contract?
Het recht dat partijen hebben gekozen (artikel 3 Rome I). Zonder keuze geldt onder meer bij koop het recht van het land van de verkoper en bij dienstverlening dat van de dienstverlener (artikel 4 lid 1), tenzij het contract kennelijk nauwer verbonden is met een ander land (lid 3). Voor consumenten en werknemers gelden beschermende regels (artikel 6 en 8).
Wat betekent “op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing”?
Dat het Nederlandse recht de overeenkomst beheerst, onder meer de uitleg, de nakoming, de gevolgen van een tekortkoming en de verjaring (artikel 12 lid 1 Rome I). Bij een internationale koop van roerende zaken hoort daar in beginsel ook het Weens Koopverdrag bij, tenzij partijen dat uitsluiten (artikel 6 CISG).
Wat is het verschil tussen rechtskeuze en forumkeuze?
Een rechtskeuze bepaalt welk recht op het contract van toepassing is; een forumkeuze bepaalt welke rechter over een geschil beslist. Voor de rechtskeuze geldt Rome I, voor de forumkeuze binnen de EU artikel 25 van de Brussel I bis-verordening. Het een zegt niets over het ander, dus regel ze allebei.
Wat is internationaal privaatrecht?
Internationaal privaatrecht (IPR) zijn de regels die bij een internationale privaatrechtelijke verhouding bepalen welke rechter bevoegd is, welk recht van toepassing is en of een buitenlandse uitspraak wordt erkend. Voor contracten wijst binnen de EU de Rome I-verordening het toepasselijke recht aan.
Kun je in een arbeidsovereenkomst Engels recht kiezen?
Ja, partijen mogen het recht kiezen (artikel 8 lid 1 Rome I). Die keuze mag de werknemer echter niet de bescherming ontnemen van de dwingende regels van het recht dat zonder keuze zou gelden, in de regel het recht van het land waar hij gewoonlijk werkt (artikel 8 lid 1 en 2).
Primaire bronnen
- Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I), artikel 1, 2, 3, 4, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 20 en 28 en overweging 13; Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis), artikel 2, 25 en 36
- Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Weens Koopverdrag): artikel 1, 2, 3 en 6
- Burgerlijk Wetboek: artikel 3:40, 6:247 en 6:248
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldend vanaf 14 juli 2026): artikel 1054
- Conclusie A-G Hartlief 11 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1044
Advocaat voor commercieel contracteren
Wil je een rechtskeuze laten opstellen of een buitenlands contract laten toetsen? Neem contact op met onze advocaat contractenrecht Remko Roosjen via +31 (0)20 – 210 31 38.