Werf houdt je boot vast: mag dat?

Gepubliceerd

Een werf mag je boot vasthouden zolang een opeisbare rekening voor werk aan die boot openstaat: dat is het retentierecht (artikel 3:290 en 6:52 BW). Betwist je de rekening, dan kun je je boot vrijkrijgen door voldoende zekerheid te stellen of een kort geding te beginnen. Als advocaat bij MAAK Advocaten in Amsterdam help ik je de boot terug te krijgen of, als werf, je rekening veilig te stellen.

De algemene voorwaarden voor een retentierecht staan in een apart artikel. Voor andere geschillen zie je advocaat voor geschillen over boten.

Mag een werf je boot vasthouden als de rekening niet is betaald?

Ja, als aan drie eisen is voldaan. De werf heeft een opeisbare vordering. Die hangt voldoende samen met de teruggave van de boot. En de werf heeft de boot feitelijk in haar macht.

Samenhang kan onder meer worden aangenomen bij dezelfde rechtsverhouding, of bij zaken die jij en de werf regelmatig doen (artikel 6:52 lid 2 BW). De rechter toetst de drie eisen ook bij boten (Rechtbank Midden-Nederland 19 september 2022, r.o. 4.4). Drie punten uit de rechtspraak:

  • Ook eerdere klussen kunnen meetellen. Bij regelmatige stallings- en reparatieopdrachten mocht een werf een zeiljacht vasthouden voor de onbetaalde facturen daaruit, ook over andere boten (Hof ‘s-Hertogenbosch 9 augustus 2016, r.o. 3.6.2). Zonder toelichting telt alleen de vordering voor deze boot (Hof Arnhem-Leeuwarden 4 december 2018, r.o. 4.10).
  • Zorgkosten mogen erbij. Het retentierecht dekt ook zorgkosten, zoals een redelijke stallingsvergoeding (artikel 3:293 BW). Een eenzijdig opgelegde huur valt erbuiten (Hof Arnhem-Leeuwarden, r.o. 4.11–4.13).
  • Feitelijke macht hangt af van de situatie. Een werf had de boot in haar macht toen die na een proefvaart weer aan haar steiger lag en zij er nog opleverpunten aan herstelde. Afgifte was nodig om de boot terug te krijgen (Rechtbank Midden-Nederland 2022, r.o. 4.8–4.10).

Wat als je de rekening van de werf betwist?

Dat je de rekening betwist, houdt het retentierecht op zichzelf niet tegen. Wie gelijk heeft over elke factuurpost, beoordeelt de kortgedingrechter niet: dat vraagt een feitenonderzoek.

Onbetaalde en meestal betwiste facturen zijn juist de grond van een retentierecht, oordeelde de kantonrechter (Rechtbank Noord-Holland 29 april 2026, r.o. 4.4). Over de rekening zelf heb je wel argumenten. Een richtprijs mag de werf met niet meer dan 10% overschrijden, tenzij ze tijdig heeft gewaarschuwd (artikel 7:752 lid 2 BW). Meerwerk mag ze alleen extra rekenen als ze je tijdig op de prijsverhoging wees, tenzij je dat zelf had moeten begrijpen (artikel 7:755 BW).

Je boot ligt bij de werf, het seizoen loopt en je krijgt hem niet mee. Mijn eerste stap is daarom niet de rechter, maar overzicht:

  1. Ik wil de offerte, de opdrachtbevestiging, de facturen en alle berichten over meerwerk zien.
  2. We splitsen de rekening in wat je niet betwist en wat wel.
  3. Het onbetwiste deel betaal je; voor het betwiste deel stellen we zekerheid.

Dan ligt de bal bij de werf. Over de rekening zelf praten we daarna verder, zonder dat je boot vastligt.

Hoe krijg je je boot terug van de werf?

Je hebt vier routes: volledig betalen, betalen onder protest, zekerheid stellen of een kort geding om afgifte. Voldoende zekerheid laat de bevoegdheid van de werf in de regel vervallen.

Zodra zekerheid is gesteld, vervalt de bevoegdheid tot opschorting, tenzij de betaling daardoor onredelijk wordt vertraagd (artikel 6:55 BW). Via artikel 6:57 BW geldt dat ook voor het retentierecht. De zekerheid moet de vordering en zo nodig rente en kosten behoorlijk dekken. De werf moet er zonder moeite verhaal op kunnen nemen (artikel 6:51 lid 2 BW).

RouteWat het oplevertLet op
Volledig betalenBoot direct vrijTerugvorderen van te veel betaald kost een nieuwe procedure
Betalen onder protestBoot vrij, discussie blijft openLeg het voorbehoud schriftelijk vast
Zekerheid stellen (bankgarantie of derdenrekening)Bevoegdheid tot opschorting vervalt in de regel (art. 6:55 BW)Dek bedrag, rente en kosten; geldt niet bij opschorting op grond van 6:262 BW (6:264 BW)
Kort geding om afgifteRechter kan vrijgave bevelen, zo nodig met dwangsomKans vooral met volledige zekerheid op tafel

Is het betwiste bedrag fors, dan bied ik liever zekerheid aan dan dat je onder protest betaalt. Denk aan een bankgarantie of storting op een derdenrekening, voor het volledige betwiste bedrag, met rente en kosten. Je geld is dan niet weg en de werf weet dat ze betaald wordt als ze gelijk krijgt.

Eén uitzondering staat in de wet zelf. Bij opschorting op grond van artikel 6:262 of 6:263 BW geldt artikel 6:55 BW niet (artikel 6:264 BW). In een zaak over een jachtwerf baseerde de rechter het opschorten mede op artikel 6:263 BW (Rechtbank Midden-Nederland 2022, r.o. 4.4). Op welke grond de werf de boot vasthoudt, is dus de eerste vraag.

Een derdenrekening kan een patstelling doorbreken. Na storting op de derdenrekening van haar advocaat gaf een werf een zeiljacht vrij. Volgens het hof bleef ze daarna in dezelfde positie als toen ze het jacht nog vasthield (Hof ‘s-Hertogenbosch 2016, tussenarrest, r.o. 3.5.2–3.5.3).

Ligt je boot bij een werf en weet je niet hoe je hem vrij krijgt? Leg je situatie voor aan een yachting advocaat.

Wanneer heeft een kort geding om afgifte van je boot kans?

Vooral als je de werf een volledige, deugdelijke zekerheid hebt aangeboden en zij die weigert. Afgifte tegen betaling van alleen het deel dat je zelf verschuldigd acht, wees de voorzieningenrechter in de gepubliceerde zaken af.

De voorzieningenrechter geeft in spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening (artikel 254 Rv); lees ook hoe een kort geding verloopt. Bij een vastgehouden motorjacht en motorboot nam de rechter spoed aan (Rechtbank Overijssel 22 september 2014, r.o. 4.1; Rechtbank Midden-Nederland 2022, r.o. 4.1). De uitkomst hangt af van wat je op tafel legt:

  • Afgewezen: afgifte tegen betaling van alleen het deel dat de eigenaar verschuldigd achtte; de omvang vergt een feitenonderzoek (Rechtbank Midden-Nederland 2022, r.o. 4.11; Rechtbank Overijssel 2014, r.o. 4.10).
  • Toegewezen: na betaling van een deel en een garantie voor de rest, inclusief rente en kosten, moest een werf het retentierecht op een zeeschip staken, op straffe van een dwangsom (Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2018, r.o. 3.3).

Betwist je de rekening gemotiveerd, dan moet de werf de omvang van haar vordering aannemelijk maken (Hof Arnhem-Leeuwarden 2018, r.o. 4.15). Weigerde ze een betaalaanbod ruim boven haar vordering, dan bleven latere stallingskosten voor haar rekening (r.o. 4.13). Tegen een vonnis in kort geding kun je binnen vier weken hoger beroep instellen (artikel 339 lid 2 Rv).

Ik ga niet naar de rechter met alleen het onbetwiste deel. Met een bankgarantie voor het volle bedrag, met rente en kosten, sta je veel sterker. Dan gaat het niet meer om de rekening, maar om de vraag waarom de werf de boot nog vasthoudt.

Kan de werf ook een nieuwe eigenaar of je partner tegenhouden?

Vaak wel. Het retentierecht werkt tegen wie een recht op de boot kreeg nadat de vordering ontstond en de boot al bij de werf lag. Ook tegen een eerdere rechthebbende, als de opdrachtgever bevoegd was of leek.

Dat volgt uit artikel 3:291 BW. Tegen een eerdere rechthebbende moet de opdrachtgever bevoegd zijn geweest. Of de werf had geen reden om daaraan te twijfelen (lid 2). De koper van een motorjacht in de loods van de werf moest het retentierecht dulden (Hof Arnhem-Leeuwarden 2018, r.o. 4.6–4.8). Een eigenaar wiens echtgenoot de reparatie had opgedragen, evenmin (Rechtbank Noord-Holland 2026, r.o. 4.3). Tegenover een ouder gerechtigde is wel een voldoende verband tussen de vordering en de boot zelf nodig (Hoge Raad 5 maart 2004, r.o. 3.5.1).

Daarom kijk ik vóór een aankoop altijd waar de boot ligt. Ligt hij bij een werf, laat dan schriftelijk bevestigen dat er niets openstaat.

Geldt voor boten en schepen een eigen regeling in Boek 8 BW?

Niet voor het vasthouden zelf: ook voor een werf gelden de algemene regels van artikel 3:290 en 6:52 BW. Boek 8 regelt wel dat de werf als retentor naar Nederlands recht geen voorrang krijgt bij verkoop van de boot. Staat de boot in een ander land te boek, dan beslist het recht van dat land of een vordering bevoorrecht is (artikel 10:160 lid 2 BW).

Boek 8 deelt schepen in in zeeschepen en binnenschepen (artikel 8:1, 8:2 en 8:3 BW). Voor beide geldt de voorrang van de retentor uit artikel 3:292 BW niet (artikel 8:210a BW en artikel 8:820a BW). Het vasthouden zelf blijft wel mogelijk (Hof Arnhem-Leeuwarden 2018, r.o. 4.9). In faillissement kan de curator het retentierecht lossen (Hof ‘s-Hertogenbosch 2016, tussenarrest, r.o. 3.7.3).

Twee regels om te onthouden. Geeft de werf de boot terug aan de opdrachtgever of de eigenaar, dan eindigt het retentierecht (artikel 3:294 BW). Haal je hem zonder afspraak weg, dan kan de werf hem opeisen zoals een eigenaar dat kan (artikel 3:295 BW). Bij een buitenlandse eigenaar bepaalt het recht van de overeenkomst of er een retentierecht ontstaat. Het recht van de plaats waar de boot ligt, bepaalt of het geldend kan worden gemaakt (artikel 10:129 BW). Een werf kan haar vordering ook zekerstellen met beslag op een boot.

Praktijkvoorbeeld: een refit met meerwerk

Stel: een Duitse eigenaar laat zijn motorjacht bij een werf in Friesland refitten, op basis van een richtprijs. Er komen extra posten bij, de factuur valt ruim hoger uit en de werf houdt de boot vast. Dit is een illustratie, geen echte zaak.

De eigenaar betaalt wat hij erkent en biedt voor de rest een bankgarantie aan, met rente en kosten. Hij legt vast voor welk meerwerk hij niet is gewaarschuwd (artikel 7:752 lid 2 en 7:755 BW). Weigert de werf, dan vraagt hij in kort geding vrijgave tegen die zekerheid (artikel 6:55 BW, met het voorbehoud van artikel 6:264 BW).

Je bent zelf de werf: hoe ver mag je gaan?

Je mag de boot vasthouden voor het werk aan die boot en voor redelijke stallingskosten (artikel 3:290 en 3:293 BW). Houd de boot aantoonbaar in je macht, specificeer de facturen en neem een volledige zekerheid serieus.

Een werf die goed werk heeft geleverd, mag betaald worden. Mijn checklist:

  • houd de sleutels en zo nodig een ketting;
  • specificeer welke facturen over deze boot gaan;
  • reken een redelijke stallingsvergoeding;
  • neem een volledige bankgarantie serieus.

In een kort geding bij de Rechtbank Noord-Holland stond ik een fulfilmentbedrijf bij dat een contractueel retentierecht uitoefende op de wijnvoorraad van een klant. De voorzieningenrechter wees de vordering tot afgifte voorlopig af: het retentierecht werd niet disproportioneel uitgeoefend (6 oktober 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13196, r.o. 4.8).

Wanneer schakel je een advocaat in?

Zodra de werf schriftelijk laat weten dat de boot niet meegaat. Of zodra je als werf merkt dat een klant wil vertrekken zonder te betalen. Dan kies je de zekerheid en de stappen voordat de stallingskosten oplopen.

Als advocaat bij MAAK Advocaten zet ik in de eerste dagen de stukken op een rij en reken ik uit wat onbetwist is. Daarna stel ik een zekerheid voor die de werf niet redelijk kan weigeren. Lukt het niet in overleg, dan voer ik het kort geding (artikel 254 Rv). De juridische kant nemen wij van je over. Gaat het om de bouw of refit zelf, lees dan over een geschil met de jachtwerf.

Hoe werkt MAAK Advocaten bij een werf die je boot vasthoudt?

We beginnen bij je doel: de boot terug, of je rekening betaald. Daarna werken we in vier stappen, voor booteigenaren én werven.

  1. Offerte, facturen en berichten beoordelen; onbetwist en betwist scheiden.
  2. Een voorstel voor betaling en zekerheid (bankgarantie of derdenrekening).
  3. Zo nodig een kort geding om afgifte, of verweer daartegen.
  4. De discussie over de rekening in een bodemprocedure of regeling, in eerste aanleg en hoger beroep (tegen een kortgedingvonnis binnen vier weken, artikel 339 lid 2 Rv).

Veelgestelde vragen

Mag een werf mijn boot vasthouden als ik de rekening betwist?

Ja, zolang een opeisbare rekening voor werk aan die boot openstaat (artikel 3:290 en 6:52 BW); betwisting houdt dat niet tegen. Met voldoende zekerheid moet de werf de boot in de regel vrijgeven (6:55 BW), behalve bij opschorting op grond van 6:262 BW (6:264 BW).

Moet de werf mijn boot vrijgeven als ik een bankgarantie geef?

In de regel wel, als de garantie het betwiste bedrag plus rente en kosten dekt (artikel 6:51 lid 2 en 6:55 BW). Uitzonderingen: de betaling wordt daardoor onredelijk vertraagd, of de werf schort op grond van artikel 6:262 BW op (artikel 6:264 BW).

Mag de werf stallingskosten rekenen terwijl ze mijn boot vasthoudt?

Ja, maar alleen een redelijke vergoeding voor de zorg voor de boot (artikel 3:293 BW). Weigert de werf een betaalaanbod dat ruim boven haar vordering ligt, dan kunnen de latere stallingskosten voor haar rekening blijven (Hof Arnhem-Leeuwarden 4 december 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10557).

Kan ik mijn boot gewoon weghalen bij de werf?

Dat raad ik af. Haal je de boot zonder afspraak weg, dan kan de werf hem opeisen zoals een eigenaar dat kan (artikel 3:295 BW). Afspraken over betaling en zekerheid zijn veiliger en sneller.

Heeft de werf voorrang als mijn boot wordt verkocht?

Naar Nederlands recht niet als retentor: bij zeeschepen en binnenschepen geldt de voorrang van artikel 3:292 BW niet (artikel 8:210a en 8:820a BW). De werf mag de boot wel blijven vasthouden totdat haar vordering is voldaan of zekerheid is gesteld.

Primaire bronnen

Houdt een werf je boot vast, of wil een klant vertrekken zonder te betalen? Leg je situatie aan mij voor: bel 020 210 31 38 of stuur je vraag via de pagina yachting advocaat. — Remko Roosjen

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
Wie ben je?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?