Retentierecht is je bevoegdheid om een zaak van je wederpartij onder je te houden totdat je opeisbare vordering is betaald (artikel 3:290 BW). Aannemers, garagebedrijven, reparateurs en opslag- en transportbedrijven gebruiken het als drukmiddel bij een onbetaalde factuur. Wil je een zaak vasthouden, of houdt iemand jouw zaak vast? Laat je positie dan eerst toetsen, want onterecht vasthouden kan je aansprakelijk maken.
Hieronder lees je wanneer je retentierecht hebt, hoe je het uitoefent, hoe het zich verhoudt tot opschorting en pandrecht, en wat er gebeurt als je klant failliet gaat. Dit artikel hoort bij ons overzicht van het contractenrecht.
Wat houdt retentierecht in?
Retentierecht houdt in dat je als schuldeiser de afgifte van een zaak mag uitstellen totdat je wederpartij je vordering voldoet. Je hoeft er geen aparte overeenkomst voor te sluiten: het recht ontstaat uit de wet zodra aan de vereisten is voldaan.
Een garagebedrijf dat een bedrijfsauto heeft gerepareerd, hoeft die auto niet mee te geven zolang de reparatienota openstaat. Het retentierecht is daarmee een bijzondere vorm van opschorting: de algemene regels over opschorting gelden ook voor het retentierecht, behalve waar de wet iets anders bepaalt (art. 6:57 BW). Het geldt voor roerende en onroerende zaken. Het is een effectief drukmiddel om je wederpartij tot betaling te bewegen, zonder dat je meteen naar de rechter hoeft.
Welke vereisten gelden voor het retentierecht?
Voor retentierecht moet je aan drie vereisten tegelijk voldoen: je hebt een opeisbare vordering, je hebt een zaak van je wederpartij onder je die je moet afgeven, en tussen vordering en zaak bestaat voldoende samenhang (art. 3:290 en 6:52 lid 1 BW).
- Je vordering is opeisbaar: de betaaltermijn van je factuur is verstreken.
- Je hebt de feitelijke macht over de zaak en je bent verplicht haar aan je wederpartij af te geven, bijvoorbeeld een machine die je hebt gerepareerd of goederen die je opslaat.
- Er bestaat voldoende samenhang tussen je vordering en de afgifteplicht. Die samenhang wordt onder meer aangenomen als beide voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die jullie regelmatig met elkaar doen (art. 6:52 lid 2 BW).
In een paar gevallen bestaat geen retentierecht, ook al zijn de drie vereisten vervuld. Bijvoorbeeld als jij zelf verhindert dat je wederpartij betaalt (schuldeisersverzuim), of als op de afgiftevordering van je wederpartij geen beslag mogelijk is (art. 6:54 BW). Stelt je wederpartij voldoende zekerheid voor je vordering, dan vervalt je bevoegdheid, tenzij betaling daardoor onredelijk wordt vertraagd (art. 6:55 BW).
Hoe kan ik het retentierecht uitoefenen?
Je oefent het retentierecht uit door de zaak niet af te geven en je wederpartij te laten weten waarom. De wet schrijft geen vorm voor, maar een schriftelijke mededeling met de openstaande factuur en de zaak die je vasthoudt, voorkomt discussie.
- Controleer vooraf of je vordering opeisbaar is en of er voldoende samenhang is met de zaak die je wilt vasthouden.
- Houd de zaak onder je. Geef je haar mee, dan eindigt je retentierecht (art. 3:294 BW).
- Laat je wederpartij schriftelijk weten dat je het retentierecht inroept, voor welke vordering en welke zaak het gaat, en dat je de zaak afgeeft zodra betaald is.
- Bewaar de zaak zorgvuldig. De kosten die je voor die zorg moet maken, mag je mee laten tellen voor je retentierecht (art. 3:293 BW).
- Leg vast wat je doet: datum, openstaand bedrag, locatie van de zaak en de correspondentie. Dat helpt als je wederpartij naar de rechter stapt of failliet gaat.
Bij een bouwproject maak je je feitelijke macht zichtbaar, bijvoorbeeld met hekken en een afgesloten toegang. Bij een kleinere zaak, zoals een gerepareerd apparaat in je werkplaats, volstaat dat je het onder je houdt.
Houd je een machine, voertuig of partij goederen vast voor een onbetaalde factuur, en dreigt je klant met een kort geding? MAAK Advocaten toetst of je retentierecht standhoudt en staat je bij als het tot een procedure komt. Laat je retentierecht toetsen.
Wat is het verschil tussen retentierecht en opschorting?
Retentierecht is een opschortingsrecht dat specifiek ziet op de afgifte van een zaak (art. 6:57 BW). Opschorting is breder: je kunt elke prestatie uitstellen, ook een betaling of werkzaamheden. Het retentierecht geeft je daarnaast extra rechten tegenover derden en een curator.
Die extra rechten zijn het verschil. Je kunt het retentierecht inroepen tegen derden die na het ontstaan van je vordering een recht op de zaak kregen (art. 3:291 lid 1 BW). Je kunt je vordering op de zaak verhalen met voorrang boven iedereen tegen wie je het retentierecht kunt inroepen (art. 3:292 BW). En het blijft in een faillissement bestaan (art. 60 Fw). Net als bij elke opschorting blijft je bevoegdheid bestaan als je vordering zelf al verjaard is (art. 6:56 BW). Meer over de algemene regels lees je bij het opschorten van een overeenkomst.
Welke soorten retentierecht zijn er?
Er is het wettelijke retentierecht, dat ontstaat zodra aan de vereisten van art. 3:290 en 6:52 BW is voldaan. Daarnaast kun je in je contract of algemene voorwaarden afspraken maken die het vasthouden van zaken verruimen.
- Het wettelijke retentierecht geldt voor de zaak die samenhangt met je vordering. Doe je regelmatig zaken met dezelfde klant, dan kan die samenhang ook bestaan voor facturen uit eerdere opdrachten (art. 6:52 lid 2 BW).
- Met een contractueel beding kun je afspreken dat je zaken mag vasthouden totdat alle openstaande facturen zijn betaald, ook van eerdere, losse opdrachten. Of je zo’n ruimer beding ook tegenover derden of een curator kunt inroepen, is niet zeker; laat dat per geval toetsen.
Heeft een aannemer of onderaannemer retentierecht?
Ja. Een aannemer kan de oplevering van een gebouw of terrein opschorten zolang de opdrachtgever een opeisbare termijn niet betaalt, mits hij de feitelijke macht over het werk heeft. Ook een onderaannemer kan zich onder voorwaarden tegenover de eigenaar op retentierecht beroepen.
Een onderaannemer heeft geen contract met de eigenaar. Toch kan hij het retentierecht ook inroepen tegen een derde met een ouder recht, zoals de eigenaar, als zijn vordering voortkomt uit een overeenkomst die de hoofdaannemer met betrekking tot het werk mocht aangaan, of als hij geen reden had om daaraan te twijfelen (art. 3:291 lid 2 BW). De feitelijke macht moet wel echt bestaan. Heeft de opdrachtgever al de sleutels en werken zijn eigen mensen in het pand, dan is er weinig om vast te houden.
Een fictief voorbeeld ter illustratie. Een bouwbedrijf rondt een bedrijfshal af, maar de opdrachtgever betaalt de laatste termijn niet en noemt een paar opleverpunten als reden. Het bouwbedrijf houdt de bouwplaats afgesloten, meldt schriftelijk dat het het retentierecht inroept en biedt aan de opleverpunten te herstellen. De opdrachtgever heeft de hal nodig en betaalt, eventueel onder voorbehoud van de discussie over de gebreken. Zijn de opleverpunten zo ernstig dat de opdrachtgever zelf mag opschorten, dan staat het retentierecht juist op losse schroeven. Lees meer over een conflict met een aannemer.
Wat is het verschil tussen retentierecht, pandrecht en voorrang?
Pandrecht en hypotheek zijn zekerheidsrechten die je moet vestigen (art. 3:227 BW); retentierecht ontstaat uit de wet. Alle drie geven voorrang, ook wel preferentie genoemd: je wordt uit de opbrengst van de zaak betaald vóór andere schuldeisers (art. 3:278 lid 1 en 3:292 BW).
| Onderwerp | Retentierecht | Pandrecht | Eigendomsvoorbehoud |
|---|---|---|---|
| Hoe ontstaat het? | Uit de wet, als aan de vereisten is voldaan (art. 3:290 BW) | Door vestiging, bij een roerende zaak door haar in de macht van de pandhouder te brengen (art. 3:236 lid 1 BW) of met een authentieke of geregistreerde akte (art. 3:237 lid 1 BW) | Door een afspraak in het contract of de voorwaarden |
| Wie is eigenaar? | Je wederpartij | Je wederpartij | Jij, tot de koopprijs is betaald |
| Waarop? | Zaken die je onder je hebt en moet afgeven | Roerende zaken en rechten | Zaken die je hebt geleverd |
| Voorrang | Boven iedereen tegen wie je het retentierecht kunt inroepen (art. 3:292 BW) | Pand gaat boven voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt (art. 3:279 BW) | Geen voorrang nodig: je haalt je eigen zaak terug |
| In faillissement | Blijft bestaan; de curator kan de zaak opeisen of je betalen (art. 60 Fw) | Pandhouder oefent zijn recht uit alsof er geen faillissement is (art. 57 lid 1 Fw) | Je kunt je zaak in beginsel terugvorderen |
Lever je zelf goederen, dan biedt een eigendomsvoorbehoud vaak meer zekerheid dan het retentierecht, omdat je de zaak dan juist niet onder je hoeft te houden.
Wat gebeurt er met het retentierecht bij faillissement?
Je verliest je retentierecht niet door het faillissement van je wederpartij (art. 60 lid 1 Fw). De curator kan de zaak opeisen en verkopen, waarna jij met voorrang uit de opbrengst wordt betaald, of hij betaalt je vordering om de zaak terug te krijgen.
Doet de curator niets, dan kun je hem een redelijke termijn stellen om te kiezen (art. 60 lid 3 Fw). Heeft hij de zaak na die termijn niet verkocht, dan mag jij haar zelf verkopen volgens de regels die gelden voor een pandhouder, of bij een registergoed volgens die voor een hypotheekhouder. De rechter-commissaris kan de termijn op verzoek van de curator verlengen. Gaat het om een registergoed, zoals een gebouw, dan moet je de curator binnen veertien dagen na afloop van de termijn bij exploot laten aanzeggen dat je tot executie overgaat, en dat exploot laten inschrijven in de openbare registers (art. 60 lid 4 Fw).
Uit de opbrengst word je betaald met de voorrang van art. 3:292 BW. Of en welke faillissementskosten eerst van de opbrengst afgaan, hangt af van de situatie; bespreek dat met de curator voordat je de zaak afgeeft. Meer over het verloop lees je bij de faillissementsprocedure naar Nederlands recht.
Wanneer eindigt het retentierecht?
Het retentierecht eindigt als je vordering is betaald, als je wederpartij voldoende zekerheid stelt, of als de zaak weer in de macht van je wederpartij of de eigenaar komt (art. 6:55 en 3:294 BW).
Geef je de zaak mee, dan ben je je retentierecht kwijt. Het herleeft alleen als je de zaak later uit hoofde van dezelfde rechtsverhouding weer onder je krijgt (art. 3:294 BW). Raakt de zaak op een andere manier uit je macht, bijvoorbeeld door diefstal, dan kun je haar opeisen zoals een eigenaar dat kan (art. 3:295 BW). Een gedeeltelijke betaling beëindigt het retentierecht niet, zolang er nog een opeisbaar bedrag openstaat.
Wat zijn de risico’s van onterecht retentierecht?
Houd je een zaak vast zonder dat je aan de vereisten voldoet, dan schiet je zelf tekort in je plicht om haar af te geven. Je wederpartij kan dan afgifte vorderen, desnoods in kort geding, en schadevergoeding eisen (art. 6:74 BW).
Die schade kan snel oplopen. Denk aan een transportbedrijf dat zijn vrachtwagen niet kan inzetten, of een opdrachtgever die een bedrijfspand niet in gebruik kan nemen. Het risico is het grootst bij een betwiste factuur, of als de zaak niet van je wederpartij is maar van een derde met een ouder recht. Controleer daarom vooraf of je vordering opeisbaar is en of de samenhang met de zaak overtuigend is.
Hoe voorkom je met het retentierecht langdurige betalingsachterstanden?
Om langdurige betalingsachterstanden bij je klanten te voorkomen, zet je het retentierecht vroeg en zorgvuldig in:
- Neem in je algemene voorwaarden of leveringscontracten een beding op dat je zaken mag vasthouden totdat alle openstaande facturen zijn voldaan.
- Laat je klant tijdig en schriftelijk weten dat je het retentierecht inroept als de achterstand niet binnen een gestelde termijn is betaald.
- Zorg dat je de feitelijke macht over de zaken houdt, bijvoorbeeld in je bedrijfspand of loods. Zonder macht is er geen retentierecht.
- Handel zodra de betaaltermijn is verstreken. Hoe langer je de zaak al hebt afgegeven, hoe minder drukmiddel je overhoudt.
- Ga pas over tot vasthouden als je zeker weet dat je aan alle vereisten voldoet, om een schadeclaim te voorkomen.
Zo oefen je druk uit op je klant om openstaande facturen te betalen, vaak zonder dat een procedure nodig is.
Veelgestelde vragen over retentierecht
Wat is het retentierecht volgens het Burgerlijk Wetboek?
Artikel 3:290 BW omschrijft het als de bevoegdheid die een schuldeiser in de bij de wet aangegeven gevallen heeft om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak op te schorten totdat de vordering wordt voldaan. De regels staan in art. 3:290–3:295 BW.
Mag ik een zaak vasthouden die niet van mijn klant is?
Soms. Tegen derden die pas een recht op de zaak kregen nadat je vordering ontstond en de zaak bij jou was, kun je het retentierecht altijd inroepen (art. 3:291 lid 1 BW). Tegen een eigenaar met een ouder recht alleen onder de voorwaarden van art. 3:291 lid 2 BW.
Mag ik de zaak verkopen als mijn klant niet betaalt?
Niet op eigen houtje. Je kunt je vordering wel op de zaak verhalen met voorrang (art. 3:292 BW), maar daarvoor heb je in de regel eerst een vonnis nodig. In een faillissement gelden de regels van art. 60 Fw.
Blijft mijn retentierecht bestaan als mijn vordering verjaart?
Ja. Een bevoegdheid tot opschorting blijft ook na verjaring van de rechtsvordering bestaan (art. 6:56 BW), en die regel geldt via art. 6:57 BW ook voor het retentierecht.
Moet ik de zaak afgeven als mijn klant zekerheid aanbiedt?
In beginsel wel. Zodra voldoende zekerheid is gesteld, bijvoorbeeld een bankgarantie, vervalt je bevoegdheid tot opschorting, tenzij je betaling daardoor onredelijk lang zou moeten wachten (art. 6:55 BW).
Wanneer schakel je een advocaat in bij retentierecht?
Schakel een advocaat in voordat je een zaak gaat vasthouden, of zodra iemand jouw zaak vasthoudt en je die nodig hebt. MAAK Advocaten toetst de vereisten, stelt de mededeling aan je wederpartij of de curator op en procedeert zo nodig, ook in kort geding, bij de rechtbank en in hoger beroep bij het gerechtshof. Onze advocaten contractenrecht helpen je daarbij. Onze advocaat commercial law Remko Roosjen geeft leiding aan dit team. Zoek je hulp op andere praktijkgebieden? Dan helpen onze advocaten in Amsterdam je verder of verwijzen ze je door.
Weigert je klant te betalen terwijl jij zijn machine, voertuig of goederen onder je hebt, of houdt een leverancier jouw spullen vast? Neem contact op over je retentierecht.