Parallelimport: mag je merkproducten zelf importeren?

Gepubliceerd · bijgewerkt

Parallelimport van originele merkproducten mag, als de merkhouder ze zelf of met zijn toestemming in de Europese Economische Ruimte (EER) op de markt heeft gebracht. Komen ze van buiten de EER, dan heb je zijn toestemming nodig. Bij MAAK Advocaten in Amsterdam toetsen we je positie als handelaar, merkhouder of distributeur voordat je inkoopt of optreedt.

Parallelimport is een vraag van merkenrecht, een onderdeel van het intellectueel eigendomsrecht. Wat je in een contract over gebied en doorverkoop afspreekt, lees je bij de distributieovereenkomst naar Nederlands recht.

Wat is parallelimport?

Parallelimport is het inkopen en doorverkopen van echte merkproducten buiten het officiële kanaal van de merkhouder om, bijvoorbeeld goedkoper ingekocht in een ander land. Het heet ook grijze import of parallelle handel.

Het gaat om originele producten. Namaak is gewoon merkinbreuk; zie de bestrijding van namaakproducten. Het vertrekpunt is streng: de merkhouder kan derden verbieden waren onder zijn merk aan te bieden, in de handel te brengen en in te voeren (artikel 2.20 lid 3 onder b en c BVIE). Parallelimport mag dus alleen als de uitzondering van de uitputting geldt. De vergunningsregels voor parallelimport van geneesmiddelen en de import van auto’s laten we hier buiten beschouwing; het gaat hier om het merkenrecht.

Wanneer mag je merkproducten zelf importeren?

Je mag merkproducten vrij doorverkopen als de merkhouder ze zelf of met zijn toestemming in de EER in de handel heeft gebracht. Zijn merkrecht is dan uitgeput: hij kan de verdere verkoop niet meer verbieden, behalve bij gegronde redenen.

Dat staat in artikel 2.23 lid 3 BVIE en, voor een Uniemerk, in artikel 15 lid 1 van Verordening (EU) 2017/1001. Uitputting werkt per exemplaar: de toestemming van de merkhouder moet betrekking hebben op elk product en volgt niet uit toestemming voor andere, soortgelijke producten. Brengt een fabrikant die in opdracht produceert stiekem meer producten “via de achterdeur” op de markt, dan is er voor die extra producten volgens het hof geen uitputting (Hof Den Haag 23 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1975, r.o. 6.33).

Krijg je een partij aangeboden ver onder de prijs van de officiële importeur? Dat is aantrekkelijk: een betere marge, en je klanten willen het merk. Mijn advies is niet “niet doen”, maar “eerst drie dingen weten”.

  1. Is het echt? Vraag om foto’s van verpakking, codes en labels, en vergelijk ze met wat je uit het officiële kanaal kent.
  2. Waar is de partij voor het eerst op de markt gebracht? In de EER door of met toestemming van de merkhouder: dan mag je verder verkopen. Uit de VS, Dubai of China: dan heb je zijn toestemming nodig.
  3. Wat kun je straks laten zien? Laat je leverancier schriftelijk verklaren waar de partij vandaan komt, bewaar facturen en paklijsten, en laat de codes op de producten zitten.

Met die stukken sta je sterk als de merkhouder belt. Zonder die stukken is het goedkope aanbod vaak duur.

Wat als de producten van buiten de EER komen?

Dan kan de merkhouder invoer en verkoop in de EER verbieden, tenzij hij toestemming heeft gegeven. Die toestemming moet ondubbelzinnig blijken. Dat de merkhouder nooit bezwaar heeft gemaakt, is geen toestemming.

Verkoop buiten de EER put het merkrecht binnen de EER niet uit; een lidstaat mag geen wereldwijde uitputting invoeren (HvJ 16 juli 1998, C-355/96, Silhouette, r.o. 26 en dictum). Toestemming kan stilzwijgend zijn, maar alleen als de feiten ondubbelzinnig laten zien dat de merkhouder afstand doet van zijn recht. Ze volgt niet uit het ontbreken van een waarschuwing op de producten of uit verkoop zonder contractueel voorbehoud. Wie zich op toestemming beroept, moet die bewijzen (HvJ 20 november 2001, C-414/99 tot en met C-416/99, Davidoff, dictum en r.o. 54).

Kun je toch kopen? Ja, maar alleen met een duidelijk ja van de merkhouder. Mijn advies: houd het simpel en koop van buiten de EER alleen in als je een schriftelijke toestemming van de merkhouder hebt, of als je leverancier je die kan laten zien.

Een vrijwaring van je leverancier beschermt je niet tegen een verbod, hooguit tegen de schade.

Wie moet bewijzen waar het product vandaan komt?

In de regel jij als handelaar: wie zich op uitputting beroept, bewijst de voorwaarden. Werkt de merkhouder met een exclusief of selectief distributienet, dan kan de bewijslast naar de merkhouder verschuiven.

Toont de handelaar aan dat er een reëel gevaar van afscherming van markten bestaat, met name bij een exclusief distributiesysteem, dan moet de merkhouder bewijzen dat de producten eerst buiten de EER op de markt kwamen. Lukt dat, dan bewijst de handelaar alsnog de toestemming (HvJ 8 april 2003, C-244/00, Van Doren, dictum). De reden: noemt de handelaar zijn bron in het net, dan kan de merkhouder die bron afsnijden (r.o. 40).

Bij een Uniemerk mag de bewijslast niet uitsluitend bij de handelaar liggen als vier omstandigheden samenkomen (HvJ 18 januari 2024, C-367/21, HP/Senetic, dictum):

  • geen markering van de markt waarvoor de producten bedoeld zijn;
  • verkoop via een selectief net waarvan de leden alleen aan elkaar of aan eindgebruikers verkopen;
  • inkoop in de EU of EER na een verzekering van de verkoper dat verkoop daar legaal was;
  • een merkhouder die op verzoek weigert de herkomst na te gaan.

Bewijs gaat per partij. In een zaak over Puma-boxershorts bleken de monsters uit één levering namaak; voor die levering bleef het verbod staan. Voor twee andere leveringen kon de groothandel met facturen, kleurcodes en zijn administratie laten zien dat ze van de licentienemer kwamen, en daar was het merkrecht wel uitgeput (Hof Den Haag 23 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1975, r.o. 6.35 en 6.51). Bewaar daarom bij elke levering de partijnummers bij de factuur.

Twijfel je over de herkomst van een partij, of ligt er al een brief van de merkhouder? Laat je bewijspositie toetsen door een advocaat intellectueel eigendomsrecht voordat je inkoopt of antwoordt.

Wanneer kan de merkhouder zich toch verzetten?

Ook na uitputting kan de merkhouder zich tegen verdere verkoop verzetten als hij gegronde redenen heeft. Het voorbeeld uit de wet is een product waarvan de toestand na de eerste verkoop is gewijzigd of verslechterd.

Dat staat in het slot van artikel 2.23 lid 3 BVIE en in artikel 15 lid 2 van Verordening 2017/1001. Het is een voorbeeld, geen volledige lijst (HvJ 11 juli 1996, C-427/93, C-429/93 en C-436/93, Bristol-Myers Squibb, r.o. 39). Ook reputatieschade kan meetellen, bijvoorbeeld bij luxeproducten die bij een discounter belanden (HvJ 23 april 2009, C-59/08, Copad, r.o. 55 en dictum 3).

Ompakken is niet automatisch inbreuk. Voor geneesmiddelen mag het onder vijf voorwaarden: het is nodig om in het land van invoer te verkopen, de oorspronkelijke toestand blijft intact, de verpakking vermeldt wie ompakte en wie de fabrikant is, de presentatie schaadt de reputatie niet, en de merkhouder krijgt vooraf bericht en op verzoek een exemplaar (Bristol-Myers Squibb, dictum 3).

Hier gaat het vaak mis. Mijn advies: verkoop het product zoals het binnenkomt, met originele verpakking, codes en bijsluiter. Moet er iets bij, zoals een Nederlandse sticker of handleiding, zet dan duidelijk op de verpakking wie dat heeft gedaan en meld het de merkhouder voordat je gaat verkopen. Buiten geneesmiddelen zijn die stappen een goede leidraad. Zo neem je het belangrijkste argument van de merkhouder weg.

Je hebt een sommatie ontvangen: wat doe je?

Teken niet meteen en negeer de brief niet. Stop tijdelijk met de verkoop van de betwiste partij, zet per levering je herkomstbewijs op een rij en kies daarna je strategie.

Een sommatie met een korte termijn voelt als een ultimatum. In de eerste dagen doe ik drie dingen.

  1. We stoppen tijdelijk met de verkoop van die partij. Dat kost weinig en houdt je positie zuiver.
  2. We zetten per levering op een rij wat je over de herkomst kunt laten zien.
  3. We kiezen de strategie. Komt de partij aantoonbaar uit de EER en kun je je leverancier gerust noemen, dan leggen we dat op tafel. Dat is meestal de snelste weg naar een regeling.

Wat ik niet doe, is een onthoudingsverklaring met boete tekenen voordat we weten waar de producten vandaan komen.

Hoort je bron bij het net van de merkhouder, dan kan juist de bewijslast verschuiven (Van Doren, HP/Senetic). Wat er op het spel staat: naast een verbod kan de rechter terugroeping of vernietiging van de partij op jouw kosten gelasten, en je bevelen de herkomst en distributiekanalen op te geven (artikel 2.22 lid 1 en 4 BVIE). Hoe ver die opgaveplicht bij parallelhandel reikt, ligt nu voor bij het Hof van Justitie (zaak C-579/25, DelicaSea, prejudiciële vragen van het Hof Den Haag van 2 september 2025). Meer over je verweer lees je bij beschuldigd van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten.

Wat kun je als merkhouder of distributeur doen tegen parallelimport?

Zoek eerst uit waar het lek zit. Komt de partij zonder jouw toestemming van buiten de EER, dan kun je invoer en verkoop laten verbieden. Komt ze uit je eigen net binnen de EER, dan ligt de oplossing vooral in je contracten. Wat je je distributeurs over doorverkoop binnen de EER mag opleggen, begrenst wel het mededingingsrecht; zie daarover de selectieve distributie hieronder.

Dat steekt: je investeert in dealers en je merkbeeld, en een ander verkoopt jouw product goedkoper. Begin bij het lek; daar ligt je sterkste route.

  1. Doe een testaankoop en leg de codes vast, zodat je weet om welke partij het gaat.
  2. Ga na waar die partij voor het eerst is verkocht.
  3. Dicht het lek met heldere afspraken en codes per markt, binnen de grenzen van het mededingingsrecht.

Komt de partij aantoonbaar van buiten de EER, dan kun je verkoop en invoer laten verbieden, zo nodig in kort geding (artikel 2.20 lid 3 onder b en c BVIE).

Tegen een licentienemer helpt het merkrecht alleen bij schending van de afspraken over duur, vorm, waren of diensten, gebied of kwaliteit (artikel 2.32 lid 2 BVIE). Schendt hij een andere bepaling, dan verkoopt hij in de regel met jouw toestemming en is je recht uitgeput (Copad, r.o. 46 en dictum 2).

Een exclusieve distributeur is meestal niet de merkhouder. Een licentiehouder kan alleen met toestemming van de merkhouder een inbreukvordering instellen; een exclusieve licentiehouder ook als de merkhouder na aanmaning niet binnen een redelijke termijn zelf optreedt (artikel 2.32 lid 4 BVIE). In de zaak Van Doren procedeerde de distributeur in eigen naam, met machtiging van de merkhouder (r.o. 8). Zie verder schending van exclusiviteit in een distributieovereenkomst en selectieve distributie.

Praktijkvoorbeeld: een webshop en een partij sneakers

Stel: een webshop koopt via een Duitse groothandel sneakers van een bekend merk, ruim onder de importeursprijs. Dan komt een sommatie: volgens de merkhouder komt de partij uit de Verenigde Staten. Dit is een illustratie, geen echte zaak.

De webshop stopt met de verkoop van die partij en verzamelt facturen, een verklaring van de groothandel dat hij in de EU bij een erkende dealer kocht, en de codes op de dozen. Die dealer noemen wil de groothandel niet. Is het merk een Uniemerk, werkt de merkhouder met een selectief net, staat er geen doelmarkt op de dozen en weigert hij de codes na te trekken, dan zijn dat de omstandigheden uit HP/Senetic. Blijkt de partij toch uit de VS te komen, dan is een regeling over de restvoorraad een voor de hand liggende uitweg.

Wanneer schakel je een advocaat in?

Als handelaar vóór je een grote partij koopt waarvan de herkomst niet zwart op wit staat, en zodra er een sommatie ligt. Als merkhouder of distributeur zodra je een partij buiten je net ziet die je wilt tegenhouden.

Als advocaat intellectueel eigendomsrecht bij MAAK Advocaten zoek ik met je uit waar de producten vandaan komen en wie wat moet bewijzen. Daarna zetten we de stap die bij je doel past: doorverkopen met een gerust hart, een regeling met de merkhouder, of de verkoop laten stoppen. Jij kent je markt en je leveranciers. De merkenrechtelijke vragen, de bewijslast en de procedure nemen wij van je over.

Hoe werkt MAAK Advocaten bij parallelimport?

We beginnen bij herkomst en bewijs en zoeken eerst een regeling. Lukt dat niet, dan procederen we in kort geding of een bodemprocedure, in eerste aanleg en in hoger beroep.

We staan handelaren bij die een sommatie krijgen, en merkhouders en distributeurs die hun net willen beschermen. In de eerste dagen beoordelen we facturen, codes en contracten, leggen we de herkomst per partij vast en stellen we het antwoord of de sommatie op.

Vaak is dat een brief en een gesprek; soms een kort geding. Gaat het om handhaving van je merk in bredere zin, lees dan verder bij advocaat merkenrecht.

Veelgestelde vragen

Is parallelimport legaal?

Ja, voor originele merkproducten die de merkhouder zelf of met zijn toestemming in de Europese Economische Ruimte op de markt heeft gebracht; zijn merkrecht is dan uitgeput (artikel 2.23 lid 3 BVIE). Van buiten de EER mag het alleen met ondubbelzinnige toestemming van de merkhouder.

Wat is het verschil tussen parallelimport en namaak?

Bij parallelimport gaat het om echte producten van de merkhouder die buiten zijn officiële kanaal worden verkocht. Namaak heeft hij nooit gemaakt of laten maken en is altijd merkinbreuk; bij parallelimport hangt het af van waar en door wie het product voor het eerst op de markt is gebracht.

Mag ik merkproducten uit de VS of China in Nederland verkopen?

Alleen met toestemming van de merkhouder. Verkoop buiten de Europese Economische Ruimte put het merkrecht hier niet uit (HvJ Silhouette). Die toestemming moet ondubbelzinnig blijken en volgt niet uit zwijgen of uit het ontbreken van een waarschuwing. Wie zich op toestemming beroept, moet haar bewijzen (HvJ Davidoff).

Mag ik de verpakking van parallel geïmporteerde producten veranderen?

Liever niet. De merkhouder kan zich verzetten als de toestand van het product na de eerste verkoop is gewijzigd of verslechterd (artikel 2.23 lid 3 BVIE). Voor geneesmiddelen gelden vijf voorwaarden, zoals vermelding van wie heeft omgepakt en een melding vooraf aan de merkhouder.

Kan een exclusieve distributeur parallelimport verbieden?

Meestal niet op eigen kracht. Het merkrecht ligt bij de merkhouder; een licentiehouder kan alleen met diens toestemming een inbreukvordering instellen, en een exclusieve licentiehouder ook als de merkhouder na aanmaning niet binnen een redelijke termijn optreedt (artikel 2.32 lid 4 BVIE). Daarnaast kan hij zijn contract inzetten.

Primaire bronnen

Laatst gecontroleerd op 3 november 2026 · volgende relevante datum: het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-579/25 (DelicaSea), datum nog niet bekend

Krijg je een partij merkproducten aangeboden, of een sommatie van een merkhouder? Leg je situatie aan mij voor: bel 020 210 31 38 of stuur je vraag via de pagina advocaat intellectueel eigendomsrecht. — Arnout Gieske

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
Wie ben je?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?