Een onvoorziene omstandigheid is een omstandigheid die bij het sluiten van een overeenkomst in de toekomst lag en waarmee het contract geen rekening houdt. Is zij zo ingrijpend dat je wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding mag verwachten, dan kan de rechter het contract op vordering van een partij wijzigen of ontbinden (artikel 6:258 BW). Risico’s die voor jouw rekening komen, tellen niet mee.
Wie draagt de schade door onvoorziene omstandigheden? Uitgangspunt is dat afspraken bindend zijn. Artikel 6:258 BW geeft geen recht op schadevergoeding, maar laat de rechter de overeenkomst aanpassen of ontbinden. Komt een partij haar verplichtingen niet na, dan moet zij de schade vergoeden, tenzij de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 lid 1 BW en artikel 6:75 BW). Is nakoming nog mogelijk, dan is daarvoor in beginsel eerst verzuim nodig (artikel 6:74 lid 2 BW). In een kort geding uit 2022 over gestegen gasprijzen speelden beide verweren: overmacht en onvoorziene omstandigheden.
Eerder schreven wij over onvoorziene omstandigheden bij prijsstijgingen van grondstoffen in commerciële contracten. Deze blog gaat over de explosief gestegen gasprijzen door de Europese energiecrisis, die mede is ontstaan door de oorlog in Oekraïne. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam achtte het op 13 oktober 2022 in kort geding voorshands aannemelijk dat partijen bij het sluiten van hun leveringsovereenkomsten niet hadden voorzien in deze extreme prijsstijging. Hij sloot niet uit dat de bodemrechter haar als onvoorziene omstandigheid zal aanmerken (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.14). Hieronder lees je wat er speelde en wat je ervan kunt leren voor je eigen contracten.
Wat zijn onvoorziene omstandigheden volgens artikel 6:258 BW?
Een onvoorziene omstandigheid is een omstandigheid die op het moment van het sluiten van de overeenkomst nog in de toekomst lag en die daarin niet is verdisconteerd. Of een omstandigheid is verdisconteerd, stel je vast door de overeenkomst uit te leggen. Het gaat dus niet alleen om de vraag of je haar had kunnen voorzien (HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974, r.o. 3.2.3).
De rechter kan de gevolgen van de overeenkomst wijzigen of de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden, ook met terugwerkende kracht. Dat kan alleen als de onvoorziene omstandigheden van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten (artikel 6:258 lid 1 BW). De rechter doet dat niet voor zover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept (artikel 6:258 lid 2 BW). Hij kan aan de wijziging of ontbinding voorwaarden verbinden (artikel 6:260 lid 1 BW). Van artikel 6:258 BW kun je bij overeenkomst niet afwijken (artikel 6:250 BW).
Onvoorziene omstandigheden zijn iets anders dan overmacht. Bij overmacht gaat het om een tekortkoming die niet te wijten is aan de schuld van de schuldenaar en ook niet krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:75 BW). De schuldenaar hoeft dan geen schadevergoeding te betalen. Bij onvoorziene omstandigheden gaat het om het aanpassen of beëindigen van de overeenkomst zelf.
Hoe verliep de procedure in kort geding?
Op initiatief van Yara Sluiskil, dat kunstmestfabrieken exploiteert, en (de rechtsvoorgangster van) North Sea Port Netherlands N.V. (NSP) legde WarmCO een net aan om restwarmte en CO2 uit de fabrieken van Yara naar het glastuinbouwgebied in Zeeuws-Vlaanderen te transporteren. Vijf glastuinbouwbedrijven (hierna: de tuinders) sloten in 2008 en 2013 met WarmCO een overeenkomst over aansluiting op dat net en levering van warmte en CO2 (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 2.1-2.4).
De gasprijs was in ruim een jaar meer dan vertienvoudigd. Volgens de voorzieningenrechter lag de oorzaak in de Europese energiecrisis, die mede door de oorlog in Oekraïne is ontstaan (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.13). Op 25 augustus 2022 besloot Yara Sluiskil daarom haar ammoniakproductie te verminderen en legde zij een van haar twee grootste ammoniakfabrieken stil. WarmCO meldde de tuinders daarop dat zij het komende teeltseizoen veel minder warmte en CO2 zou leveren (r.o. 2.8-2.9). De tuinders vorderden in kort geding (een spoedprocedure) nakoming van de leveringen, op straffe van een dwangsom van € 1 miljoen per dag met een maximum van € 60 miljoen. Zij richtten hun vorderingen tegen WarmCO, Yara en NSP (r.o. 3.1).
Vordering tot nakoming in kort geding bij onvoorziene omstandigheid
De tuinders vorderden nakoming van de leveringsovereenkomsten door WarmCO. Die overeenkomsten bevatten een overmachtsbepaling en een hardheidsclausule voor onvoorziene omstandigheden (artikel 15 en 17 van de leveringsovereenkomst, ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 2.6). WarmCO beriep zich op beide bepalingen, en daarnaast op artikel 6:75 BW (r.o. 4.4 en 4.9).
Het beroep op overmacht slaagde voorshands niet. De leveringsovereenkomsten maakten deel uit van een project dat Yara en NSP hadden opgezet. Van WarmCO mocht daarom worden verwacht dat zij met Yara bindende afspraken had gemaakt waarmee zij haar leveringen aan de tuinders redelijkerwijs kon waarborgen. Bovendien had Yara zelf besloten fabrieken te sluiten. WarmCO maakte niet duidelijk welke afspraken zij met Yara had, en één korte sommatie per e-mail was volstrekt ontoereikend als inspanning. De tekortkoming kwam dus (ook) voor rekening van WarmCO (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.7-4.8; artikel 6:75 BW).
Voor de onvoorziene omstandigheden kwam het volgens de voorzieningenrechter aan op de vraag of partijen in de mogelijkheid van de omstandigheid hebben willen voorzien, of die stilzwijgend hebben verdisconteerd (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.9). Eén tuinder en WarmCO hadden bij het sluiten van hun overeenkomst kort gesproken over het wegvallen van Yara als enige leverancier, maar daarvoor geen contractuele voorziening getroffen. Volgens de besprekingsverslagen zagen zij een economische crisis in beginsel als wijziging van omstandigheden in de zin van de hardheidsclausule; een dramatische stijging van de energie-inkoopkosten viel daar volgens het verslag normaliter niet onder (r.o. 4.11). Bij de andere overeenkomsten bleek onvoldoende dat was gesproken over uitval van de levering door Yara of extreme prijsstijgingen (r.o. 4.12). De extreme prijsstijging oversteeg de normaal te verwachten prijsstijging en indexering. De voorzieningenrechter achtte het voorshands aannemelijk dat partijen daarin niet hadden voorzien. Hij sloot niet uit dat de bodemrechter zal oordelen dat de tuinders naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomsten mogen verwachten. Volgens de hardheidsclausule moeten partijen in zo’n geval loyaal en vriendschappelijk onderhandelen over een redelijke oplossing (r.o. 4.14). Daar kwam bij dat WarmCO feitelijk niet, of niet op korte termijn, kon leveren. Om beide redenen wees de voorzieningenrechter de vordering tot nakoming af (r.o. 4.15-4.16). Ook de vordering om WarmCO onder dwangsom te laten onderhandelen werd afgewezen, omdat zo’n verplichting niet goed meetbaar is (r.o. 4.26).
Moesten Yara en NSP de leveringen en het transport voortzetten?
De tuinders stelden ook dat Yara en NSP contractueel verplicht waren te zorgen voor voortzetting van de leveringen en het transport. NSP en Yara hadden daarover in 2013 verklaringen afgegeven aan (de rechtsvoorgangers van) drie tuinders, en volgens de tuinders gold dat door een verdichte rechtsverhouding ook voor de andere twee. De voorzieningenrechter oordeelde dat die twee tuinders geen rechten aan de verklaringen konden ontlenen. Bovendien zagen de verklaringen alleen op een volledige staking van de activiteiten van WarmCO, bijvoorbeeld door een faillissement. Daarvan was geen sprake, dus ook deze vordering slaagde niet (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.18-4.22).
Derdenwerking zoals in Vleesmeesters/Alog?
Ten slotte beriepen de tuinders zich op de derdenwerking uit het arrest Vleesmeesters/Alog (HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9069, r.o. 3.4). Zijn de belangen van een derde zo nauw betrokken bij de behoorlijke uitvoering van een overeenkomst dat hij schade of ander nadeel kan lijden als een contractant daarin tekortschiet, dan kunnen de normen van wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt meebrengen dat die contractant met die belangen rekening houdt. Doet hij dat niet terwijl die zorgvuldigheidsnormen dat wel vergen, dan kan hij tegenover de derde aansprakelijk zijn. De voorzieningenrechter vond het in beginsel terecht dat Yara en NSP bij besluiten die de levering aan de tuinders raken ook met de belangen van de tuinders rekening moeten houden. Maar ook als dat een concrete buitencontractuele verplichting is, is dat geen grond om Yara en NSP te veroordelen de verplichtingen van WarmCO over te nemen. Of Yara of NSP aansprakelijk is voor schade van de tuinders, moet in een bodemprocedure worden beoordeeld. De vorderingen werden afgewezen (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.23-4.24).
Wat betekent het vonnis voor de schade van de tuinders?
Voor de tuinders betekende het vonnis dat zij in kort geding geen levering konden afdwingen. Over schadevergoeding besliste de voorzieningenrechter niet. Of Yara of NSP aansprakelijk is voor schade van de tuinders, moet volgens het vonnis in een bodemprocedure worden beoordeeld (ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.23). Een geldvordering tegen WarmCO werd afgewezen, omdat de tuinders geen spoedeisend belang daarbij hadden aangetoond (r.o. 4.29).
Is het oordeel in kort geding definitief?
Artikel 6:258 BW stelt een strenge maatstaf: de wederpartij mag ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet meer verwachten. In deze zaak speelde bovendien een hardheidsclausule in het contract een rol, naast een overmachtsbeding. Het vonnis laat zien hoe belangrijk de formulering van zulke bedingen is.
Een beslissing in kort geding is voorlopig: zij brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale (artikel 257 Rv). De bodemrechter kan dus anders oordelen, in een procedure die met meer procedurele waarborgen is omkleed.
Veelgestelde vragen over onvoorziene omstandigheden
Wat zijn onvoorziene omstandigheden?
Omstandigheden die bij het sluiten van de overeenkomst nog in de toekomst lagen en die daarin niet zijn verdisconteerd; dat laatste stel je vast door uitleg van de overeenkomst (HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974, r.o. 3.2.3). Alleen als zij van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding niet mag verwachten, kan de rechter de overeenkomst wijzigen of ontbinden (artikel 6:258 lid 1 BW).
Wie draagt de schade door onvoorziene omstandigheden?
Uitgangspunt is dat het contract bindend blijft. Artikel 6:258 BW regelt geen schadevergoeding: de rechter kan op vordering van een partij de gevolgen van de overeenkomst wijzigen of haar ontbinden, eventueel met terugwerkende kracht en onder voorwaarden (artikel 6:258 lid 1 en 6:260 lid 1 BW). Schiet een partij tekort, dan moet zij de schade vergoeden, tenzij de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 lid 1 en 6:75 BW). Is nakoming nog mogelijk, dan is daarvoor in beginsel verzuim nodig (artikel 6:74 lid 2 BW).
Zijn gestegen gasprijzen een onvoorziene omstandigheid?
Niet zonder meer. Komt een omstandigheid krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van wie zich erop beroept, dan volgt geen wijziging of ontbinding (artikel 6:258 lid 2 BW). In het kort geding over restwarmte achtte de voorzieningenrechter het voorshands aannemelijk dat partijen niet hadden voorzien in de extreme gasprijsstijging van 2021-2022. Hij sloot niet uit dat de bodemrechter haar als onvoorziene omstandigheid zal aanmerken (Rb. Rotterdam 13 oktober 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 4.14).
Wat is het verschil tussen onvoorziene omstandigheden en overmacht?
Overmacht betekent dat een tekortkoming niet te wijten is aan de schuld van de schuldenaar en ook niet krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:75 BW); hij is dan geen schadevergoeding verschuldigd (artikel 6:74 lid 1 BW). Bij onvoorziene omstandigheden gaat het om wijziging of ontbinding van de overeenkomst door de rechter (artikel 6:258 BW). In de Rotterdamse zaak faalde het beroep op overmacht, terwijl een beroep op onvoorziene omstandigheden mogelijk bleef (r.o. 4.8 en 4.14).
Kun je artikel 6:258 BW in je contract uitsluiten?
Nee. Van artikel 6:258 BW kan bij overeenkomst niet worden afgeweken (artikel 6:250 BW). Je kunt wel in het contract regelen wie welk risico draagt, bijvoorbeeld met een prijsindexering of een hardheidsclausule. Wat de overeenkomst al regelt, is in de regel niet onvoorzien.
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:74, 6:75, 6:250, 6:258 en 6:260
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 257
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974, r.o. 3.2.3
- HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9069 (Vleesmeesters/Alog), r.o. 3.4
- Rb. Rotterdam (vzr.) 13 oktober 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8502, r.o. 2.1-4.29 en beslissing
Hulp nodig bij onvoorziene omstandigheden in je contract?
MAAK Advocaten adviseert onder meer over het contracten- en aansprakelijkheidsrecht. Wil je advies inwinnen over een beding in je overeenkomst voor onvoorziene omstandigheden, of heb je problemen met prijswijzigingen ten gevolge hiervan? Wij brengen graag je juridische positie in beeld, om je vervolgens van een praktisch advies te voorzien en/of je onderneming bij te staan in een gerechtelijke procedure. Neem gerust contact op met onze advocaat contractenrecht of met een van onze andere advocaten in Amsterdam.