Email  |   +31 20 – 210 31 38  |    DE    |    EN

Contractenrecht

blokje-maak-1-1.png

Provisie handelsagent na beëindiging agentuurovereenkomst

Inhoudsopgave

De handelsagent behoudt recht op provisie over overeenkomsten die na beëindiging van de agentuurrelatie tot stand komen, wanneer deze hoofdzakelijk het resultaat zijn van zijn werkzaamheden tijdens het agentschap en binnen een redelijke termijn worden afgesloten volgens artikel 7:431 lid 2 BW.

De beëindiging van een agentuurovereenkomst betekent niet automatisch dat de aanspraak op provisie eindigt. Nederlandse wetgeving beschermt handelsagenten door provisierechten vast te leggen die verder reiken dan de formele einddatum van het agentschap. Deze bescherming erkent de realiteit dat commerciële trajecten vaak maanden duren voordat deals worden gesloten.

Wat zegt artikel 7:431 BW over het recht op provisie van de handelsagent?

Tijdens de looptijd van de agentuurovereenkomst heeft de handelsagent recht op provisie voor overeenkomsten die tot stand komen door zijn tussenkomst, met klanten die hij eerder heeft aangebracht, of met klanten uit de hem toegewezen klantenkring of het toegewezen gebied. Dit laatste geldt, tenzij uitdrukkelijk is afgesproken dat de agent daar geen alleenrecht heeft.

Ook na het einde van de agentuurovereenkomst kan de handelsagent recht hebben op provisie, wanneer de overeenkomst vooral het gevolg is van zijn eerdere werkzaamheden en binnen een redelijke termijn wordt gesloten, of wanneer de bestelling al vóór het einde van de overeenkomst door hem of de principaal is ontvangen. Dit recht vervalt echter als de provisie toekomt aan een voorganger, behalve wanneer het redelijk is de provisie tussen beiden te verdelen. Artikel 7:431 BW dat hierover gaat is als volgt:

Artikel 431

1. De handelsagent heeft recht op provisie voor de overeenkomsten die tijdens de duur der agentuurovereenkomst zijn tot stand gekomen:

a.indien de overeenkomst door zijn tussenkomst is tot stand gekomen;

b.indien de overeenkomst is tot stand gekomen met iemand die hij reeds vroeger voor een dergelijke overeenkomst had aangebracht;

c.indien de overeenkomst is afgesloten met iemand die behoort tot de klantenkring die, of gevestigd is in het gebied dat aan de handelsagent is toegewezen, tenzij uitdrukkelijk is overeengekomen dat de handelsagent ten aanzien van die klantenkring of in dat gebied niet het alleenrecht heeft.

2. De handelsagent heeft recht op provisie voor de voorbereiding van na het einde van de agentuurovereenkomst tot stand gekomen overeenkomsten:

a.indien deze hoofdzakelijk aan de tijdens de duur van de agentuurovereenkomst door hem verrichte werkzaamheden zijn te danken en binnen een redelijke termijn na de beëindiging van die overeenkomst zijn afgesloten, of

b.indien hij of de principaal, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in het eerste lid, de bestelling van de derde heeft ontvangen voor de beëindiging van de agentuurovereenkomst.

3. De handelsagent heeft geen recht op provisie, indien deze krachtens het tweede lid is verschuldigd aan zijn voorganger, tenzij uit de omstandigheden voortvloeit dat het billijk is de provisie tussen hen beiden te verdelen.

Wat bepaalt het recht op provisie na beëindiging van de agentuurovereenkomst?

Het recht op provisie na beëindiging rust op artikel 7:431 lid 2 BW, dat twee specifieke situaties onderscheidt waarin de handelsagent provisie ontvangt over deals gesloten na het einde van de agentuurovereenkomst.

Daarom geldt deze provisieaanspraak wanneer de overeenkomst hoofdzakelijk te danken is aan werkzaamheden die de agent tijdens zijn agentschap heeft verricht. Bovendien moet de deal binnen een redelijke termijn na beëindiging worden afgesloten. Deze tijdspanne verschilt per situatie en hangt af van factoren zoals de complexiteit van het verkoopproces en de gebruikelijke doorlooptijd in de betreffende branche.

Tevens heeft de handelsagent provisierecht wanneer hij of de principaal vóór de beëindiging al een bestelling van de klant heeft ontvangen. In dit geval speelt timing een cruciale rol: de bestelling moet zijn geplaatst voordat de agentuurovereenkomst formeel eindigt, ongeacht wanneer de definitieve overeenkomst wordt getekend.

Praktische toepassing in Amsterdam

Een handelsagent in Amsterdam bemiddelde gedurende twee jaar bij de verkoop van medische apparatuur voor een principaal. Na opzegging van het contract per 31 december werden in januari en februari van het volgende jaar vier opdrachten geplaatst, elk ter waarde van ongeveer € 45.000. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de agent recht had op volledige provisie over drie van deze opdrachten, omdat het verkooptraject langdurig en complex was en de agent alle voorbereidend werk had verricht.

Hoe lang geldt de redelijke termijn voor provisie bij een agentuurrelatie?

De wet spreekt bewust van een “redelijke termijn” in plaats van een vaste periode. Rechtbanken beoordelen deze termijn steeds aan de hand van concrete omstandigheden. Bij medische apparatuur of complexe industriële producten accepteren rechters vaak termijnen van vier tot zes maanden. Daarentegen hanteren zij voor standaard consumentenproducten doorgaans kortere perioden van acht tot twaalf weken.

Essentieel daarbij is dat de rechter kijkt naar de duur van het verkoopproces zoals dat tijdens het agentschap gebruikelijk was. Namelijk wanneer deals normaal gesproken drie maanden van eerste contact tot ondertekening vereisten, geldt een vergelijkbare termijn na beëindiging als redelijk. Deze benadering zorgt ervoor dat de handelsagent profiteert van trajecten die hij daadwerkelijk in gang heeft gezet.

Bewijs van voorbereidende werkzaamheden

De handelsagent draagt de bewijslast voor zijn voorbereidende werkzaamheden. Concreet betekent dit dat hij moet aantonen welke specifieke activiteiten hij heeft verricht die hebben geleid tot de latere overeenkomst. Documentatie zoals offertes, correspondentie, bezoekverslagen en presentaties versterken zijn positie aanzienlijk. Bovendien helpen getuigenverklaringen van klanten over de rol van de agent bij het besluitvormingsproces.

Welke provisie is verschuldigd bij dubbele bemiddeling?

Wanneer zowel de vorige als de nieuwe handelsagent bijdragen aan het sluiten van een deal, ontstaat de vraag wie recht heeft op provisie volgens artikel 7:431 lid 3 BW.

Uitgangspunt daarbij is dat de nieuwe handelsagent geen provisieaanspraak heeft als de oude agent op grond van artikel 7:431 lid 2 BW recht heeft op provisie. De principaal hoeft dus in principe geen dubbele provisie te betalen. Echter kan de rechter onder omstandigheden oordelen dat verdeling van de provisie tussen beide agenten billijker is, gelet op hun respectievelijke bijdragen.

Vervolgens weegt de rechter factoren zoals de mate waarin elk van beide agenten heeft bijgedragen aan het sluiten van de deal. Bijvoorbeeld: de oude agent bereidde het traject voor en voerde initiële gesprekken, terwijl de nieuwe agent de onderhandelingen finaliseerde en contractdetails afwerkte. In zo’n geval kan verdeling naar rato van de inspanningen redelijk zijn.

Hoe verhoudt contractuele afwijking zich tot wettelijke bescherming?

Artikel 7:431 BW is van dwingend recht, waardoor partijen niet ten nadele van de handelsagent kunnen afwijken van deze provisieregeling. Deze bescherming voorkomt dat principalen via contractuele constructies de wettelijke aanspraken uithollen. Niettemin treffen partijen soms afspraken die gunstiger zijn voor de agent dan de wet voorschrijft.

Een agentuurovereenkomst bevatte bijvoorbeeld een clausule waarbij de agent recht had op “volledige provisie voor orders geplaatst binnen drie maanden na beëindiging”. Desondanks schoof de rechtbank deze termijn terzijde toen deze in een juridisch geschil leidde tot discussie. De rechter paste de wettelijke “redelijke termijn” toe en bepaalde deze op vier maanden, omdat het verkoopproces complex en langdurig was. De contractuele termijn van drie maanden werd nietig verklaard voor zover deze de agent in een nadeliger positie bracht dan de wet.

Provisieberekening en onkostenaftrek

De provisie wordt berekend over de bruto waarde van de overeenkomst, zonder aftrek van kosten die de handelsagent normaliter zou maken. Deze benadering erkent dat provisie een beloning vormt voor bemiddelingswerkzaamheden, onafhankelijk van de kostenstructuur van de agent. Niettemin kan bij de vaststelling van een klantenvergoeding rekening worden gehouden met onkosten, wanneer een “aanmerkelijk deel” van de provisie structureel naar kostendekking ging.

Wat gebeurt bij minimaal gebruik van de handelsagent?

Artikel 7:435 lid 1 BW beschermt de handelsagent die zijn verplichtingen nakomt, maar van wiens diensten de principaal geen of aanzienlijk minder gebruik maakt dan normaal verwacht.

In dit geval heeft de agent recht op een beloning, ook al worden er geen of nauwelijks deals gesloten. De rechter bepaalt deze beloning aan de hand van de in voorafgaande perioden verdiende provisie en houdt rekening met bespaarde onkosten. Deze regeling voorkomt dat principalen agenten economisch buitenspel zetten door simpelweg geen opdrachten meer te verstrekken.

Wilt u zekerheid over uw provisieaanspraken na beëindiging van een agentuurovereenkomst? Gespecialiseerde advocaten contractenrecht in Amsterdam analyseren uw situatie en adviseren over de juridische strategie om uw rechten te waarborgen.

Hoe werkt de klantenvergoeding bij beëindiging?

Naast provisierechten heeft de handelsagent bij beëindiging aanspraak op een klantenvergoeding conform artikel 7:442 BW. Deze vergoeding compenseert de waarde die de agent heeft gecreëerd door nieuwe klanten aan te brengen of bestaande klantrelaties aanzienlijk uit te breiden. Voorwaarde daarbij is dat de principaal na beëindiging nog substantiële voordelen geniet uit transacties met deze klanten.

De berekening verloopt in drie fasen. Ten eerste kwantificeert men de voordelen die de principaal uit de aangebrachte klanten haalt. Vervolgens beoordeelt men of aanpassing op grond van billijkheid nodig is, waarbij vooral gekeken wordt naar de gederfde provisie van de agent. Tenslotte toetst men of het bedrag het wettelijke maximum overschrijdt: de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar.

Berekening gemiddelde jaarbeloning

Voor de vaststelling van de klantenvergoeding hanteert men de bruto beloning zonder aftrek van structurele bedrijfskosten. Bijvoorbeeld: een handelsagent verdiende de afgelopen vijf jaar achtereenvolgens € 48.000, € 52.000, € 55.000, € 51.000 en € 59.000. Het gemiddelde bedraagt € 53.000, wat tevens het maximum voor de klantenvergoeding vormt. Indien de billijkheidstoetsing uitwijst dat een vergoeding van € 40.000 passend is, ontvangt de agent dit bedrag.

Welke rol speelt het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen?

Het BBA 1945 is van toepassing op agentuurovereenkomsten, tenzij de handelsagent voor meer dan twee opdrachtgevers werkt, zich door meer dan twee personen laat bijstaan, of het agentschap slechts bijkomstige werkzaamheid vormt. Hierdoor kan voor opzegging van bepaalde agentuurovereenkomsten een ontslagvergunning nodig zijn bij het UWV. Deze verplichting geldt specifiek wanneer in de overeenkomst een persoonlijke arbeidsverplichting valt te lezen.

Desondanks leidt niet-naleving van deze ontslagvergunningsplicht tot schadeplichtigheid op grond van artikel 7:439 lid 1 BW. De schade beloopt in beginsel de provisie over de resterende looptijd of opzegtermijn. Daarnaast blijven de provisierechten na beëindiging onverminderd van kracht, ongeacht of de opzegging rechtmatig was.

Dringende reden als uitzondering

Beëindiging wegens dringende reden vormt een uitzondering op de schadeplichtigheid. Van een dringende reden is sprake bij omstandigheden die onverwijlde beëindiging rechtvaardigen, zoals ernstige plichtsverzuimen of vertrouwensbreuk. De bewijslast rust op de partij die zich op de dringende reden beroept. Bovendien moet deze partij de overeenkomst binnen korte tijd na ontdekking van de feiten beëindigen.

Hoe documenteert u provisieaanspraken effectief?

Systematische documentatie van alle klantcontacten, offertes en onderhandelingsfasen beschermt uw provisierechten optimaal. Maak gebruik van CRM-systemen die automatisch vastleggen wanneer u welke activiteiten voor welke prospect heeft uitgevoerd. Sla correspondentie, presentaties en bezoekverslagen gestructureerd op met duidelijke tijdstempels en klantidentificatie.

Verder helpt periodieke rapportage aan de principaal over lopende trajecten bij het aantonen van uw voorbereidende werkzaamheden. Deze rapporten dienen als objectief bewijs van uw inspanningen en de status van potentiële deals op het moment van beëindiging. Zorg ervoor dat elk rapport ondertekend of per e-mail bevestigd wordt door de principaal.

Wat zijn veelvoorkomende geschilpunten in de praktijk?

Discussies ontstaan regelmatig over de vraag of deals “hoofdzakelijk” te danken zijn aan de werkzaamheden van de vertrokken agent. Principalen stellen soms dat de nieuwe agent of interne verkoopmedewerkers het leeuwendeel van het werk hebben verricht. Daarom is gedetailleerde documentatie essentieel om uw bijdrage objectief aan te tonen.

Tevens leidt de interpretatie van “redelijke termijn” tot geschillen. Principalen hanteren vaak kortere termijnen dan agenten redelijk achten, vooral bij complexe B2B-trajecten. Rechtspraak biedt houvast: de Rechtbank Amsterdam hanteerde vier maanden bij medische apparatuur, terwijl het Gerechtshof Den Haag bij standaard ICT-dienstverlening drie maanden passend vond.

Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over uw specifieke situatie bij beëindiging van een agentuurovereenkomst en provisiegeschillen.

Hoe voorkomt u provisieverlies bij opzegging?

Anticipeer op beëindiging door transparant te communiceren over lopende trajecten en hun status. Leg schriftelijk vast welke prospects zich in welke fase van het verkoopproces bevinden op het moment van opzegging. Specificeer per klant welke concrete stappen u heeft genomen en wat de verwachte doorlooptijd tot deal-closure is.

Overweeg daarnaast om tijdens de opzegtermijn actief door te werken aan lopende trajecten en dit te documenteren. Hoewel u na beëindiging geen nieuwe werkzaamheden meer verricht, toont voortgezette inzet tijdens de opzegtermijn uw commitment aan lopende deals. Dit versterkt uw positie dat deals gesloten kort na beëindiging inderdaad het resultaat zijn van uw voorbereidend werk.

Minnelijke regeling versus procedure

In ongeveer 65% van provisiegeschillen bereiken partijen een minnelijke regeling voordat een rechtszaak nodig is. Deze aanpak bespaart tijd, kosten en reputatieschade. Mediatie door een gespecialiseerde bemiddelaar leidt vaak tot pragmatische oplossingen waarbij beide partijen concessies doen. Bijvoorbeeld: de principaal erkent provisierechten over een selectie van deals, terwijl de agent afziet van aanspraken op twijfelgevallen.

Niettemin blijft gerechtelijke tussenkomst soms onvermijdelijk wanneer principalen elke provisieaanspraak betwisten of weigeren te onderhandelen. Een procedure bij de Rechtbank Amsterdam kost gemiddeld zes tot twaalf maanden, inclusief griffierecht vanaf € 677 voor vorderingen tot € 25.000. Hogere vorderingen brengen hogere griffierechten met zich mee, oplopend tot € 3.772 voor bedragen boven € 200.000.

Welke preventieve maatregelen beschermen uw rechten?

Sluit bij aanvang van het agentschap duidelijke afspraken over provisieberekening, toerekening van deals en documentatieverplichtingen. Leg vast welke criteria bepalen of een deal aan uw bemiddeling wordt toegeschreven. Specificeer procedures voor rapportage van prospects en lopende trajecten aan de principaal.

Bovendien verdient het aanbeveling om periodiek een overzicht bij te houden van aangebrachte klanten en hun waarde voor de principaal. Deze “klantenportfolio” ondersteunt niet alleen provisieclaims na beëindiging, maar ook eventuele aanspraken op klantenvergoeding. Actualiseer dit overzicht minimaal halfjaarlijks en deel het met de principaal voor expliciete of impliciete bevestiging.

De wettelijke bescherming van handelsagenten in Nederland behoort tot de sterkste in Europa. Nederlandse rechtbanken interpreteren artikel 7:431 BW consistent in het voordeel van de agent wanneer twijfel bestaat over provisierechten. Deze bescherming erkent de afhankelijke positie van handelsagenten en de investeringen die zij doen in klantrelaties waarvan de principaal blijvend profiteert.

Contact opnemen met een ervaren advocaat contractenrecht?

Onze ervaren advocaten contractenrecht adviseren, contracteren en procederen. Onze juridische ondersteuning beslaat de gehele levenscyclus van een contract. Van onderhandelingen tot opzegging van de overeenkomst, en alle daartussen. Ons Team Nationaal en Internationaal Contracteren kan u bij uw zakelijke ambities en uitdagingen uitstekend bijstaan. Wij denken actief met u mee en bieden heldere oplossingen, afgestemd op uw specifieke situatie. Neem vandaag nog contact met ons team contractenrecht op en ontdek wat wij voor u kunnen betekenen. Samen zetten we de volgende stap.

+31 (0)20 – 210 31 38
remko.roosjen@maakadvocaten.nl
Contactpersoon: Remko Roosjen | Advocaat / Partner Team Contractenrecht


Veel anderen zochten op deze onderwerpen:

Algemene voorwaarden op laten stellen door een advocaat
Wat is het verschil tussen distributie en agentuur?

Contractbreuk en wanprestatie: wat kan ik ertegen ondernemen?
Leverancierscontract laten controleren
wat staat er in een samenwerkingsovereenkomst?
Opstellen van een franchiseovereenkomst
Wat hoort er te staan in een distributieovereenkomst?
Wat staat er in een NDA (geheimhoudingsovereenkomst)?
Licentieovereenkomst opstellen
Wanneer speelt een boete bij het niet-nakomen van een contract?

Ontbinding, opzegging en vernietiging van een contract

De informatie op deze pagina vormt geen juridisch advies. Er wordt geen aansprakelijkheid geaccepteerd. Voor advies, neem contact op met ons kantoor.

Nieuws & Artikelen

Waar bent u naar op zoek?