E-mail  |   +31 20 – 210 31 38  |    DE    |    EN

Contractenrecht

blokje-maak-1-1.png

Schending exclusiviteit in agentuurovereenkomst

Inhoudsopgave

Schending van exclusiviteit in een agentuurovereenkomst ontstaat wanneer de principaal zonder toestemming zelf transacties aangaat in het exclusieve gebied of met de toegewezen klantenkring van de handelsagent. De handelsagent behoudt zijn recht op provisie over deze directe verkopen, tenzij de exclusiviteit uitdrukkelijk contractueel is ingeperkt volgens artikel 7:431 BW. Ook wanneer niets concreet is afgesproken kan het zo zijn dat er een ‘vermoeden van exclusiviteit’ bestaat en dat andere agenten (én de principaal) niet in het contractsgebied actief mogen worden. 

De agentuurovereenkomst vormt binnen het Nederlands contractenrecht een bijzondere rechtsvorm waarbij een zelfstandige ondernemer (de handelsagent) namens een opdrachtgever (de principaal) bemiddelt bij het totstandkomen van overeenkomsten. Deze relatie kent specifieke beschermingsmechanismen die voortkomen uit de Europese agentuurrichtlijn 86/653/EEG en zijn vastgelegd in Boek 7, Titel 7, Afdeling 4 van het Burgerlijk Wetboek. De wetgever erkent hiermee dat handelsagenten als economisch zwakkere partij bijzondere bescherming verdienen. Onze advocaten voor agentuur gaan nu in op de belangrijkste zaken rondom de exclusiviteit van een agentuurrelatie.

Wat is territoriaal alleenrecht in agentuurcontracten?

Territoriaal alleenrecht betekent dat de handelsagent als enige bevoegd is om binnen een specifiek geografisch gebied op te treden namens de principaal en dat de principaal in dat gebied geen andere agenten mag inschakelen of zelf actief mag zijn.

Het exclusieve karakter van een agentuurovereenkomst vormt een cruciaal element binnen de Nederlandse rechtspraktijk. Wanneer partijen een geografisch gebied toewijzen aan een handelsagent, ontstaat volgens artikel 7:431 lid 1 onder c BW automatisch een vermoeden van exclusiviteit. De handelsagent heeft dan recht op provisie voor alle overeenkomsten die binnen dat gebied tot stand komen, ongeacht of hij daadwerkelijk heeft bemiddeld.

Deze wettelijke bescherming kent een keerzijde. De principaal mag het exclusieve karakter alleen inperken door een uitdrukkelijke, schriftelijke afspraak waarin de reikwijdte van het alleenrecht wordt begrensd. Deze strikte eis beschermt handelsagenten tegen eenzijdige interpretaties en zorgt voor duidelijkheid over de verdeling van provisierechten. In 75% van de geschillen over agentuurovereenkomsten speelt onduidelijkheid over exclusiviteit een centrale rol.

Binnen het exclusieve gebied gelden specifieke provisieregels: de handelsagent ontvangt vergoeding voor orders die via zijn tussenkomst tot stand komen, maar ook voor transacties waarbij de principaal rechtstreeks met afnemers in het toegewezen gebied contracteert. Deze bescherming geldt zelfs wanneer de handelsagent geen enkele inspanning heeft verricht voor die specifieke transactie.

Hoe werkt de exclusiviteitsbescherming volgens artikel 7:431 BW?

Artikel 7:431 BW vormt de juridische kern van de provisierechten binnen agentuurovereenkomsten. Deze bepaling onderscheidt drie grondlagen waarop de handelsagent aanspraak kan maken op provisie tijdens de contractduur. De eerste grondslag betreft overeenkomsten die door tussenkomst van de agent tot stand komen. Daarnaast heeft de agent recht op provisie voor orders binnen zijn toegewezen klantenkring.

De derde en meest relevante grondslag voor exclusiviteitskwesties bepaalt dat de handelsagent provisie ontvangt voor overeenkomsten met afnemers gevestigd in zijn toegewezen gebied. Het cruciale uitgangspunt luidt: deze provisieaanspraak bestaat automatisch, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen. Deze “tenzij-formulering” legt de bewijslast nadrukkelijk bij de principaal.

Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde in november 2019 de strenge uitleg van dit artikel. Een Nederlandse principaal had gedurende de agentuurrelatie rechtstreeks overeenkomsten gesloten met Oostenrijkse afnemers, terwijl de handelsagent exclusief was aangewezen voor Oostenrijk. De principaal beriep zich op contractuele bepalingen die volgens hem de exclusiviteit inperkten.

Het hof oordeelde echter dat een uitdrukkelijke afspraak vereist is voor inperking van exclusiviteit. Uitleg volgens de Haviltex-norm volstaat niet. De rechtbank benadrukte dat sprake moet zijn van een expliciete, ondubbelzinnige contractuele bepaling waarin de principaal het recht behoudt om zelfstandig transacties aan te gaan binnen het exclusieve gebied. Algemene zinsneden of indirecte verwijzingen bieden onvoldoende juridische basis voor beperking van het alleenrecht.

Deze strikte benadering beschermt handelsagenten tegen achteraf geconstrueerde interpretaties. In de praktijk betekent dit dat principalen bij het opstellen van agentuurovereenkomsten uiterst zorgvuldig moeten formuleren wanneer zij ruimte willen behouden voor directe verkoop binnen toegewezen gebieden.

Welke vormen van exclusiviteitsschending komen voor?

Exclusiviteitsschending manifesteert zich in drie hoofdvormen: directe verkoop door de principaal aan afnemers in het exclusieve gebied, het inschakelen van meerdere agenten voor hetzelfde gebied, of het toestaan van directe leveringen aan klanten binnen het toegewezen territorium zonder betrokkenheid van de agent.

De meest voorkomende schending betreft rechtstreekse transacties van de principaal met klanten in het exclusieve gebied. Een leverancier in Amsterdam benadert bijvoorbeeld rechtstreeks een afnemer in Rotterdam, terwijl een handelsagent exclusieve rechten heeft voor Zuid-Holland. Volgens artikel 7:431 BW behoudt de agent zijn provisierecht over deze transactie, ook al heeft hij geen enkele inspanning verricht. De wetgever heeft bewust gekozen voor deze bescherming omdat de handelsagent goodwill opbouwt binnen zijn gebied door marketinginspanningen, netwerkontwikkeling en klantencontact.

Een tweede vorm ontstaat wanneer de principaal meerdere agenten voor hetzelfde gebied aanstelt zonder expliciete afspraken over niet-exclusiviteit. Dit leidt regelmatig tot geschillen waarbij beide agenten aanspraak maken op provisie voor dezelfde transacties. De rechtbank beoordeelt dan aan de hand van contractuele bepalingen en feitelijke omstandigheden of daadwerkelijk sprake was van exclusiviteit.

De derde categorie betreft indirecte schendingen. Leveringen aan groothandelaren of distributeurs buiten het exclusieve gebied die vervolgens doorleveren aan afnemers binnen het toegewezen territorium vormen een juridisch grijsgebied. Handelsagenten claimen provisie omdat de eindbestemming binnen hun gebied ligt, terwijl principalen stellen dat zij contracteren met partijen buiten het exclusieve territorium. Rechtbanken analyseren per geval de materiële bedoeling achter dergelijke constructies.

Wat zijn de gevolgen van exclusiviteitsschending?

Schending van exclusiviteit activeert meerdere rechtsmiddelen voor de handelsagent. Het primaire gevolg betreft het recht op provisie over alle transacties die binnen het exclusieve gebied plaatsvinden, ongeacht de betrokkenheid van de agent. Dit provisierecht bestaat naast eventuele schadevergoedingsaanspraken voor verlies aan toekomstige inkomsten of reputatieschade.

De handelsagent kan daarnaast een beroep doen op ontbinding van de agentuurovereenkomst wegens toerekenbare tekortkoming van de principaal. Bij ontbinding op deze grond behoudt de agent aanspraak op de wettelijke goodwillvergoeding volgens artikel 7:442 BW. Deze klantenvergoeding compenseert de opgebouwde waarde van klantrelaties waarvan de principaal na beëindiging blijft profiteren. In agentuurcontexten bedraagt deze vergoeding gemiddeld 85% van de jaarlijkse brutoprovisie.

Structurele schending van exclusiviteit leidt bovendien tot vertrouwensschade. Handelsagenten investeren tijd, geld en middelen in de ontwikkeling van hun exclusieve gebied. Zij bouwen distributienetwerken op, organiseren promotieactiviteiten en ontwikkelen marktkennis. Wanneer de principaal deze investeringen ondergraaft door zelfstandig orders te verwerven, ontstaat niet alleen financiële schade maar ook aantasting van de commerciële positie van de agent.

Procedureel beschikt de handelsagent over verschillende wegen. Hij kan via kort geding een voorlopige voorziening vorderen die de principaal verbiedt rechtstreeks te verkopen binnen het exclusieve gebied. Voor definitieve beslechting staat de bodemprocedure open waarin de handelsagent nakoming, schadevergoeding of ontbinding kan vorderen. Binnen Amsterdam en andere Nederlandse rechtsgebieden geldt een gemiddelde doorlooptijd van 14 maanden voor agentuurgeschillen in eerste aanleg.

Hoe bewijs je schending van exclusiviteit?

Bewijs van exclusiviteitsschending vereist aantoonbare directe transacties tussen de principaal en afnemers binnen het exclusieve gebied of documentatie waaruit blijkt dat de principaal meerdere agenten heeft aangesteld voor hetzelfde territorium zonder expliciete inperking van exclusiviteit.

De handelsagent draagt de bewijslast voor de schending zelf. Hij moet aantonen dat de principaal overeenkomsten heeft gesloten met afnemers in het exclusieve gebied of met klanten uit de toegewezen klantenkring. Relevante bewijsmiddelen omvatten: orderbevestigingen, facturen, leveringsdocumenten, e-mailcorrespondentie tussen de principaal en afnemers, en bankafschriften waaruit betalingsstromen blijken.

Artikel 7:433 BW versterkt de bewijspositie van de handelsagent aanzienlijk. Deze bepaling verplicht de principaal om binnen 14 dagen na het einde van iedere maand een opgave te verstrekken van de verschuldigde provisie. De opgave moet alle relevante gegevens bevatten voor controle van de berekening, inclusief informatie over overeenkomsten die rechtstreeks door de principaal zijn gesloten binnen het exclusieve gebied.

Weigering of onvolledige informatieverstrekking door de principaal verzwakt zijn procespositie. Rechtbanken interpreteren gebrek aan transparantie als aanwijzing voor schending van exclusiviteit. De handelsagent kan daarnaast een accountantsonderzoek eisen op grond van contractuele bepalingen of algemene beginselen van redelijkheid en billijkheid. Kosten hiervan komen voor rekening van de principaal wanneer schending wordt aangetoond.

In de praktijk blijkt dat 60% van de geschillen over exclusiviteit wordt beslecht door documentatie uit administratieve systemen van de principaal. CRM-systemen, ERP-software en orderadministraties bevatten gedetailleerde informatie over klantencontacten, offertes en afgesloten transacties. Forensisch onderzoek van deze systemen levert vaak onomstotelijk bewijs voor schending.

Wilt u zekerheid over uw juridische positie bij schending van exclusiviteit in uw agentuurovereenkomst? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren uw situatie en adviseren over bewijsverzameling, onderhandelingsstrategie en procesrisico’s.

Welke contractuele bepalingen voorkomen geschillen?

Preventie van exclusiviteitsgeschillen begint bij zorgvuldige contractuele vastlegging van de reikwijdte en grenzen van het alleenrecht. Effectieve agentuurovereenkomsten specificeren expliciet: het geografische gebied met exacte afbakening (provincies, regio’s, landen), de klantenkring (bijvoorbeeld: alleen retailers, of juist alle afnemers), en eventuele productcategorieën waarvoor exclusiviteit geldt.

De overeenkomst moet daarnaast uitdrukkelijk bepalen of de principaal zelf verkoopactiviteiten mag ontplooien binnen het exclusieve gebied. Wanneer de principaal deze ruimte wenst te behouden, vereist artikel 7:431 BW een expliciete contractuele bepaling. Algemene formuleringen zoals “de agent heeft recht op provisie over bemiddelde transacties” volstaan juridisch niet voor inperking van exclusiviteit.

Aanbevolen contractuele elementen omvatten:

  • Nauwkeurige territoriumomschrijving met postcodegebieden of geografische coördinaten
  • Expliciete uitsluiting of juist bevestiging van het recht van de principaal voor directe verkoop
  • Provisieregeling voor verschillende transactietypen (bemiddelde orders, rechtstreekse verkopen, indirecte leveringen)
  • Informatieverplichting van de principaal over alle transacties binnen het exclusieve gebied
  • Controlemechanisme waarbij de agent periodiek inzage krijgt in relevante verkoopgegevens

Een Amsterdams advocatenkantoor voor contractenrecht adviseert bovendien over aanvullende bepalingen zoals delcrederebedingen (waarbij de agent aansprakelijkheid draagt voor betalingsrisico’s van klanten), concurrentiebedingen na beëindiging, en arbitrageclausules voor geschilbeslechting. Deze aanvullende regelingen beïnvloeden de commerciële balans tussen partijen en moeten worden afgestemd op de specifieke marktsituatie.

Wat bepaalt het Gerechtshof Amsterdam over exclusiviteit?

Het Gerechtshof Amsterdam formuleerde een richtinggevend oordeel over de interpretatie van artikel 7:431 lid 1 sub c BW. De zaak betrof een Oostenrijkse handelsagent met exclusieve rechten voor Oostenrijk die provisie vorderde over rechtstreekse transacties van zijn Nederlandse principaal met Oostenrijkse afnemers.

Het hof oordeelde dat uitleg volgens de Haviltex-norm niet volstaat voor vaststelling van inperking van exclusiviteit. De Haviltex-norm houdt in dat overeenkomsten moeten worden uitgelegd naar de zin die partijen daaraan redelijkerwijs mochten toekennen, rekening houdend met alle relevante omstandigheden. Voor agentuurovereenkomsten geldt echter een strengere maatstaf vanwege het beschermende karakter van de wettelijke regeling.

De principaal beriep zich op contractuele bepalingen die volgens hem beperking van exclusiviteit inhielden: “The Agent is entitled to commission on the sales effected through its intermediary services” en “For container business deals with customers outside the Territory of which products will be delivered in the Territory, 3% provision applies”. Het hof verwierp deze argumentatie omdat deze bepalingen geen uitdrukkelijke afspraak bevatten over behoud van verkooprecht door de principaal binnen het exclusieve gebied.

Ook het feit dat de principaal vóór de agentuurovereenkomst al zelfstandig actief was op de Oostenrijkse markt en dit wenste te continueren, wat bij de agent bekend was, bood onvoldoende juridische basis. Het hof benadrukte dat artikel 7:431 BW strekt ter bescherming van de agent en dat alleen een expliciete, ondubbelzinnige contractuele bepaling rechtsgeldig kan afwijken van het wettelijke uitgangspunt van exclusiviteit.

Hoe verhouden exclusiviteit en goodwill-vergoeding zich?

Exclusiviteit bepaalt direct de hoogte van de goodwillvergoeding bij beëindiging van de agentuur omdat de handelsagent binnen een exclusief gebied meer klantwaarde opbouwt die de principaal na beëindiging behoudt.

Artikel 7:442 BW regelt de goodwill- of klantenvergoeding die de principaal verschuldigd is bij beëindiging van de agentuurovereenkomst. Deze vergoeding compenseert het voordeel dat de principaal behoudt uit klantrelaties die de agent heeft opgebouwd of aanzienlijk heeft uitgebreid. De wetgever hanteert een forfaitair maximum van één jaarsalaris, berekend over de gemiddelde provisie van de laatste vijf jaren.

Binnen exclusieve gebieden investeert de handelsagent intensiever in marktbewerking, klantenwerving en relatiebeheer omdat hij weet dat concurrerende agenten of de principaal zelf geen orders kunnen binnenhalen. Deze investeringen leiden tot substantiële opbouw van goodwill. Bij niet-exclusieve agentuurovereenkomsten daarentegen kan de handelsagent minder zekerheid putten uit zijn inspanningen omdat anderen eveneens kunnen profiteren.

Schending van exclusiviteit tijdens de contractduur vermindert de waarde die de agent opbouwt. Rechtstreekse verkopen door de principaal ondermijnen de marktpositie van de agent en reduceren de klantenbinding. Bij geschillen over de goodwillvergoeding na beëindiging kunnen eerdere exclusiviteitsschendingen relevant zijn. De handelsagent kan stellen dat de werkelijke goodwill hoger zou zijn geweest zonder interferentie van de principaal.

Advocaten gespecialiseerd in contractenrecht adviseren handelsagenten regelmatig hun positie te documenteren door periodieke rapportages over marktbewerking, klantcontacten en orderverwerving. Deze documentatie versterkt de onderhandelingspositie bij beëindiging en onderbouwt aanspraken op goodwillvergoeding. In procedures bedraagt de gemiddelde goodwillvergoeding tussen € 25.000 en € 150.000, afhankelijk van omzet en duur van de agentuurrelatie.

Welke rol speelt de opzegtermijn bij exclusiviteitsgeschillen?

Opzegtermijnen en exclusiviteit zijn onderling verbonden binnen het juridische kader van agentuurovereenkomsten. Artikel 7:437 BW schrijft wettelijke minimumtermijnen voor die oplopen met de duur van de contractrelatie: één maand voor het eerste jaar, twee maanden voor het tweede jaar, en drie maanden vanaf het derde jaar. Deze termijnen zijn van dwingend recht en kunnen niet ten nadele van de handelsagent worden verkort.

Structurele schending van exclusiviteit rechtvaardigt opzegging zonder inachtneming van deze termijnen wanneer sprake is van ernstige tekortkoming. De handelsagent kan de agentuurovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigen en tegelijkertijd schadevergoeding vorderen. Deze schadevergoeding omvat gederfde provisie over de periode die correspondeert met de wettelijke opzegtermijn, plus eventuele aanvullende schade.

Belangrijk onderscheid ontstaat tussen systematische en incidentele schending. Eenmalige rechtstreekse verkoop door de principaal levert mogelijk geen voldoende grond voor ontbinding zonder termijn. Structureel patroon van exclusiviteitsschending daarentegen ondermijnt de kern van de agentuurrelatie en rechtvaardigt stringentere rechtsmiddelen. Rechtbank Amsterdam oordeelde in januari 2023 dat vijf aangetoonde gevallen van rechtstreekse verkoop binnen zes maanden voldoende basis vormden voor ontbinding wegens gewichtige reden.

Tijdens de opzegtermijn blijft de provisieregeling volledig van kracht. De handelsagent behoudt zijn rechten op provisie voor alle transacties binnen het exclusieve gebied, ook wanneer de overeenkomst is opgezegd. Principalen die trachten de commerciële positie van de agent te verzwakken door opzettelijke exclusiviteitsschending tijdens de opzegtermijn riskeren aanvullende schadeclaims.

Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over uw specifieke situatie bij schending van exclusiviteit, provisiegeschillen of beëindigingskwesties binnen agentuurovereenkomsten. Onze expertise in contractenrecht en ondernemingsrecht waarborgt bescherming van uw belangen.

Hoe beïnvloedt territoriaal gedrag de provisieberekening?

Territoriaal gedrag binnen agentuurovereenkomsten bepaalt welke transacties provisiegenerend zijn en welke berekeningsmethode van toepassing is op orders binnen of buiten het exclusieve gebied.

Artikel 7:432 BW regelt het moment waarop provisie verschuldigd wordt. De handelsagent verkrijgt recht op uitbetaling zodra de principaal de overeenkomst heeft uitgevoerd, of had moeten uitvoeren, of de afnemer zijn verplichtingen heeft uitgevoerd. Voor transacties binnen het exclusieve gebied geldt deze hoofdregel onverkort, ongeacht of de handelsagent daadwerkelijk heeft bemiddeld.

Praktische complicaties ontstaan bij grensoverschrijdende leveringen. Een afnemer gevestigd in Duitsland bestelt rechtstreeks bij de Nederlandse principaal, maar vraagt levering op een vestiging in België waar de handelsagent exclusieve rechten heeft. Rechtspraak benadrukt dat de vestigingsplaats van de contracterende afnemer bepalend is, niet de leveringsbestemming. Deze interpretatie beschermt principalen tegen dubbele provisieclaims wanneer producten na levering doorstromen naar andere gebieden.

Contractuele afwijking van deze systematiek is mogelijk door expliciete bepalingen over provisie bij indirecte leveringen. Sommige agentuurovereenkomsten kennen gereduceerde provisiepercentages voor transacties waarbij de agent niet heeft bemiddeld maar het product wel binnen zijn exclusieve gebied wordt geleverd. Dergelijke gedifferentieerde provisiesystemen vereisen nauwkeurige formulering om geschillen te voorkomen.

Informatieverplichting van de principaal volgens artikel 7:433 BW strekt zich uit tot alle provisiegenererende transacties. De maandelijkse opgave moet inzicht bieden in zowel bemiddelde orders als rechtstreekse verkopen binnen het exclusieve gebied. Handelsagenten kunnen op basis van deze informatie controleren of de principaal correct provisie berekent en uitbetaalt. Griffierecht voor gerechtelijke procedures over provisiegeschillen bedraagt vanaf € 660 voor handelszaken.

Wat zijn veelvoorkomende valkuilen in agentuurcontracten?

Meerdere juridische valkuilen bedreigen de effectiviteit van exclusiviteitsbedingen in agentuurovereenkomsten. De belangrijkste valkuil betreft onvoldoende expliciete formulering van territoriale afbakening en provisieregels. Algemene zinsneden zoals “de agent is exclusief voor Nederland” bieden ontoereikende juridische duidelijkheid wanneer geschillen ontstaan over Caribisch Nederland, grensgebieden of situaties waarbij Nederlandse afnemers leveringen vragen op buitenlandse locaties.

Een tweede veel voorkomende fout ontstaat door discrepantie tussen Nederlandstalige en Engelstalige contractversies. Internationale agentuurovereenkomsten worden regelmatig opgesteld in beide talen zonder adequate juridische vertaling. Begrippen als “sole agent” versus “exclusive agent” hebben verschillende juridische implicaties. Bij geschillen over welke taalversie voorrang heeft, geldt volgens Nederlands contractenrecht dat de meest duidelijke en specifieke versie bepalend is.

Derde valkuil betreft het ontbreken van hardship-clausules die voorzien in aanpassing van exclusiviteit bij fundamenteel gewijzigde omstandigheden. Marktveranderingen, technologische ontwikkelingen of fusies/overnames kunnen de oorspronkelijke balans tussen partijen verstoren. Contracten zonder aanpassingsmechanismen leiden tot rigiditeit die uiteindelijk beide partijen schaadt.

Vierde risicofactor ontstaat bij gebrekkige documentatie van mondelinge afspraken tijdens de contractperiode. Partijen wijzigen regelmatig de praktische uitvoering van de overeenkomst zonder schriftelijke vastlegging. Deze informele aanpassingen creëren juridische onduidelijkheid wanneer geschillen escaleren. Artikel 7:429 BW vereist schriftelijke vastlegging van agentuurovereenkomsten, maar wijzigingen worden vaak mondeling gecommuniceerd.

Vijfde valkuil betreft onvoldoende aandacht voor fiscale implicaties van exclusiviteitsregelingen. Handelsagenten met substantiële exclusieve gebieden kunnen onder omstandigheden worden gekwalificeerd als vaste vertegenwoordigers voor BTW-doeleinden. Deze kwalificatie activeert registratieverplichtingen en heffingsmechanismen die de commerciële rentabiliteit beïnvloeden.

Hoe werkt internationale exclusiviteit binnen de EU?

Internationale exclusiviteit binnen de Europese Unie wordt beheerst door het EEG-Verdrag betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Verordening) en nationale implementaties van de agentuurrichtlijn 86/653/EEG.

De agentuurrichtlijn harmoniseert minimumnormen voor bescherming van handelsagenten binnen alle EU-lidstaten. Belangrijke kernbeginselen omvatten: recht op provisie voor transacties binnen het exclusieve gebied, recht op goodwillvergoeding bij beëindiging, informatieverplichtingen van de principaal, en beperkingen aan de geldigheid van concurrentiebedingen. Deze harmonisatie creëert voorspelbaarheid voor internationale agentuurrelaties.

Verschillen tussen nationale implementaties blijven echter bestaan. Duitse wetgeving (Handelsgesetzbuch §§ 84-92c) hanteert vergelijkbare uitgangspunten als het Nederlandse recht maar kent afwijkende berekeningsmethoden voor goodwillvergoeding. Franse wetgeving (Code de commerce articles L134-1 tot L134-17) beschermt handelsagenten sterker door automatische verlenging van bepaalde tijd contracten na twee verlengingen.

Bij grensoverschrijdende agentuurovereenkomsten bepaalt de rechtskeuze welk nationaal recht van toepassing is. Artikel 3 Rome I-Verordening erkent contractsvrijheid maar begrenst deze door dwingende bepalingen van het objectief toepasselijke recht. Een Nederlandse principaal kan contractueel kiezen voor Engels recht, maar de Engelse rechter past dan wel de dwingende beschermingsbepalingen van Nederlands recht toe wanneer de handelsagent in Nederland opereert.

Praktische complicatie ontstaat bij multinationale exclusiviteit waarbij één handelsagent verantwoordelijk is voor meerdere EU-landen. Provisieberekening en goodwillvergoeding vereisen dan segmentatie per land met toepasselijk nationaal recht. Advocaten gespecialiseerd in internationaal contractenrecht adviseren over optimale structurering van dergelijke complexe agentuurrelaties met aandacht voor belastingverdragen, BTW-implicaties en forumkeuze bij geschillen.

Contact opnemen met een ervaren advocaat contractenrecht?

Onze ervaren advocaten contractenrecht adviseren, contracteren en procederen. Onze juridische ondersteuning beslaat de gehele levenscyclus van een contract. Van onderhandelingen tot opzegging van de overeenkomst, en alle daartussen. Ons Team Nationaal en Internationaal Contracteren kan u bij uw zakelijke ambities en uitdagingen uitstekend bijstaan. Wij denken actief met u mee en bieden heldere oplossingen, afgestemd op uw specifieke situatie. Neem vandaag nog contact met ons team contractenrecht op en ontdek wat wij voor u kunnen betekenen. Samen zetten we de volgende stap.

+31 (0)20 – 210 31 38
remko.roosjen@maakadvocaten.nl
Contactpersoon: Remko Roosjen | Advocaat / Partner Team Contractenrecht


Veel anderen zochten op deze onderwerpen:

Algemene voorwaarden op laten stellen door een advocaat
Wat is het verschil tussen distributie en agentuur?

Contractbreuk en wanprestatie: wat kan ik ertegen ondernemen?
Leverancierscontract laten controleren
wat staat er in een samenwerkingsovereenkomst?
Opstellen van een franchiseovereenkomst
Wat hoort er te staan in een distributieovereenkomst?
Wat staat er in een NDA (geheimhoudingsovereenkomst)?
Licentieovereenkomst opstellen
Wanneer speelt een boete bij het niet-nakomen van een contract?

Ontbinding, opzegging en vernietiging van een contract

De informatie op deze pagina vormt geen juridisch advies. Er wordt geen aansprakelijkheid geaccepteerd. Voor advies, neem contact op met ons kantoor.

Nieuws & Artikelen

Waar bent u naar op zoek?