Enquêteprocedure

Gepubliceerd · bijgewerkt

Met een enquêteprocedure vraag je de Ondernemingskamer in Amsterdam een onderzoek te laten doen naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon (artikel 2:345 BW). Dat kan alleen als je verzoekbevoegd bent, bijvoorbeeld als aandeelhouder met een voldoende groot belang (artikel 2:346 BW). Blijkt uit het onderzoek van wanbeleid, dan kan de Ondernemingskamer ingrijpende voorzieningen treffen (artikel 2:356 BW).

Hoe verloopt een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer?

De enquêteprocedure verloopt in twee fasen. Eerst beslist de Ondernemingskamer of zij een onderzoek gelast. Daarna kan zij, als het onderzoeksverslag wanbeleid laat zien, op een nieuw verzoek voorzieningen treffen. De procedure geldt voor de nv en de bv, de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij, en voor stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die een onderneming met een verplichte ondernemingsraad in stand houden (artikel 2:344 BW). Zie ook hoe een conflict tussen aandeelhouders ontstaat.

Geschillen die onze ondernemingsrecht advocaten vaak tegenkomen zijn onder andere: overnamegeschillen, activistische aandeelhouders, belangenverstrengeling van bestuurders en geschillen over het beleid van de rechtspersoon en zijn organen.

In Nederland bestaat er de mogelijkheid om in deze gevallen een enquêteprocedure te starten bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. Zie in dit verband ook Reorganisatie.

De ondernemingskamer

De Ondernemingskamer (OK) is een bijzondere kamer van het gerechtshof Amsterdam, gespecialiseerd in het ondernemingsrecht. De OK kan een of meer personen benoemen om een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon (artikel 2:345 lid 1 BW). Is een onmiddellijke voorziening nodig in verband met de toestand van de rechtspersoon of in het belang van het onderzoek, dan kan de OK die op verzoek van de verzoekers in elke stand van het geding treffen, voor ten hoogste de duur van het geding (artikel 2:349a lid 2 BW). Dat kan ook voordat een onderzoek is gelast, maar dan alleen als er naar het voorlopig oordeel van de OK gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen (artikel 2:349a lid 3 BW). Ons team adviseert ook over Advocatenkantoor voor ondernemingsrecht.

Doel enquêteprocedure

De voornaamste redenen om een enquêteprocedure te starten zijn:

  • Het herstel van gezonde verhoudingen;
  • Opening van zaken;
  • Vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor wanbeleid;
  • In de praktijk: een middel dat de verzoeker aanwendt om ook buiten de enquêteprocedure gelegen doelen te bereiken, zoals het verzamelen van materiaal voor aansprakelijkheidsclaims tegen bestuurders/commissarissen.

Wie mag een enquêteverzoek indienen?

Alleen bepaalde personen en organisaties mogen een verzoek bij de OK indienen (artikel 2:346 en 2:347 BW):

  • Bij een nv of bv met een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen: een of meer houders van aandelen of certificaten die alleen of samen ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of aandelen of certificaten met een nominale waarde van ten minste € 225.000 hebben, of zoveel minder als de statuten bepalen (artikel 2:346 lid 1 onder b BW);
  • Bij een nv of bv met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen: houders die alleen of samen ten minste een honderdste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of zoveel minder als de statuten bepalen (artikel 2:346 lid 1 onder c BW). Voor een beursgenoteerde nv of bv geldt een honderdste van het kapitaal of een beurswaarde van ten minste € 20 miljoen (artikel 2:346 lid 1 onder d BW);
  • De rechtspersoon zelf; namens de rechtspersoon kan ook de raad van commissarissen (of bij een one-tier board de niet-uitvoerende bestuurders) het verzoek indienen, en in geval van faillissement de curator (artikel 2:346 lid 1 onder e, lid 2 en lid 3 BW);
  • Bij een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij: ten minste 300 leden, of leden die een tiende van het ledental of van de stemmen vertegenwoordigen, of zoveel minder als de statuten bepalen (artikel 2:346 lid 1 onder a BW);
  • Degenen aan wie daartoe bij de statuten of bij de overeenkomst met de rechtspersoon de bevoegdheid is toegekend;
  • De advocaat-generaal bij het ressortsparket, om redenen van openbaar belang (artikel 2:345 lid 2 BW);
  • Een vereniging van werknemers (vakbond) met leden die in de onderneming werken, die ten minste twee jaar volledige rechtsbevoegdheid heeft en statutair de belangen van werknemers in de bedrijfstak of onderneming behartigt (artikel 2:347 BW).

Structuur enquêteprocedure

Een verzoeker is pas ontvankelijk als hij vooraf schriftelijk zijn bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken kenbaar heeft gemaakt aan het bestuur en de raad van commissarissen, en de rechtspersoon daarna redelijkerwijs de gelegenheid heeft gehad die bezwaren te onderzoeken en maatregelen te nemen (artikel 2:349 lid 1 BW). Dat geldt niet als de rechtspersoon zelf het verzoek doet, en ook niet voor de curator (artikel 2:346 lid 3 BW).

De OK wijst het verzoek alleen toe als blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen (artikel 2:350 lid 1 BW). Wijst de Ondernemingskamer het verzoek toe, dan benoemt zij een of meer onderzoekers en begint het onderzoek. De onderzoekers leggen hun verslag neer bij de griffie van het gerechtshof Amsterdam (artikel 2:353 lid 1 BW). Blijkt uit het verslag van wanbeleid, dan begint de tweede fase: de OK kan dan voorzieningen treffen op verzoek van de oorspronkelijke verzoekers, van andere verzoekbevoegden als het verslag voor hen ter inzage ligt, of van de advocaat-generaal. Dat verzoek moet binnen twee maanden na de nederlegging van het verslag worden gedaan (artikel 2:355 lid 1 en 2 BW). De wet noemt de mogelijke voorzieningen limitatief, bijvoorbeeld de schorsing of vernietiging van een besluit en de schorsing of het ontslag van een bestuurder (artikel 2:356 BW). Een deel daarvan is tijdelijk; de OK bepaalt hoe lang zo’n voorziening geldt (artikel 2:357 lid 1 BW).

Wat kenmerkt de enquêteprocedure?

Verzoekgerechtigden: Een enquêteprocedure kan worden gestart door:

  • Aandeelhouders en certificaathouders die de drempel van artikel 2:346 lid 1 BW halen (afhankelijk van het kapitaal een tiende, € 225.000 nominaal of een honderdste, tenzij de statuten minder bepalen)
  • Leden van een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij (artikel 2:346 lid 1 onder a BW)
  • Vakbonden die voldoen aan artikel 2:347 BW
  • De advocaat-generaal, om redenen van openbaar belang
  • De rechtspersoon zelf (namens hem ook de raad van commissarissen, en bij faillissement de curator)
  • Personen aan wie de statuten of een overeenkomst met de rechtspersoon die bevoegdheid geven

Verloop van de procedure:

  1. Eerste fase: De Ondernemingskamer beoordeelt of er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen. Bij een positief oordeel wordt een onderzoeker benoemd.
  2. Onderzoeksfase: De aangewezen onderzoeker stelt een rapport op over de gang van zaken binnen de vennootschap.
  3. Tweede fase: op verzoek beoordeelt de Ondernemingskamer op basis van het onderzoeksverslag of er sprake was van wanbeleid en welke voorzieningen zij treft.

Welke doelen dient de enquêteprocedure?

De enquêteprocedure dient meerdere doelen:

  1. Sanering en herstel van gezonde verhoudingen
  2. Opening van zaken
  3. Vaststelling van verantwoordelijkheid voor wanbeleid
  4. Preventieve werking

Het enquêterecht wordt beschouwd als een krachtig instrument, vooral vanwege de mogelijkheid tot het treffen van ingrijpende (onmiddellijke) voorzieningen. Hoewel grote enquêteprocedures vaak in het nieuws komen, wordt deze procedure ook regelmatig toegepast bij kleinere ondernemingen.

Hoe start je een enquêteprocedure?

De procedure begint met een schriftelijk verzoek van een verzoekbevoegde, zoals een aandeelhouder met een voldoende groot belang (artikel 2:346 lid 1 onder b en c BW), om een onderzoek te laten instellen naar het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon (artikel 2:345 lid 1 BW). Voordat je het verzoek indient, moet je je bezwaren schriftelijk aan het bestuur en de raad van commissarissen hebben voorgelegd (artikel 2:349 lid 1 BW). De Ondernemingskamer wijst het verzoek alleen toe als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen (artikel 2:350 lid 1 BW).

Welke rol heeft de Ondernemingskamer?

De Ondernemingskamer speelt een belangrijke rol in deze procedure en kan ook beslissen dat het onderzoeksverslag ter inzage ligt voor door haar aangewezen personen of voor iedereen (art. 2:353 lid 2 BW). Dit bevordert de openheid en kan bijdragen aan een oplossing van de geschillen binnen de rechtspersoon.

De enquêteprocedure is een belangrijk instrument in het Nederlandse ondernemingsrecht dat wordt gebruikt om onderzoek te doen naar het beleid en de gang van zaken binnen een vennootschap. Het hoofddoel is het herstellen van gezonde verhoudingen binnen de onderneming.

Welke voorzieningen kan de Ondernemingskamer treffen?

De Ondernemingskamer kan verschillende maatregelen treffen: Zie in dit verband ook Zakendoen in Duitsland.

Onmiddellijke voorzieningen: op verzoek van de verzoekers kan de Ondernemingskamer in elke stand van het geding een onmiddellijke voorziening treffen als de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek dat vereist, voor ten hoogste de duur van het geding (artikel 2:349a lid 2 BW). Is nog geen onderzoek gelast, dan moeten er naar het voorlopig oordeel van de Ondernemingskamer gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen (artikel 2:349a lid 3 BW).

Voorbeelden van zulke tijdelijke maatregelen zijn:

  • Schorsing van bestuurders of commissarissen
  • Tijdelijke benoeming van bestuurders of commissarissen
  • Schorsing van besluiten
  • Tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer

Voorzieningen na het onderzoek: blijkt uit het verslag van wanbeleid, dan kan de Ondernemingskamer een of meer van deze voorzieningen treffen (artikel 2:356 BW):

  • Schorsing of vernietiging van een besluit van het bestuur, de commissarissen, de algemene vergadering of een ander orgaan
  • Schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen
  • Tijdelijke aanstelling van bestuurders of commissarissen
  • Tijdelijke afwijking van bepalingen van de statuten
  • Tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer
  • Ontbinding van de rechtspersoon; die spreekt de Ondernemingskamer niet uit als het belang van de leden of aandeelhouders, van de werknemers of het openbaar belang zich daartegen verzet (artikel 2:357 lid 7 BW)

Wat gebeurt er na het onderzoek?

Na afronding van het onderzoek kunnen de oorspronkelijke verzoekers de Ondernemingskamer vragen om wanbeleid vast te stellen en voorzieningen te treffen; ook andere verzoekbevoegden kunnen dat als het verslag voor hen ter inzage ligt, en de advocaat-generaal. Dat moet binnen twee maanden na de nederlegging van het verslag (artikel 2:355 en 2:356 BW). Dit kan leiden tot maatregelen zoals het ontslag van bestuurders of commissarissen, of zelfs de ontbinding van de rechtspersoon. Tegen beschikkingen van de Ondernemingskamer staat beroep in cassatie bij de Hoge Raad open; ook de rechtspersoon kan dat instellen, ook als hij bij de Ondernemingskamer niet is verschenen (artikel 2:359 lid 1 BW).

Waarom is transparantie van belang?

Een belangrijk aspect van de enquêteprocedure is dat deze zowel gericht is op het herstellen van gezonde verhoudingen binnen de onderneming als op het bieden van transparantie en het vaststellen van verantwoordelijkheid voor mogelijk wanbeleid. Dit kan een preventieve werking hebben en bijdragen aan het vertrouwen in de rechtspersoon.

Veelgestelde vragen over de enquêteprocedure

Wie kan een enquêteprocedure starten?

Bij een bv of nv met een geplaatst kapitaal tot € 22,5 miljoen: aandeelhouders of certificaathouders die alleen of samen ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal hebben of aandelen met een nominale waarde van € 225.000. Bij een groter kapitaal is dat een honderdste. De statuten kunnen een lagere drempel noemen (artikel 2:346 lid 1 BW). Ook de rechtspersoon zelf, een vakbond onder de voorwaarden van artikel 2:347 BW en de advocaat-generaal kunnen een verzoek doen.

Moet ik mijn bezwaren eerst aan het bestuur voorleggen?

Ja. Je moet je bezwaren vooraf schriftelijk kenbaar maken aan het bestuur en de raad van commissarissen en de rechtspersoon redelijkerwijs de tijd geven om ze te onderzoeken en maatregelen te nemen. Anders ben je niet-ontvankelijk (artikel 2:349 lid 1 BW). Die eis geldt niet als de rechtspersoon zelf verzoekt of als de curator dat doet.

Kan de Ondernemingskamer meteen ingrijpen?

Ja. Op verzoek van de verzoekers kan de Ondernemingskamer in elke stand van het geding een onmiddellijke voorziening treffen, zoals de schorsing van een bestuurder of de benoeming van een tijdelijke bestuurder, voor ten hoogste de duur van het geding. Is nog geen onderzoek gelast, dan moeten er naar haar voorlopig oordeel gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen (artikel 2:349a lid 2 en 3 BW).

Wie betaalt de kosten van het onderzoek?

In beginsel de rechtspersoon (artikel 2:350 lid 3 BW). Na het verslag kan de Ondernemingskamer op verzoek van de rechtspersoon bepalen dat de kosten worden verhaald op de verzoekers als het verzoek niet op redelijke grond is gedaan, of op een bestuurder, commissaris of werknemer die verantwoordelijk is voor het onjuiste beleid (artikel 2:354 BW).

Heb ik een advocaat nodig voor een enquêteprocedure?

Ja. De verzoekers en de rechtspersoon verschijnen bij advocaat of worden bijgestaan door hun advocaten (artikel 2:349a lid 1 BW). De Ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed.

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat enquêteprocedure in?

MAAK Advocaten behartigt graag je belangen en onze advocaten hebben de kennis en ervaring die je zoekt. Door cliënten worden we aanbevolen vanwege onze daadkrachtige, to-the-point en praktische oplossingen. Voor al je vragen rondom enquêteprocedures staan we je dan ook graag bij met advies en juridische ondersteuning. Onze ervaren advocaat commercial law, Remko Roosjen, staat je graag als eerste te woord en bespreekt met je de zaak en de uitdagingen die voorliggen.

Wat kan ons advocatenkantoor betekenen bij een enquêteprocedure?

Zijn de verhoudingen binnen je vennootschap vastgelopen? Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam. Wij staan aandeelhouders, bestuurders en commissarissen bij in enquêteprocedures bij de Ondernemingskamer, zowel aan de kant van de verzoeker als aan de kant van de vennootschap die zich verweert.

De enquête is een zwaar middel en dat maakt de voorbereiding bepalend. De Ondernemingskamer beoordeelt of er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen, en wat je daarvoor aandraagt moet meer zijn dan onvrede over een genomen besluit. Wij beoordelen of je dossier die drempel haalt en welke feiten daadwerkelijk gewicht in de schaal leggen.

Vaak is het onmiddellijke-voorzieningenspoor belangrijker dan het onderzoek zelf. Een tijdelijke bestuurder, schorsing van een besluit of overdracht van aandelen ten titel van beheer kan een impasse doorbreken lang voordat een onderzoeker rapport uitbrengt. Wij bepalen met je welke voorziening je positie werkelijk verbetert.

Verweer je je juist tegen een verzoek, dan onderzoeken wij of de verzoeker wel bevoegd is, of het beleid de toets doorstaat en of een minder ingrijpende oplossing voorhanden is. Een enquête is voor een onderneming kostbaar en belastend; voorkomen is doorgaans beter dan winnen.

Wil je weten wat je positie is? Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor een gesprek met een specialist ondernemingsrecht.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
Wie ben je?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?