Als opdrachtgever kun je een aannemingsovereenkomst beëindigen door opzegging of ontbinding. Opzeggen mag te allen tijde, maar dan betaal je de prijs voor het hele werk, verminderd met de besparingen van de aannemer (artikel 7:764 BW). Ontbinden kan bij een tekortkoming van de aannemer, in de regel pas als hij in verzuim is (artikel 6:265 BW). Voor het niet-uitgevoerde deel betaal je dan niets.
De bouwsector kampt regelmatig met tijdsdruk, personeelstekorten en planning problemen. Aannemers die uit hun planning lopen door te veel projecten tegelijk, opdrachtgevers die betalingstermijnen niet nakomen, of kwaliteitsproblemen die escaleren, deze situaties dwingen partijen tot moeilijke beslissingen. Beëindiging van de aannemingsovereenkomst vormt daarbij een juridisch kruispunt met potentieel verstrekkende financiële consequenties.
Voor aannemingsovereenkomsten gelden specifieke wettelijke regels uit titel 12 van Boek 7 Burgerlijk Wetboek (artikel 7:750 BW en verder). Daarnaast worden regelmatig standaardvoorwaarden zoals UAV 2012, AVA 2013 of AVV 1998 van toepassing verklaard. Deze voorwaarden wijken soms af van de wet, wat extra aandacht vereist bij beëindiging. Verkeerde keuzes leiden in veel gevallen tot kostbare juridische procedures.
Wat betekent ontbinding van de aannemingsovereenkomst juridisch?
Ontbinding beëindigt de aannemingsovereenkomst voor de toekomst wanneer de wederpartij tekortschiet in de nakoming van haar verbintenissen. Die tekortkoming hoeft niet toerekenbaar te zijn, maar ontbinding is niet mogelijk als de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, moet de schuldenaar bovendien in verzuim zijn.
Artikel 6:265 BW vormt de algemene wettelijke grondslag voor ontbinding van wederkerige overeenkomsten. Voor aannemingsovereenkomsten geldt daarnaast artikel 7:756 BW, dat een ruimere ontbindingsmogelijkheid biedt. Volgens lid 1 kan de rechter de overeenkomst op vordering van de opdrachtgever geheel of gedeeltelijk ontbinden als al vóór de vastgestelde tijd van oplevering waarschijnlijk wordt dat het werk niet op tijd of niet behoorlijk wordt opgeleverd.
Deze verruimde ontbindingsmogelijkheid kent een belangrijke voorwaarde: alleen de rechter kan deze ontbinding uitspreken. Hij bepaalt ook de gevolgen en kan er voorwaarden aan verbinden (artikel 7:756 lid 3 BW). Buiten de rechter om ontbind je met een schriftelijke verklaring; is de overeenkomst langs elektronische weg gesloten, dan kan dat ook elektronisch (artikel 6:267 lid 1 BW). Dat kan ook al vóór de opleveringsdatum: als vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn, als je uit een mededeling van de aannemer moet afleiden dat hij zal tekortschieten, of als je goede gronden hebt om dat te vrezen en hij niet voldoet aan een schriftelijke aanmaning met opgave van die gronden om zich binnen een daarin gestelde redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen (artikel 6:80 lid 1 BW).
Welke voorwaarden gelden voor rechtsgeldige ontbinding van de aanneemovereenkomst?
Voor ontbinding is een tekortkoming nodig: de wederpartij komt een verplichting niet, niet op tijd of niet goed na. Die tekortkoming hoeft niet toerekenbaar te zijn; toerekenbaarheid is wel nodig voor schadevergoeding (artikel 6:74 BW). Iedere tekortkoming geeft in beginsel de bevoegdheid tot ontbinding, tenzij zij gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). Bij kleine gebreken of een korte vertraging kan dat het geval zijn.
Bovendien moet de wederpartij in de regel in verzuim zijn, tenzij nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is (artikel 6:265 lid 2 BW). Verzuim ontstaat meestal door een ingebrekestelling: een schriftelijke aanmaning waarin je een redelijke termijn voor de nakoming stelt. Het verzuim treedt in als nakoming binnen die termijn uitblijft (artikel 6:82 lid 1 BW). De wet noemt geen vast aantal dagen; wat redelijk is, hangt af van de aard en de omvang van wat nog moet gebeuren.
Soms ontstaat verzuim zonder ingebrekestelling. Dat is zo als een voor de nakoming bepaalde termijn verstrijkt, tenzij blijkt dat die termijn een andere strekking heeft, en als je uit een mededeling van de aannemer moet afleiden dat hij zal tekortschieten, bijvoorbeeld bij een ondubbelzinnige weigering om verder te werken (artikel 6:83 onder a en c BW). Blijkt uit zijn houding dat aanmaning nutteloos is, dan volstaat een schriftelijke mededeling dat je hem aansprakelijk stelt (artikel 6:82 lid 2 BW).
Hoe werkt de financiële afwikkeling na ontbinding?
Ontbinding heeft geen terugwerkende kracht – de overeenkomst eindigt op het moment van ontbinding (artikel 6:269 BW). Partijen worden bevrijd van de verbintenissen die door de ontbinding worden getroffen. Voor prestaties die al zijn verricht, ontstaat een verbintenis tot ongedaanmaking (artikel 6:271 BW).
In theorie betekent dit dat de aannemer betaalde termijnen terugbetaalt en de opdrachtgever het geleverde teruggeeft. Bij een deels gebouwd werk kan dat meestal niet. Sluit de aard van de prestatie ongedaanmaking uit, dan komt daarvoor een vergoeding in de plaats ter hoogte van de waarde op het moment van ontvangst. Beantwoordde het werk niet aan de overeenkomst, dan is die vergoeding beperkt tot de waarde die het werk voor jou in de gegeven omstandigheden werkelijk had (artikel 6:272 BW). Gebreken drukken die waarde dus.
Een fictief voorbeeld: de aanneemsom is € 200.000 en je hebt € 120.000 betaald. Na de ontbinding wordt de waarde van het uitgevoerde werk, rekening houdend met de gebreken, vastgesteld op € 105.000. Dan moet de aannemer je € 15.000 terugbetalen. Hoe de waarde precies wordt bepaald, hangt af van de omstandigheden.
Daarnaast moet de partij wier tekortkoming de grond voor ontbinding was, de schade vergoeden die de ander lijdt doordat de overeenkomst wordt ontbonden in plaats van nagekomen (artikel 6:277 lid 1 BW). Kan de tekortkoming niet aan de aannemer worden toegerekend, dan geldt die plicht alleen binnen de grenzen van artikel 6:78 BW: hooguit tot het bedrag van het voordeel dat hij door de tekortkoming heeft genoten (artikel 6:277 lid 2 BW). Denk aan meerkosten voor voltooiing door een andere aannemer, kosten van deskundigen en vertragingsschade, zoals huurderving.
Wanneer kun je een aannemingsovereenkomst opzeggen?
Opzegging door de opdrachtgever is te allen tijde mogelijk, geheel of gedeeltelijk, en zonder opgave van redenen (artikel 7:764 lid 1 BW). Je betaalt dan de prijs voor het hele werk, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien, tegen aflevering van het werk dat al klaar is (artikel 7:764 lid 2 BW). Besparingen zijn de kosten die de aannemer door de opzegging niet meer hoeft te maken.
Deze bevoegdheid heeft alleen de opdrachtgever; de wet geeft de aannemer geen vergelijkbaar opzeggingsrecht. De aannemer kan wel ontbinden als de opdrachtgever tekortschiet. Ook kan hij de rechter om ontbinding vragen als al vóór de oplevering waarschijnlijk wordt dat de opdrachtgever niet op tijd of niet behoorlijk zal nakomen, of dat hij zelf de overeenkomst niet zal kunnen uitvoeren door een omstandigheid die hem niet kan worden toegerekend (artikel 7:756 lid 2 BW). Opzegging vereist geen ingebrekestelling, geen rechterlijke tussenkomst en geen tekortkoming van de aannemer.
Opzegging is vormvrij: zij kan schriftelijk, mondeling of zelfs door gedragingen (artikel 3:37 lid 1 BW). Schriftelijke opzegging verdient voor het bewijs wel sterk de voorkeur. Je kunt de opzegging ook door een deurwaarder laten betekenen; dan is goed vast te stellen wanneer de aannemer haar heeft ontvangen.
De UAV 2012 kennen een vergelijkbare regeling: de opdrachtgever is bevoegd de aannemer op te dragen het werk in onvoltooide staat te beëindigen (§ 14 lid 7 UAV 2012). Of de AVA 2013 of de AVV 1998 een soortgelijke regeling bevatten, lees je na in de voorwaarden zelf.
Welke financiële verplichtingen ontstaan bij opzegging van de aanneemovereenkomst?
Volgens artikel 7:764 lid 2 BW betaal je de prijs voor het hele werk, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien. Was de prijs afhankelijk van de werkelijk door de aannemer te maken kosten, dan wordt de prijs berekend op grond van de gemaakte kosten, de verrichte arbeid en de winst die de aannemer over het hele werk zou hebben gemaakt. Deze besparingen omvatten alle kosten die de aannemer niet hoeft te maken doordat hij het werk niet voltooit.
Echter, reeds gemaakte kosten vormen geen besparingen. Heeft de aannemer materialen ingekocht die niet retourneerbaar of herbruikbaar zijn? Dan behoren deze tot de te betalen aanneemsom. Hetzelfde kan gelden voor kosten van personeel met doorlopende contracten of van onderaannemers met vastgelegde afspraken, voor zover de aannemer die kosten niet meer kan vermijden, bijvoorbeeld door het personeel elders in te zetten.
Over de hoogte van de besparingen ontstaat vaak discussie. De aannemer kent zijn eigen kosten het best. Vraag hem daarom om een onderbouwde opgave van wat hij al heeft uitgegeven, welke verplichtingen hij nog heeft en wat hij door de opzegging bespaart.
In de praktijk betekent dit: ook als je vroeg in het bouwproces opzegt, kan wat je betaalt flink hoger zijn dan de waarde van wat er staat. De aannemer houdt in beginsel zijn winst op het hele werk, en materialen zijn vaak al besteld, personeel is ingepland en onderaannemers zijn gecontracteerd.
Een fictief rekenvoorbeeld: de aanneemsom is € 300.000 en het werk is voor 30% klaar. De aannemer toont aan dat hij door de opzegging € 90.000 bespaart, bijvoorbeeld aan arbeid en materiaal die hij niet meer hoeft in te zetten. Je betaalt dan € 300.000 min € 90.000 = € 210.000, terwijl maar 30% van het werk is gerealiseerd.
Hoe bepaal je de juiste beëindigingsmethode?
Ontbinding is voor de opdrachtgever meestal goedkoper dan opzegging: je betaalt in beginsel alleen de waarde van wat al is gepresteerd, niet de prijs voor het hele werk. Ontbinding vereist wel een tekortkoming en in de regel verzuim. Blijkt achteraf dat je niet mocht ontbinden, dan kan je verklaring worden uitgelegd als een opzegging, met de financiële gevolgen van artikel 7:764 BW.
Dat risico is reëel. Beroept een opdrachtgever zich op ontbinding, maar oordeelt de rechter of arbiter dat er geen tekortkoming of geen verzuim was, dan kan de beëindigingsverklaring worden aangemerkt als opzegging op grond van artikel 7:764 BW. Of dat zo is, hangt af van wat je schreef en hoe de aannemer dat mocht begrijpen.
Waarom ontstaan juridische misverstanden bij beëindiging?
Communicatie speelt een belangrijke rol. Een e-mail waarin de opdrachtgever schrijft “we trekken de stekker eruit” kan juridisch als opzegging worden geduid, ook al bedoelde de afzender ontbinding. Formulering bepaalt de juridische kwalificatie en daarmee de financiële gevolgen.
Daarom verdient het aanbeveling om:
- Exacte juridische terminologie te gebruiken in beëindigingsverklaringen
- Expliciet te vermelden of je ontbindt of opzegt
- Bij ontbinding de tekortkoming gedetailleerd te specificeren
- Te verwijzen naar eerdere ingebrekestellingen met data en termijnen
- Een advocaat vooraf de beëindigingsverklaring te laten opstellen
Welke strategische overwegingen zijn relevant?
Timing vormt een belangrijke factor. Bij langdurige schorsing van het werk door omstandigheden in jouw risicosfeer (bezwaarprocedures, aangetroffen verontreiniging, archeologische vondsten) kan opzegging voordeliger zijn dan voortzetting. De aannemer kan dan schade door stilstand claimen. Onder de UAV 2012 wordt schade die de aannemer door een schorsing lijdt hem vergoed, en mag hij het werk in onvoltooide staat beëindigen als de schorsing van het hele werk langer dan zes maanden duurt (§ 14 lid 4 en 6 UAV 2012).
Een fictief voorbeeld: door vergunningsproblemen ligt het werk zes maanden stil en de aannemer claimt € 80.000 aan stilstandschade. Zeg je op, dan betaal je de prijs voor het hele werk minus de besparingen van de aannemer. Reken beide scenario’s door voordat je kiest: bij opzegging betaal je ook voor wat er al staat, maar loopt de stilstandschade niet verder op.
Documentatie van de werkstand is belangrijk bij beëindiging. Laat de stand van het werk onafhankelijk opnemen, bijvoorbeeld via een (spoed)plaatsopneming bij de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen of door een deurwaarder die een proces-verbaal van constatering opmaakt. Deze vastlegging bepaalt de basis voor financiële afwikkeling bij zowel ontbinding als opzegging.
Wat zijn de gevolgen van beëindiging voor termijnstaten?
Na ontbinding verliezen termijnstaten hun betekenis als betalingsschema, omdat de verbintenissen voor de toekomst vervallen. Wat de aannemer voor het uitgevoerde werk krijgt, volgt uit de waarde ervan (artikel 6:272 BW), niet uit een pro-ratatoepassing van de overeengekomen termijnen. Meerkosten voor voltooiing door een derde vallen onder de schadevergoeding (artikel 6:277 BW).
Termijnstaten baseren zich op het uitgangspunt van volledige uitvoering. Bij beëindiging door ontbinding zijn echter vooral de meerdere kosten en schade van de opdrachtgever relevant, denk aan deskundigenkosten voor kwaliteitsbeoordeling, meerkosten voor inschakeling van een nieuwe aannemer, en eventuele gevolgschade.
Hoe verhoudt opname van het werk zich tot beëindiging?
Voordat je het werk door een derde laat voltooien, is een grondige opname noodzakelijk. Dit geldt sterker voor ontbinding dan voor opzegging, maar blijft in beide gevallen waardevol. De Raad van Arbitrage in bouwgeschillen biedt hiervoor onder meer een (spoed)plaatsopneming aan.
Deze investering voorkomt discussies over:
- Exacte voltooiingspercentage op moment van beëindiging
- Kwaliteit van het uitgevoerde werk
- Aanwezige materialen en bouwstoffen
- Eventuele gebreken of tekortkomingen
- Noodzakelijke herstelwerkzaamheden
Bij gewijzigde scope of niet-voltooiing is deze opname een belangrijk bewijsmiddel voor de vergoeding die de aannemer toekomt; die vergoeding zelf volgt bij opzegging uit artikel 7:764 lid 2 BW en bij ontbinding uit artikel 6:272 BW. Zonder gedocumenteerde opname ontstaan bewijsproblemen die een procedure flink kunnen vertragen.
Welke rol spelen standaardvoorwaarden bij beëindiging?
Standaardvoorwaarden kunnen eigen beëindigingsregels bevatten. Paragraaf 14 UAV 2012 regelt bijvoorbeeld de beëindiging in onvoltooide staat: de aannemer heeft dan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij door de niet-voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de door de beëindiging bespaarde kosten (§ 14 lid 10 UAV 2012).
Deze regeling lijkt sterk op de wettelijke opzeggingsregeling van artikel 7:764 lid 2 BW: ook hier begint de berekening bij de prijs voor het hele werk. Een verschil is dat de UAV 2012 de kosten van de niet-voltooiing uitdrukkelijk bij de aannemingssom optellen. Ook mag de aannemer onder de UAV 2012 in sommige gevallen zelf het werk in onvoltooide staat beëindigen, bijvoorbeeld als de schorsing van het hele werk langer dan zes maanden duurt of als het werk door omstandigheden die voor rekening van de opdrachtgever komen meer dan twee maanden ononderbroken is vertraagd (§ 14 lid 6 en 8 UAV 2012).
Artikel 7:764 BW is geen dwingend recht: partijen kunnen in hun contract een andere vergoedingsregeling afspreken. Lees daarom altijd eerst de voorwaarden die op jouw overeenkomst van toepassing zijn. Voor de bouw van een woning in opdracht van een consument gelden aanvullende regels, waarvan niet ten nadele van de consument kan worden afgeweken, behalve bij een standaardregeling (artikel 7:765 en 7:769 BW). Zo heeft de consument in de regel het recht de overeenkomst te ontbinden gedurende drie dagen nadat hem de akte of een afschrift daarvan ter hand is gesteld; dat recht ontstaat niet opnieuw als partijen binnen zes maanden na zo’n ontbinding voor dezelfde woning opnieuw een overeenkomst sluiten (artikel 7:766 lid 2 BW); dat geldt niet als de woning wordt gebouwd op grond die hem al toebehoort en de overeenkomst niet samenhangt met de koop van die grond (artikel 7:766 lid 3 BW).
Waarom vereist beëindiging onder standaardvoorwaarden extra aandacht?
Standaardvoorwaarden kunnen termijnen en formaliteiten voorschrijven naast die van het BW. Volgens § 46 lid 1 UAV 2012 stelt de opdrachtgever de aannemer schriftelijk in gebreke met een redelijke termijn, net als in artikel 6:82 BW. Blijft de aannemer nalatig, dan mag de opdrachtgever het werk voor rekening van de aannemer voltooien of laten voltooien; in dringende gevallen mag hij al eerder maatregelen nemen. Naleving van deze regels is belangrijk voor een rechtsgeldige beëindiging.
Bovendien kennen standaardvoorwaarden vaak een arbitrageregeling. Volgens § 49 UAV 2012 worden geschillen beslecht door arbitrage volgens het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor de Bouw (nu: Raad van Arbitrage in bouwgeschillen), en niet door de gewone rechter. Begin je toch een bodemzaak bij de rechter, dan verklaart die zich onbevoegd als de wederpartij zich vóór alle weren op de arbitrageafspraak beroept, tenzij die ongeldig is (artikel 1022 Rv). Een kort geding bij de voorzieningenrechter blijft wel mogelijk (artikel 1022a Rv).
Let daarom bij contractsluiting op:
- Welke standaardvoorwaarden van toepassing zijn verklaard
- Of afwijkende beëindigingsregelingen zijn opgenomen
- Welke geschillenregeling geldt
- Of specifieke termijnen of formaliteiten gelden
- Hoe vergoedingsberekening is geregeld bij beëindiging
Hoe voorkom je een patstelling bij beëindiging?
Een patstelling ontstaat wanneer je verklaring noch als ontbinding noch als opzegging kwalificeert: er was geen tekortkoming of geen verzuim, en je schreef ook niet duidelijk dat je opzegde. De overeenkomst loopt dan gewoon door. De aannemer kan nakoming vorderen, en jij kunt alsnog opzeggen, met de gevolgen van artikel 7:764 BW.
Een voorbeeld maakt dit risico duidelijk. Een opdrachtgever stuurt een e-mail met de tekst “we trekken de stekker eruit”, gevolgd door een brief van zijn advocaat over gedeeltelijke ontbinding. Oordeelt de rechter dat er op dat moment geen tekortkoming was, maar ook geen duidelijke opzegging, dan heeft de ontbinding geen effect en is evenmin opgezegd.
Het gevolg kan zijn dat beide partijen in die procedure met lege handen staan: de aannemer krijgt geen aanneemsom op basis van opzegging, en de opdrachtgever krijgt geen ontbinding erkend. Zo’n impasse kan tot langdurige procedures leiden.
Welke best practices minimaliseren beëindigingsrisico’s?
Vroegtijdige juridische advisering blijft de belangrijkste bescherming. Laat een gespecialiseerde advocaat met betrekking tot aansprakelijkheden in de bouw de situatie analyseren voordat je beëindigingsstappen zet. Deze analyse omvat:
- Beoordeling of ontbinding mogelijk is op basis van gedocumenteerde tekortkomingen
- Verificatie of correcte ingebrekestelling heeft plaatsgevonden
- Inschatting van financiële consequenties bij ontbinding versus opzegging
- Formulering van juridisch waterdichte beëindigingsverklaring
- Voorbereiding van werkopname en bewijsverzameling
Gedegen documentatie tijdens de uitvoering voorkomt bewijsproblemen achteraf. Leg tekortkomingen vast via e-mails, foto’s, rapporten van onafhankelijke deskundigen en schriftelijke waarschuwingen. Deze documentatie ondersteunt ontbinding en verzwakt verweer van de wederpartij.
Wil je zekerheid over je juridische positie bij een problematische aannemingsovereenkomst? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je specifieke situatie en adviseren over de optimale beëindigingsstrategie, rekening houdend met financiële gevolgen en procedurele risico’s.
Welke specifieke situaties vragen om beëindiging?
Langdurige stagnatie, kwaliteitsgebreken die herstel onmogelijk maken, en betalingsproblemen vormen de meest voorkomende redenen voor beëindiging van aannemingsovereenkomsten. Elk scenario vraagt om een specifieke juridische benadering die aansluit bij de feitelijke omstandigheden en contractuele context.
Hoe beëindig je bij herhaalde tekortkomingen?
Herhaalde kleinere tekortkomingen kunnen gezamenlijk een ontbindingsgrond opleveren, ook al rechtvaardigt elke individuele tekortkoming op zichzelf geen ontbinding. Denk aan een aannemer die structureel:
- 30 minuten tot een uur later dan afgesproken verschijnt
- Materialen van mindere kwaliteit levert dan gespecificeerd
- Opruimwerkzaamheden verwaarloost
- Communicatie over voortgang achterwege laat
Cumulatief kunnen deze gedragingen duiden op gebrek aan professionaliteit en commitment. Documenteer elke tekortkoming separaat en verzend bij voortzetting steeds schriftelijke waarschuwingen. Deze patroonvorming ondersteunt later een ontbindingsverzoek.
Wanneer prevaleert opzegging boven voortzetting?
Bij risico’s in de sfeer van de opdrachtgever kan opzegging strategisch voordelig zijn. Bijvoorbeeld bij vergunningsproblemen die schorsing van zes maanden of langer veroorzaken. De aannemer bouwt stagnatieschade op voor stilstand van personeel, materieel en onderaannemers.
Reken het door: loopt de stilstandschade elke maand verder op, dan kan opzegging de totale kosten beperken, ook al betaal je bij opzegging de prijs voor het hele werk minus de besparingen van de aannemer (artikel 7:764 lid 2 BW). Opzegging werkt dan als middel om verdere schade te beperken.
Ook bij fundamentele wijzigingen van de scope tijdens de uitvoering kan opzegging, eventueel gedeeltelijk (artikel 7:764 lid 1 BW), de voorkeur verdienen boven een contractwijziging. Een nieuwe aannemer kan het gewijzigde werk dan uitvoeren zonder de oude planning en afspraken.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij beëindiging?
De grootste fout bij beëindiging is onduidelijke communicatie over de gekozen rechtsgrond. Een tweede fout is onvoldoende documentatie van tekortkomingen en verzuim, waardoor ontbinding achteraf niet hard te maken valt. Beide fouten kunnen ertoe leiden dat je verklaring als opzegging wordt uitgelegd, met kostbare financiële gevolgen.
Waarom mislukken ontbindingen in de praktijk?
Te vroege ontbinding zonder correcte ingebrekestelling is de belangrijkste valkuil. In de regel moet je de aannemer schriftelijk een redelijke termijn geven om alsnog na te komen (artikel 6:82 lid 1 BW). De wet noemt geen vast aantal dagen. Wat redelijk is, hangt af van de omstandigheden, zoals de aard van het gebrek en de spoed; bij acute veiligheidsrisico’s kan een korte termijn redelijk zijn.
Zonder ingebrekestelling ontstaat dan geen verzuim en mislukt de ontbinding, behalve als het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt (artikel 6:83 BW), in de gevallen van artikel 6:80 BW, of als nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is (artikel 6:265 lid 2 BW). Je beëindigingsverklaring kan dan als opzegging worden uitgelegd, met de financiële gevolgen van artikel 7:764 BW. Neem de vereisten daarom nauwkeurig in acht.
Onvoldoende specificatie van de tekortkoming vormt een tweede probleem. Een algemene klacht als “je werkt te langzaam” of “de kwaliteit deugt niet” voldoet niet. Specificeer exact:
- Welke contractuele verplichting is geschonden
- Op welke data en tijden de tekortkoming zich voordeed
- Waarin de tekortkoming bestaat (afwijking van specificatie, termijnoverschrijding, etc.)
- Welke schade of nadeel hieruit voortvloeit
- Welk herstel binnen welke termijn wordt verlangd
Welke communicatiefouten leiden tot geschillen?
Gemengde signalen tussen partijen vertroebelen de juridische kwalificatie. Bijvoorbeeld: eerst ontbinding aankondigen, daarna toch in onderhandeling treden over minnelijke beëindiging, vervolgens opzegging communiceren. Deze inconsistentie maakt achteraf onduidelijk welke beëindigingsgrond partijen voor ogen stond.
Mondeling opzeggen van de aanneemovereenkomst kan, maar maakt het bewijs lastig. Een buitengerechtelijke ontbinding moet je schriftelijk doen, of elektronisch als de overeenkomst langs elektronische weg is gesloten (artikel 6:267 lid 1 BW). De wederpartij kan het bestaan of de datum van de beëindiging betwisten. Zonder bewijsstuk ontstaat onzekerheid over het moment waarop de verplichtingen eindigen.
Verstuur je verklaring daarom aangetekend én per e-mail, of laat een deurwaarder haar betekenen. Een verklaring werkt pas als zij de ontvanger heeft bereikt. Zij werkt toch als zij hem niet of niet tijdig bereikt door zijn eigen handeling, door de handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is, of door andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt (artikel 3:37 lid 3 BW). Deze formaliteit lijkt overdreven, maar voorkomt maanden discussie over de vraag óf en wanneer de beëindiging plaatsvond.
Veelgestelde vragen over het beëindigen van een aannemingsovereenkomst
Kun je als opdrachtgever een aannemingsovereenkomst altijd opzeggen?
Ja. De opdrachtgever is te allen tijde bevoegd de overeenkomst geheel of gedeeltelijk op te zeggen (artikel 7:764 lid 1 BW). Je hoeft geen reden te geven. Wel moet je de prijs voor het hele werk betalen, verminderd met de besparingen van de aannemer (artikel 7:764 lid 2 BW). Je contract kan een andere regeling bevatten, want artikel 7:764 BW is geen dwingend recht.
Wat kost het opzeggen van een aannemingsovereenkomst?
Je betaalt de prijs voor het hele werk, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien, tegen aflevering van het werk dat al klaar is. Was de prijs afhankelijk van de werkelijke kosten, dan betaal je de gemaakte kosten, de verrichte arbeid en de winst die de aannemer over het hele werk zou hebben gemaakt (artikel 7:764 lid 2 BW).
Wanneer kun je een aannemingsovereenkomst ontbinden?
Bij een tekortkoming van de aannemer, tenzij die gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). In de regel moet de aannemer eerst in verzuim zijn, meestal na een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn (artikelen 6:265 lid 2 en 6:82 BW). Je ontbindt met een schriftelijke verklaring (artikel 6:267 lid 1 BW) of via de rechter (artikel 6:267 lid 2 BW). Dreigt het werk niet op tijd of niet behoorlijk klaar te komen, dan kan de rechter al vóór de opleveringsdatum ontbinden (artikel 7:756 lid 1 BW).
Kan een aannemer de aannemingsovereenkomst opzeggen?
Niet op grond van de wet: artikel 7:764 BW geeft alleen de opdrachtgever een opzeggingsrecht. De aannemer kan wel ontbinden als de opdrachtgever tekortschiet (artikel 6:265 BW), of de rechter om ontbinding vragen als al vóór de oplevering waarschijnlijk wordt dat de opdrachtgever niet behoorlijk zal nakomen (artikel 7:756 lid 2 BW). Onder de UAV 2012 mag de aannemer het werk in onvoltooide staat beëindigen bij een schorsing van het hele werk van meer dan zes maanden (§ 14 lid 6 UAV 2012).
Wat gebeurt er met het al gebouwde werk na ontbinding?
Ontbinding werkt niet terug (artikel 6:269 BW). Voor wat al is gepresteerd, ontstaat een verbintenis tot ongedaanmaking (artikel 6:271 BW). Kan een deels gebouwd werk niet worden teruggegeven, dan betaal je in plaats daarvan de waarde ervan; voldeed het werk niet aan de overeenkomst, dan is dat de waarde die het voor jou werkelijk had (artikel 6:272 BW).
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:37
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:74, 6:80, 6:82, 6:83, 6:265, 6:267, 6:269, 6:271, 6:272 en 6:277
- Burgerlijk Wetboek Boek 7: artikel 7:750, 7:756, 7:764, 7:765, 7:766 en 7:769
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 1022 en 1022a
- Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), § 14, § 46 en § 49
Vragen over het beëindigen van een aannemingsovereenkomst?
Twijfel je tussen opzeggen en ontbinden? Laat je contract, de toepasselijke voorwaarden en je correspondentie beoordelen voordat je een verklaring verstuurt. Wij maken vooraf een prijsafspraak.