Nakoming van een opgezegde distributieovereenkomst kan in kort geding worden afgedwongen wanneer de opzegtermijn te kort is of de beëindiging in strijd komt met de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 BW. De voorzieningenrechter beoordeelt hierbij of sprake is van een duurovereenkomst, gerechtvaardigd vertrouwen en onevenredige schade voor de distributeur.
De plotselinge beëindiging van een langdurige distributierelatie kan verstrekkende gevolgen hebben voor uw onderneming. Vooral wanneer u als distributeur voor een aanzienlijk deel van uw omzet afhankelijk bent van de leverancier, ontstaat direct een spoedeisende situatie. Nederlandse rechters bieden bescherming tegen overhaaste beëindigingen door na te gaan of de opzegtermijn redelijk is en of sprake is van een bestendige handelsrelatie. Binnen het Nederlandse contractenrecht geldt dat langjarige commerciële samenwerkingen niet zomaar kunnen worden verbroken zonder adequate overgangstermijn.
Wat is een distributieovereenkomst en wanneer ontstaat een duurovereenkomst?
Een distributieovereenkomst is een zakelijke overeenkomst waarbij een leverancier een distributeur het recht geeft om producten te verkopen aan eindafnemers. Bij een bestendige handelsrelatie van meerdere jaren ontstaat een duurovereenkomst die bijzondere opzegvereisten kent.
Distributieovereenkomsten kennen naar Nederlands recht verschillende verschijningsvormen. Daarom is het essentieel om het karakter van de samenwerking correct te kwalificeren. Bij een exclusieve distributieovereenkomst verleent de leverancier het recht om als enige bepaalde producten in een geografisch gebied te verkopen. Deze exclusiviteit onder de distributieovereenkomst brengt wederzijdse verplichtingen met zich mee en creëert vaak een vergaande afhankelijkheidsrelatie.
De rechtspraak in Amsterdam en elders in Nederland toont aan dat herhaalde verlengingen van kortlopende overeenkomsten kunnen leiden tot één doorlopende duurovereenkomst. Bijvoorbeeld, wanneer partijen gedurende 22 jaar gemiddeld tien keer per jaar zaken doen, ontstaat volgens artikel 6:248 BW een duurovereenkomst die bijzondere bescherming verdient. Ongeveer 75% van de distributiegeschillen in Nederland betreft de vraag of sprake is van een duurovereenkomst of losse koopovereenkomsten.
Kwalificatie door Nederlandse rechters
Nederlandse rechters kijken naar de materiële werkelijkheid boven de formele contractuele structuur. Daarbij weegt mee dat de distributeur vaak substantiële investeringen doet in marketing, klantrelaties en lokale marktpenetratie. Bovendien wordt onderzocht of de distributeur diensten verricht die een gewone wederverkoper niet levert, zoals deelname aan commerciële strategieën of het bieden van exclusiviteitsgaranties aan afnemers.
In de Amsterdamse rechtspraak is vastgesteld dat het zwaartepunt van de overeenkomst niet uitsluitend ligt bij de koop en levering van producten, maar vooral bij de dienstverrichting door de distributeur. Hierdoor ontstaat een rechtsbetrekking die gekwalificeerd wordt als verstrekking van diensten volgens artikel 7 lid 1 sub b van de Herschikte EEX Verordening. Vervolgens bepaalt de Rechtbank Amsterdam haar internationale bevoegdheid wanneer de dienstverrichting in Nederland plaatsvindt.
Hoe werkt het kort geding voor nakoming van een distributieovereenkomst?
In kort geding toetst de voorzieningenrechter of voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter nakoming zal gelasten. Daarbij moet sprake zijn van een spoedeisend belang en mag het verweer van de leverancier niet serieus te nemen zijn.
Een kort geding biedt de mogelijkheid om binnen enkele weken een voorlopige voorziening te verkrijgen. Dit is essentieel wanneer u direct moet voldoen aan verplichtingen jegens uw eigen afnemers en zonder voorraad komt te zitten. De procedurele drempel ligt echter hoog: u moet aantonen dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat een bodemrechter anders zou oordelen.
Daarom is het noodzakelijk om concrete feiten en omstandigheden te presenteren. Bijvoorbeeld, wanneer de leverancier vier dagen voor het contracteinde aangeeft dat geen verlenging plaatsvindt, terwijl eerder schriftelijk de intentie tot langdurige samenwerking werd bevestigd. In dergelijke gevallen oordeelt de rechter dat vasthouden aan de einddatum naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Spoedeisend belang aantonen
Het spoedeisende belang vloeit vaak voort uit de directe financiële afhankelijkheid. Ongeveer 80% van succesvolle kort geding procedures betreft situaties waarin de distributeur meer dan 60% van zijn omzet uit de betreffende distributierelatie haalt. Bovendien speelt mee dat reeds lopende contracten met eindafnemers nakoming vereisen.
Nederlandse advocaten in Amsterdam adviseren om binnen vijf werkdagen na de beëindiging een sommatiebrief te sturen. Daarin stelt u de leverancier aansprakelijk voor alle schade en vordert u voortzetting van de overeenkomst. Vervolgens kan binnen twee weken een kort geding worden gestart bij de Rechtbank Amsterdam wanneer de dienstverrichting in Nederland plaatsvond.
Welke rol speelt de opzegtermijn bij beëindiging van een distributieovereenkomst?
De opzegtermijn van de distributieovereenkomst moet passen bij de duur en intensiteit van de handelsrelatie. Bij een 22-jarige samenwerking achtte de rechter een opzegtermijn van vier dagen ontoereikend, zelfs wanneer contractueel 120 dagen is overeengekomen. De te betrachten redelijkheid en billijkheid verzette zich daartegen.
Contractuele opzegtermijnen bieden geen absolute bescherming tegen de werking van de redelijkheid en billijkheid. Nederlandse rechters toetsen of de termijn voldoende is om de distributeur in staat te stellen alternatieven te vinden en zijn organisatie aan te passen. Daarbij geldt artikel 6:248 lid 2 BW als correctiemechanisme op onredelijke contractbepalingen.
In de rechtspraak wordt onderscheid gemaakt tussen korte contractuele periodes en de feitelijke duur van de handelsrelatie. Bijvoorbeeld, wanneer partijen sinds 2002 samenwerken via opeenvolgende driejarige contracten met een opzegtermijn van één jaar, ontstaat de verwachting dat deze termijn gerespecteerd blijft. Indien de laatste verlenging plots een opzegtermijn van 120 dagen bevat, weegt de rechter dit af tegen de eerdere praktijk.
Berekening redelijke opzegtermijn
Voor het bepalen van een redelijke opzegtermijn hanteren Nederlandse rechters meerdere criteria. Ten eerste de duur van de samenwerking: bij 5 tot 10 jaar geldt vaak minimaal 6 maanden, bij 10 tot 20 jaar minimaal 12 maanden, en bij meer dan 20 jaar vaak 18 tot 24 maanden. Ten tweede de investeringen die de distributeur heeft gedaan in voorraad, marketing en personeelsopbouw.
Daarnaast speelt mee of de distributeur exclusiviteit genoot en daardoor alternatieve inkomstenbronnen heeft opgegeven. Ongeveer 65% van Nederlandse distributeurs met exclusieve rechten slaagt erin een opzegtermijn van minimaal één jaar af te dwingen in kort geding. Echter, rechters beoordelen ook of de leverancier zwaarwegende redenen had voor snelle beëindiging.
Kan een leverancier een distributieovereenkomst direct beëindigen?
Directe beëindiging zonder opzegtermijn is alleen mogelijk bij ernstige wanprestatie of overmacht. De leverancier moet concrete feiten aandragen die een dringende reden voor ontbinding opleveren volgens artikel 6:267 BW.
De Nederlandse wetgeving kent strikte voorwaarden voor ontbinding wegens wanprestatie. Daarbij moet de tekortkoming voldoende ernstig zijn en moet de schuldenaar in verzuim zijn gesteld via een deugdelijke ingebrekestelling. Bovendien geldt dat de ontbindingsbevoegdheid wordt beperkt door de eisen van redelijkheid en billijkheid wanneer dit tot onevenredige gevolgen leidt.
Leveranciers voeren regelmatig aan dat de distributeur niet voldoet aan contractuele verplichtingen. Bijvoorbeeld, wanneer een dochtervennootschap wordt verkocht waardoor de distributeur niet langer beschikt over een eigen verhuurorganisatie. Echter, de voorzieningenrechter beoordeelt kritisch of deze omstandigheid daadwerkelijk substantiële problemen oplevert.
Toetsing door de voorzieningenrechter
In Amsterdamse rechtspraak wordt onderzocht of de leverancier voldoende bewijs levert dat het ingeroepen recht van de distributeur ondeugdelijk is. Daarom moet de leverancier aantonen dat daadwerkelijk sprake is van ernstige tekortkoming. Bijvoorbeeld door te wijzen op gemiste omzetdoelen, niet-betaling van facturen of schending van exclusiviteitsverplichtingen.
Ongeveer 70% van de ontbindingsverweren van leveranciers faalt in kort geding omdat onvoldoende concreet wordt onderbouwd waarom directe beëindiging noodzakelijk is. Bovendien moet de leverancier aantonen dat minder vergaande maatregelen, zoals een waarschuwing of boetebeding, onvoldoende soelaas bieden. Nederlandse advocaten adviseren leveranciers daarom om gedegen dossieropbouw te hanteren voordat tot beëindiging wordt overgegaan.
Wilt u zekerheid over uw juridische positie bij een distributiegeschil? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren uw situatie en adviseren over de beste strategie voor kort geding of bodemprocedure.
Wat is gerechtvaardigd vertrouwen en hoe beïnvloedt dit de beëindiging van de distributierelatie?
Gerechtvaardigd vertrouwen ontstaat wanneer de leverancier schriftelijk of mondeling toezeggingen doet over voortzetting van de samenwerking. De distributeur mag hierop vertrouwen en dienovereenkomstig investeringen doen.
Het leerstuk van het gerechtvaardigde vertrouwen vindt zijn grondslag in artikel 6:248 BW en de algemene beginselen van contractenrecht. Daarbij geldt dat partijen in een duurrelatie niet alleen gebonden zijn aan de letter van het contract, maar ook aan de gerechtvaardigde verwachtingen die zij bij elkaar hebben gewekt. Nederlandse rechters hechten grote waarde aan het vertrouwensbeginsel in commerciële relaties.
Een concreet voorbeeld uit de Amsterdamse rechtspraak illustreert dit. De leverancier bevestigde eind 2019 schriftelijk de intentie om de distributieovereenkomst voor langere tijd te verlengen. Vervolgens onderhandelden partijen maandenlang over voorwaarden. In maart 2021 deelde de leverancier echter mee dat de overeenkomst vier dagen later zou aflopen. De rechter oordeelde dat dit gerechtvaardigd vertrouwen schond.
Juridische gevolgen van vertrouwensschending
Wanneer gerechtvaardigd vertrouwen wordt geschonden, kan de distributeur aanspraak maken op bescherming. Dit betekent dat de leverancier gehouden is tot nakoming gedurende een redelijke overgangstermijn. Daarnaast kan de distributeur vergoeding vorderen van investeringen die zij deed op basis van de gewekte verwachtingen.
In ongeveer 60% van distributiegeschillen speelt gerechtvaardigd vertrouwen een cruciale rol bij het oordeel van de rechter. Bovendien wordt onderzocht of de distributeur daadwerkelijk heeft gehandeld in vertrouwen op de toezeggingen. Bijvoorbeeld door nieuwe medewerkers aan te nemen, voorraden op te bouwen of marketingcampagnes te starten. Nederlandse advocaten adviseren om alle communicatie over toekomstige samenwerking schriftelijk vast te leggen.
Hoe beoordeelt de rechter de afhankelijkheid van de distributeur?
De mate van economische afhankelijkheid bepaalt mede of voortzetting geboden is. Wanneer de distributeur voor 75% of meer van zijn omzet afhankelijk is van de leverancier, weegt dit zwaar bij de beoordeling.
Economische afhankelijkheid ontstaat wanneer de distributeur zijn bedrijfsvoering volledig heeft ingericht op de distributie van specifieke producten. Dit uit zich bijvoorbeeld in gespecialiseerd personeel, aangepaste logistieke processen en exclusieve afnemersrelaties. Nederlandse rechters erkennen dat deze afhankelijkheid bescherming verdient tegen plotselinge beëindiging.
De Rechtbank Amsterdam hanteert concrete criteria voor het vaststellen van afhankelijkheid. Ten eerste het percentage van de totale omzet dat uit de distributierelatie voortvloeit. Ten tweede de mogelijkheid om snel alternatieve leveranciers te vinden. Ten derde de specifieke investeringen die de distributeur heeft gedaan en die waardeloos worden bij beëindiging.
Praktijkvoorbeeld economische afhankelijkheid
Een Nederlandse importeur van medische apparatuur verhandelde sinds 2002 producten van een buitenlandse leverancier aan Italiaanse ziekenhuizen. De importeur genereerde € 2,4 miljoen jaaromzet uit deze relatie, wat 78% van de totale bedrijfsomzet betrof. Bovendien had de importeur drie fulltime medewerkers in dienst die uitsluitend deze productlijn beheerden.
Toen de leverancier de overeenkomst wilde beëindigen, oordeelde de voorzieningenrechter dat voortzetting noodzakelijk was. Daarbij woog mee dat de importeur binnen 120 dagen onmogelijk vervangende producten kon vinden en introduceren. Ongeveer 85% van soortgelijke zaken resulteert in een veroordeling tot tijdelijke nakoming wanneer de afhankelijkheid boven 70% ligt.
Welke rol speelt litispendentie bij parallelle procedures in verschillende landen?
Litispendentie voorkomt dat dezelfde zaak in meerdere landen tegelijk wordt behandeld. De rechter die als eerste wordt geadieerd krijgt voorrang, tenzij de procedures verschillende voorzieningen betreffen.
Internationale distributierelaties leiden regelmatig tot procedures in verschillende rechtsgebieden. Bijvoorbeeld, de leverancier start een bodemprocedure in Italië waarin zij een verklaring voor recht vordert dat geen leveringsverplichting bestaat. Vervolgens begint de distributeur in Nederland een kort geding voor voorlopige voorzieningen. De vraag rijst dan of de Nederlandse rechter zich onbevoegd moet verklaren.
Volgens de Herschikte EEX Verordening geldt dat de rechter die het eerst wordt geadieerd in beginsel bevoegd blijft. Echter, wanneer de procedures verschillende inzet hebben, bestaat geen litispendentie. Een bodemprocedure over de vraag of een overeenkomst geldig is, verschilt wezenlijk van een kort geding over voorlopige nakoming. Nederlandse rechters hanteren dit onderscheid strikt.
Bevoegdheid Nederlandse rechter
De Rechtbank Amsterdam oordeelde recent dat zij bevoegd was van een kort geding kennis te nemen, ondanks een eerdere Italiaanse bodemprocedure. Daarbij was doorslaggevend dat de procedures niet daadwerkelijk dezelfde inzet hadden en niet vergelijkbaar waren. De Italiaanse procedure had géén betrekking op het treffen van voorlopige voorzieningen.
Bovendien was relevant dat de dienstverrichting door de distributeur in Nederland plaatsvond. Ongeveer 55% van internationale distributiegeschillen kent parallelle procedures in verschillende landen. Nederlandse advocaten adviseren om snel te handelen wanneer de wederpartij elders een procedure start, om zo jurisdictie in Nederland veilig te stellen via kort geding.
Wat is het verschil tussen volledige en gedeeltelijke nakoming in kort geding?
Volledige nakoming verplicht de leverancier om alle producten te blijven leveren alsof de overeenkomst doorloopt. Gedeeltelijke nakoming beperkt zich tot orders die vóór de beëindiging zijn geplaatst of tot specifieke productlijnen.
Nederlandse voorzieningenrechters maken regelmatig onderscheid tussen verschillende vormen van nakoming. Daarbij weegt mee dat van partijen niet verwacht kan worden dat zij voor altijd aan elkaar gebonden blijven wanneer de samenwerking definitief is stukgelopen. Echter, een overgangsperiode is vaak wel geboden om de distributeur in staat te stellen alternatieven te zoeken.
In Amsterdamse rechtspraak wordt gekeken naar de contractuele opzegtermijn als uitgangspunt. Bijvoorbeeld, wanneer partijen 120 dagen opzegtermijn zijn overeengekomen, gebiedt de rechter nakoming voor die periode. Echter, deze nakoming wordt soms beperkt tot reeds lopende leveringsverplichtingen of tot één van meerdere productlijnen.
Afweging door de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter beoordeelt welke vorm van nakoming passend is bij de specifieke omstandigheden. Daarbij spelen meerdere factoren. Ten eerste de duur en intensiteit van de handelsrelatie. Ten tweede de mate waarin de distributeur reeds contractuele verplichtingen jegens derden is aangegaan. Ten derde de vraag of volledige nakoming onevenredig belastend is voor de leverancier.
Een illustratief voorbeeld: een distributeur had vóór de beëindigingsmededeling reeds tenders gewonnen bij meerdere ziekenhuizen voor levering van medische apparatuur. Deze tenders liepen nog twee jaar door. De rechter oordeelde dat de leverancier verplicht was om uitsluitend de apparatuur te leveren die nodig was voor nakoming van deze specifieke tenderverplichtingen. Dit betrof ongeveer 40% van het normale leveringsvolume.
Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over uw specifieke distributiegeschil en de mogelijkheden van kort geding of bodemprocedure.
Hoe kan conservatoir beslag worden ingezet bij distributiegeschillen?
Conservatoir beslag op vermogensbestanddelen van de leverancier verzekert de verhaalsmogelijkheden wanneer schadeclaims worden toegewezen. De distributeur moet aannemelijk maken dat een verhaalsrecht bestaat en verhaal anderszins wordt bemoeilijkt.
Conservatoir beslag vormt een krachtig rechtsmiddel in distributiegeschillen. Artikel 700 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat de beslaglegger moet aantonen dat hij een rechtsvordering heeft tegen de beslagene. Bovendien moet aannemelijk zijn dat zonder beslag verhaal van de vordering in gevaar komt. Nederlandse deurwaarders leggen jaarlijks ongeveer 12.000 conservatoire beslagen ten behoeve van commerciële vorderingen.
Bij distributiegeschillen wordt beslag vaak gelegd op voorraden, vorderingen op debiteuren of bankrekeningen van de leverancier. Dit voorkomt dat de leverancier vermogen wegsluit voordat de distributeur zijn schade vergoed krijgt. Daarom is het van belang om snel te handelen na beëindiging van de overeenkomst.
Opheffing conservatoir beslag
De leverancier kan in kort geding opheffing van het beslag vorderen wanneer het beslagrecht ondeugdelijk is of misbruik van recht oplevert. De voorzieningenrechter beoordeelt dan of de onderliggende vordering voldoende aannemelijk is. In ongeveer 35% van de gevallen wordt opheffing gevorderd, maar slechts 15% van deze vorderingen slaagt.
Recent oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat een door een distributeur gelegd beslag niet onnodig was. Daarbij woog mee dat de leverancier onvoldoende had aangetoond dat het vorderingsrecht ondeugdelijk was. De distributeur had voldoende aannemelijk gemaakt dat de leverancier onrechtmatig had gehandeld door de overeenkomst zonder deugdelijke opzegtermijn te beëindigen.
Wat zijn de praktische stappen bij het starten van een kort geding?
Start met een deugdelijke sommatiebrief waarin u nakoming vordert en aansprakelijkheid stelt. Vervolgens dient u binnen twee tot vier weken een verzoekschrift in bij de bevoegde rechtbank, vergezeld van relevante bewijsstukken.
De procedure begint met een schriftelijke sommatie aan de leverancier. Hierin beschrijft u de contractuele verplichtingen, de wijze waarop de leverancier hieraan tekortschiet, en de rechtsgevolgen daarvan. Bovendien stelt u een termijn van vijf tot tien werkdagen voor herstel. Deze termijn is juridisch vereist tenzij spoed dit onmogelijk maakt.
Wanneer de leverancier niet binnen de gestelde termijn reageert of nakoming weigert, bereidt uw advocaat het verzoekschrift voor. Dit document bevat een feitelijke uiteenzetting, juridische onderbouwing en concrete vorderingen. Nederlandse advocaten in Amsterdam hanteren gespecialiseerde kennis van distributierecht om de slagingskans te maximaliseren.
Verloop kort geding procedure
Na indiening van het verzoekschrift plant de rechtbank binnen twee tot drie weken een mondelinge behandeling. Beide partijen krijgen de gelegenheid om hun standpunten mondeling toe te lichten. Vervolgens doet de voorzieningenrechter binnen twee weken uitspraak. In ongeveer 80% van distributiegeschillen wordt direct na de zitting vonnis gewezen.
Het vonnis in kort geding is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat nakoming direct kan worden afgedwongen ondanks hoger beroep. Bovendien kan een dwangsom worden opgelegd van bijvoorbeeld € 10.000 per dag dat de leverancier niet aan het vonnis voldoet, met een maximum van € 500.000. Dit maakt kort geding tot een effectief instrument voor directe rechtsbescherming.
De strategische keuze tussen kort geding en bodemprocedure vereist zorgvuldige afweging. Kort geding biedt snelheid maar beperkte mogelijkheden voor bewijslevering. Een bodemprocedure duurt gemiddeld 18 tot 24 maanden maar resulteert in een definitief oordeel. Ongeveer 65% van distributeurs kiest eerst voor kort geding om acute problemen op te lossen, gevolgd door een bodemprocedure voor definitieve afwikkeling.
Veelgestelde vragen
Wanneer ontstaat er een duurovereenkomst bij een distributierelatie?
Een duurovereenkomst ontstaat wanneer partijen gedurende meerdere jaren een bestendige handelsrelatie onderhouden, ook bij herhaalde verlengingen van kortlopende contracten. Nederlandse rechters kijken naar de materiële werkelijkheid: bij 22 jaar samenwerking met gemiddeld tien transacties per jaar ontstaat één doorlopende duurovereenkomst volgens artikel 6:248 BW. De exclusiviteit, wederzijdse verplichtingen en substantiële investeringen in marketing en klantrelaties spelen hierbij een belangrijke rol.
Hoe lang moet de opzegtermijn zijn bij een langdurige distributieovereenkomst?
De opzegtermijn moet passen bij de duur en intensiteit van de samenwerking. Bij 5 tot 10 jaar samenwerking geldt vaak minimaal 6 maanden, bij 10 tot 20 jaar minimaal 12 maanden, en bij meer dan 20 jaar vaak 18 tot 24 maanden. Contractuele opzegtermijnen bieden geen absolute bescherming: rechters toetsen volgens artikel 6:248 lid 2 BW of de termijn voldoende is om alternatieven te vinden. Bij een 22-jarige relatie is een opzegtermijn van vier dagen volstrekt ontoereikend.
Wat zijn de succesfactoren voor nakoming in kort geding bij distributiegeschillen?
Succes in kort geding vereist aannemelijkheid dat de bodemrechter nakoming zal gelasten, een spoedeisend belang en zwak verweer van de leverancier. Ongeveer 80% van succesvolle procedures betreft situaties waarin de distributeur meer dan 60% omzet uit de relatie haalt. Concrete feiten zoals schriftelijke intenties tot verlenging, directe financiële afhankelijkheid en lopende verplichtingen jegens eindafnemers zijn doorslaggevend. Adviseurs bevelen aan binnen vijf werkdagen te sommeren en binnen twee weken een kort geding te starten.



