Retentierecht is de wettelijke bevoegdheid van een schuldeiser om een zaak van de schuldenaar onder zich te houden totdat alle openstaande vorderingen zijn voldaan, zoals geregeld in artikel 3:290 Burgerlijk Wetboek.
Dit zekerheidsrecht beschermt schuldeisers tegen betalingsrisico’s door hen feitelijke macht over goederen te geven. Een garagehouder houdt bijvoorbeeld een gerepareerde auto vast totdat de factuur van € 2.500 is betaald. Deze juridische constructie voorkomt dat u diensten levert zonder betaalzekerheid.
Het retentierecht ontstaat zonder aparte overeenkomst. Zodra u een opeisbare vordering heeft en goederen van uw schuldenaar onder zich houdt, kunt u dit recht uitoefenen. Daarom gebruiken aannemers in Nederland dit instrument frequent bij bouwprojecten waarbij facturen van gemiddeld € 50.000 of hoger openstaan.
Welke voorwaarden gelden voor retentierecht?
Voor geldig retentierecht moet u voldoen aan drie cumulatieve vereisten: een opeisbare vordering, feitelijke macht over de zaak, en voldoende samenhang tussen vordering en zaak volgens artikel 3:290 BW. Hieronder somt onze advocaat de voorwaarden voor het uitoefenen van een retentierecht op.
Opeisbaarheid van uw vordering betekent dat de betalingstermijn is verstreken. Wanneer uw factuur een betalingstermijn van 30 dagen vermeldt en deze periode voorbij is, ontstaat opeisbaarheid automatisch. Bij afwezigheid van een afgesproken termijn is uw vordering direct opeisbaar na facturering.
Feitelijke macht houdt in dat u fysieke controle over de zaak uitoefent. Een aannemer behoudt bijvoorbeeld feitelijke macht door aanwezigheid op de bouwplaats en het controleren van toegang via hekken. Deze macht moet voor derden zichtbaar zijn, daarom plaatsen bedrijven vaak duidelijke bordjes met de tekst “Retentierecht uitgeoefend”.
Voldoende samenhang bestaat wanneer de zaak en vordering rechtstreeks met elkaar verbonden zijn. De factuur voor autoreparatie heeft directe samenhang met die specifieke auto. Echter, u kunt niet zomaar andere eigendommen van dezelfde schuldenaar vasthouden voor een ongerelateerde schuld.
De Rechtbank Amsterdam heeft in meerdere uitspraken benadrukt dat alle drie voorwaarden gelijktijdig aanwezig moeten zijn. Ontbreekt één element, dan vervalt uw retentierecht volledig.
Hoe oefent u retentierecht correct uit?
Begin met het bewaren van alle relevante documentatie: facturen, bewijs van levering, correspondentie over betalingsverzoeken. Vervolgens stelt u de schuldenaar schriftelijk op de hoogte dat u het retentierecht uitoefent totdat betaling plaatsvindt. Deze kennisgeving moet specifiek vermelden welke vordering u bedoelt en welke zaak u vasthoudt.
Maak het retentierecht kenbaar door fysieke signalering te plaatsen. In de bouw betekent dit hekken rond het bouwterrein met goed leesbare borden. Voor kleinere zaken, zoals een horloge bij een horlogemaker, volstaat schriftelijke mededeling aan de schuldenaar.
Verlies de feitelijke macht nooit. Als uw schuldenaar onrechtmatig toegang krijgt tot zijn eigendommen – bijvoorbeeld met een reservesleutel naar zijn auto in uw garage – dan herleeft uw retentierecht. U kunt de zaak terugvorderen via de rechter, maar dit vereist juridische procedures die kostbaar zijn.
Documenteer alles zorgvuldig: datum uitoefening retentierecht, openstaand bedrag, locatie van de zaak, eventuele communicatie met schuldenaar. Deze administratie wordt cruciaal wanneer de schuldenaar naar de rechter stapt of failliet gaat.
Wat gebeurt er bij faillissement van de schuldenaar?
Retentierecht blijft bestaan tijdens faillissement, waarbij de curator moet kiezen tussen betaling van uw vordering of het opeisen en verkopen van de zaak met voorrang voor u op de opbrengst.
Bovendien krijgt u een bevoorrechte positie ten opzichte van andere schuldeisers. Namelijk, wanneer de curator de zaak opeist voor verkoop, ontvangt u voorrang op de verkoopopbrengst boven concurrente schuldeisers. Deze voorrangsregeling staat geregeld in de Faillissementswet.
De curator heeft twee opties binnen een redelijke termijn, doorgaans 14 dagen na uw verzoek:
- Betaling van uw volledige vordering – De curator voldoet alle openstaande facturen waarna u de zaak direct afgeeft
- Opeisen voor verkoop – De curator verkoopt de zaak en u krijgt voorrang op de opbrengst na aftrek van faillissementskosten
Let op: faillissementskosten zoals deurwaarderskosten en veiling-expenses worden eerst afgetrokken. Hierdoor ontvangt u mogelijk niet het volledige bedrag, ondanks uw voorrangspositie. Bij een auto met taxatiewaarde van € 8.000 en faillissementskosten van € 2.000 blijft € 6.000 over voor uw vordering.
Stel de curator een concrete termijn voor zijn keuze. Reageert de curator niet binnen deze periode, dan mag u de zaak zelf verkopen onder strikte wettelijke voorwaarden. Deze verkoop moet plaatsvinden via openbare veiling of, met rechterlijke toestemming, onderhands tegen marktconforme prijs.
Hoe komt u aan uw geld via retentierecht?
De meeste schuldenaren betalen alsnog omdat ze snel weer over hun eigendommen willen beschikken. Desondanks weigert ongeveer 25% van de schuldenaren betaling, waardoor juridische stappen noodzakelijk worden.
Executie vereist een executoriale titel volgens artikel 430 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit betekent dat u eerst een vonnis van de rechtbank nodig heeft. Vervolgens legt een deurwaarder beslag op de zaak, wat gemiddeld € 750 exclusief btw kost voor standaardprocedures.
Daarna volgt verkoop via openbare veiling. De deurwaarder organiseert deze veiling binnen 4-6 weken na beslaglegging. Bij veilingen wordt gemiddeld 70% van de taxatiewaarde bereikt. Bijvoorbeeld, een machine getaxeerd op € 10.000 brengt doorgaans € 7.000 op.
Onderhandse verkoop biedt vaak hogere opbrengsten maar vereist rechterlijke toestemming. U dient een verzoekschrift in bij de rechtbank waarin u motiveert waarom onderhandse verkoop voordelen biedt. Deze procedure duurt ongeveer 3 weken en kost € 289 griffierecht.
Na verkoop ontvangt u uw vordering uit de opbrengst. Resteert er geld, dan gaat dit naar de schuldenaar. Blijft er schuld over, dan kunt u deze restvordering via normale incassoprocedures blijven vorderen.
Overweegt u retentierecht uit te oefenen in Amsterdam? Onze gespecialiseerde advocaten analyseren uw situatie en adviseren over de juridisch sterkste strategie om uw vordering veilig te stellen.
Wat zijn de risico’s van onterecht retentierecht?
Onterecht uitoefenen van retentierecht leidt tot schadeplichtigheid jegens de schuldenaar, waarbij u alle geleden schade moet vergoeden inclusief gederfde winst en juridische kosten.
Winstderving vormt vaak de grootste schadepost. Een aannemer die onterecht een woning niet oplevert terwijl de koper al heeft betaald, veroorzaakt bijvoorbeeld kosten voor tijdelijke huisvesting. Deze schade loopt snel op naar € 2.000 per maand of meer in Amsterdam.
Tevens kunnen boetes ontstaan wanneer de schuldenaar contractuele verplichtingen niet kan nakomen door uw onterechte vasthouding. Een transportbedrijf dat zijn vrachtwagen niet kan gebruiken, lijdt bijvoorbeeld dagelijks € 500 omzetverlies.
Reputatieschade blijft moeilijk te kwantificeren maar wordt steeds vaker toegewezen door rechters. Vooral in zakelijke relaties kunnen geruchten over onterecht retentierecht uw bedrijfsvoering jarenlang hinderen.
Vervolgens kunt u juridische kosten verwachten. De schuldenaar zal advocaatkosten maken, doorgaans tussen € 3.000 en € 8.000, die u moet vergoeden bij verlies. Bovendien riskeert u deurwaarderskosten voor gedwongen afgifte.
Controleer daarom altijd grondig of alle drie de vereisten zijn vervuld voordat u retentierecht inroept. Laat bij twijfel uw juridische positie analyseren door een gespecialiseerde advocaat. Deze investering van enkele honderden euro’s voorkomt potentieel tienduizenden euro’s schade.
Wanneer eindigt het retentierecht?
Retentierecht eindigt automatisch zodra de schuldenaar volledig betaalt. Gedeeltelijke betaling beëindigt het recht niet, tenzij u hiermee expliciet instemt. Bijvoorbeeld, bij een openstaande vordering van € 10.000 blijft retentierecht bestaan na betaling van € 6.000.
Verlies van feitelijke macht beëindigt het retentierecht eveneens. Dit gebeurt wanneer de zaak terugkomt in macht van de schuldenaar. Echter, bij onrechtmatige terugname – zoals diefstal van de zaak – herleeft uw recht en kunt u de zaak terugvorderen.
Vernietiging of verlies van de zaak maakt retentierecht onmogelijk. Bijvoorbeeld, wanneer een brand uw loods verwoest met daarin de auto waarop u retentierecht uitoefende, vervalt dit recht definitief.
Rechterlijke uitspraken kunnen retentierecht beëindigen wanneer blijkt dat u het onterecht uitoefent. De rechter beveelt dan onmiddellijke afgifte onder verbeurte van dwangsommen, vaak € 1.000 per dag met een maximum van € 50.000.
Tot slot eindigt retentierecht door verkoop van de zaak na executie. Zodra de deurwaarder de zaak heeft verkocht en u uw vordering uit de opbrengst ontvangt, bestaat geen retentierecht meer.
Welke praktijkvoorbeelden illustreren retentierecht?
Een Amsterdamse aannemer bouwde een kantoorpand met een contractwaarde van € 850.000. De opdrachtgever weigerde de laatste termijn van € 175.000 te betalen vanwege vermeende gebreken. Daarom plaatste de aannemer hekken rond het terrein met duidelijke borden over retentierecht. Na 3 weken betaalde de opdrachtgever alsnog omdat hij het pand nodig had voor verhuur.
Een boekhouder in Nederland bewaarde de complete administratie van een handelsbedrijf op zijn kantoor. De klant betaalde zijn factuur van € 4.500 niet en eiste zijn documenten terug voor een belastingcontrole. De boekhouder oefende retentierecht uit, waarna de klant binnen 5 werkdagen betaalde om boetes van de Belastingdienst te voorkomen.
Tevens illustreert een casus uit de transportsector de grenzen van retentierecht. Een logistiek bedrijf hield een container met goederen vast voor een onbetaalde factuur van € 12.000. Echter, de goederen in de container waren eigendom van een derde partij, niet van de schuldenaar. De rechtbank oordeelde dat geen voldoende samenhang bestond, waardoor het retentierecht onterecht was uitgeoefend. Het logistiek bedrijf moest € 25.000 schadevergoeding betalen.
Een garagehouder repareerde een bedrijfsauto voor € 3.200. De klant betaalde niet maar haalde de auto ’s nachts met een reservesleutel op. Vervolgens spande de garagehouder een kort geding aan en kreeg de auto terug omdat het retentierecht herleefde. Bovendien moest de klant de juridische kosten van € 2.800 betalen plus de oorspronkelijke factuur.
Heeft u te maken met onbetaalde facturen en wilt u weten of retentierecht een geschikte oplossing biedt? Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor een analyse van uw specifieke situatie en concrete juridische strategie.




