Meteen naar de inhoud

Uitleg van het franchisecontract en de entree fee

Uitleg van het franchisecontract in het licht van de entree fee

De zogeheten entree fee (ook: ‘entreegeld’) is een veelgebruikte term in franchiseovereenkomsten. In een recente uitspraak van het Gerechtshof Den Haag is geoordeeld over de verplichting tot betaling van de succes fee door de franchisenemer. Het Hof beslist dat er geen geldige franchiseovereenkomst tot stand is gekomen wegens het niet voldoen aan de in de overeenkomst opgenomen opschortende voorwaarden en dat de franchisenemer hiermee niet gehouden is tot betaling van de succes fee. Ons advocaat contractenrecht Remko Roosjen en Sabine Vletter bespreken deze zaak.

Procedure over de entree fee: feiten van het franchisegeschil

Afslankmethode franchise

L.M.N. is een onderneming in de afslankindustrie en heeft een franchisenetwerk bestaande uit twaalf vestigingen. De franchisenemer in de procedure was voornemens een franchisevestiging van L.M.N. op te starten. L.M.N. heeft de franchiseovereenkomst toegestuurd aan de franchisenemer met hierin de voorwaarde dat een franchise enkel kon worden opgestart indien werd voldaan aan een opleidingsvereiste. De franchisenemer is met de opleiding gestart maar heeft deze niet afgemaakt.

In de toegestuurde overeenkomst bevond zich tevens een beding waarin de entree fee is besloten. De entree fee diende voor 40% bij ondertekening van de overeenkomst te worden voldaan en de overige 60% binnen twee jaar hierna. Uit de correspondentie tussen L.M.N. blijkt niet dat voor, of bij het aangaan van de overeenkomst is gesproken over de betaling van de fee, noch of franchisenemer de kosten hiervan überhaupt kon dragen. L.M.N. heeft aanspraak gemaakt tot betaling van de succes fee, maar franchisenemer stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst niet tot stand is gekomen nu zij niet voldoet aan de opleidingseisen. Het Hof volgt deze redenering en oordeelt als volgt. Franchisenemer is onder een opschortende voorwaarde de franchiseovereenkomst aangegaan, namelijk het voldoen aan de minimale opleidingseisen alvorens de onderneming te kunnen starten. Hiermee is de vordering van L.M.N. tot betaling van de entree fee niet opeisbaar geworden, nu wegens gebrek aan voldoen aan de opschortende voorwaarde geen overeenkomst tot stand is gekomen tussen L.M.N. en franchisenemer.

Franchiseovereenkomst

In een eerdere blog over de franchiseovereenkomst door onze advocaat contractenrecht wordt de franchiseovereenkomst en de relatief nieuwe Franchisewet uit januari 2021 uitgelegd. Met een franchise wordt een licentie verleend en hiermee kan men gebruik maken van een franchiseformule. De overeenkomst heeft tot doel om de franchisenemer het recht te verlenen om een franchiseonderneming te exploiteren tegen een tussen partijen afgesproken vergoeding. De overeenkomst wordt meestal gesloten tegen een eenmalige vergoeding, de zogeheten entree fee, en een periodieke vaste of omzetafhankelijke vergoeding, de franchise fee.

Eerlijke entry fee bij een franchisecontract?

Wat is nu een eerlijke entry fee? Met de entry fee verdient de franchisegever een deel van de tot dan toe gedane investering terug. Dit is afhankelijk van meerdere factoren zoals de omvang van de reeds bestaande formule en de hiervoor gedane investeringen, kennis en vaardigheden en ook de financiële vooruitzichten van de nog op te starten franchise zullen hieraan bijdragen. Het is van belang om heldere afspraken te maken omtrent de entry fee, de opschortende voorwaarden en betalingsmomenten, zodat hier geen moeilijkheden zullen ontstaan. Heeft u vragen over het opstellen van een entry fee, of bent u voornemens een franchiseovereenkomst aan te gaan en wilt u advies inwinnen over de aan u voorgestelde entry fee en de bijkomende voorwaarden? Onze advocaten contractenrecht[interne link] in Amsterdam helpen u graag verder. 

Uitleg contract, aanvang franchisecontract, moment van betalen

L.M.N. stelt zich op het standpunt dat franchisenemer vanaf het moment van ondertekening de succes fee verschuldigd is nu dit in de overeenkomst is opgenomen. Door de opschortende voorwaarde tot het volgen van de opleiding en een beding met de verplichting tot het afnemen van een startpakket lijkt dit echter niet zo klip en klaar als door L.M.N. gesteld.

In beginsel staat contractsvrijheid in Nederland voorop, en kunnen partijen dan ook met elkaar afspreken wat zij willen, mits dit niet in strijd is met de wet, de openbare orde of de goede zeden. Bij het uitleggen van een overeenkomst in geval van een geschil tussen partijen heeft de Hoge Raad in het Haviltex-arrest [externe link https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:1981:AG4158&showbutton=true&keyword=HR+13+maart+1981%2c+NJ+1981%2c+635%2c+Haviltex] geoordeeld dat het hier niet enkel aankomt op een zuiver taalkundige uitleg, maar ook wat partijen over en weer redelijkerwijze van elkaar mochten verwachten. Met andere woorden, de rechter kijkt niet enkel naar wat er letterlijk in het contract staat maar ook naar de verwachtingen onderling bij het sluiten van de overeenkomst. Hierin zijn meerdere factoren van belang, bijvoorbeeld of er sprake is van een overeenkomst tussen twee professionele partijen binnen dezelfde branche, tot welke maatschappelijke kringen zij behoren of in hoeverre te verwachten valt dat zij rechtskennis hebben. Ook de context waarin de overeenkomst tot stand is gekomen is belangrijk; is er in de correspondentie duidelijkheid ontstaan over het beding in het geding, is er uitgebreid onderhandeld en zijn de voorwaarden voldoende gespecificeerd en onderbouwd zijn vragen die de context van de overeenkomst kunnen duiden.

Door de toepassing van het Haviltex-arrest is het Hof tot de beslissing gekomen dat door de feiten en omstandigheden zoals het ontbreken van correspondentie over de succes fee, onvoldoende toetsing van draagkracht van franchisenemer omtrent de succes fee en de opschortende voorwaarde in de overeenkomst, de 40% van de succes fee niet aan L.M.N. betaald hoeft te worden. De franchisenemer mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de fee pas betaald hoefde te worden op het moment dat zij de opleiding had voltooid. Nu zij deze niet heeft voltooid is de samenwerking dus ook nooit écht begonnen. 

Contact opnemen met een franchise advocaat?

MAAK advocaten is onder andere gespecialiseerd in het contracten- en aansprakelijkheidsrecht. Wilt u advies inwinnen over een franchiseovereenkomst of een franchisecontract laten opstellen, dan helpt onze advocaat contractenrecht u graag verder. Ook helpen we u bij vragen over de entree fee. Neem hiervoor contact op met onze advocaat contractenrecht, Remko Roosjen, of met een van onze andere advocaten in Amsterdam.

+31 (0)20 – 210 31 38
mail@maakadvocaten.nl

nv-author-image

Remko Roosjen

Remko Roosjen is als advocaat / partner contractenrecht verbonden aan MAAK Advocaten. Een belangrijk deel van zijn werk ziet op het adviseren en procederen over commerciële overeenkomsten. Remko treedt op voor zowel fabrikanten, distributeurs, resellers en internationaal opererende handelspartijen. Remko is een bevlogen advocaat die snel schakelt.